dinsdag 26 juli 2011

Neo-liberalisme als Utopie

Onderstaand artikel is ook verschenen in het tijdschrift Driegonaal jaargang 32, nummer 3/4 September 2012



De Utopie van de vrije markt, door Hans Achterhuis
Een boekbespreking.

Filosoof Achterhuis heeft in 2010 een opmerkelijk boek geschreven dat in 2011 al zijn 4e druk beleefde. Inmiddels zijn er al 10.000 exemplaren van verkocht en dat is heel goed nieuws,want hoe meer mensen kennis nemen van de inhoud van dit 300 bladzijden dikke boek hoe eerder we stappen kunnen zetten om het marktkapitalisme grondig te herzien.
Sinds april van dit jaar is Achterhuis benoemd als “Denker des Vaderlands” voor een periode van 2 jaar als winnaar van de Socrates Wisselbeker.

Achterhuis is vooral bekend door zijn boek uit 1980: "De markt van welzijn en geluk". Daarin geeft hij een kritisch en gedegen beeld van de welzijnsmarkt en is daarmee ook te beschouwen als een nauwe geestverwant van filosoof Ivan Illich.


foto: www://ifilosofie.nl

Achterhuis is gepromoveerd op een proefschrift over Albert Camus. Hij was als docent sociale filosofie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. In 1988 werd hij bijzonder hoogleraar milieufilosofie te Wageningen en van 1990 tot zijn emeritaat(pensioen) in 2007 hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit van Twente. Het werk van Achterhuis kenmerkt zich door de verbinding van filosofie met actuele maatschappelijke vraagstukken. Zo schreef hij verder over ontwikkelingshulp, gezondheidszorg, schaarste, geweld, technologie, milieu-problematiek en utopieën. Dit nieuwste boek gaat over de economie en in het bijzonder het marktkapitalisme. De auteur heeft de bijzondere gave om voor een groot publiek complexe onderwerpen zowel breed alsook diepgaand te beschrijven en analyseren om dan met een scherpzinnig oordeel te komen indachtig de principes van Spinoza. Een goede filosoof, zo stelde hij bestudeert menselijke en maatschappelijke verschijnselen zonder vooringenomenheid. Meteen bekent Achterhuis dat hij dit zelf als het ging om economische vraagstukken eigenlijk pas veel te laat heeft gedaan, zoals zo velen van ons. Datzelfde erkent ook Marcel van Dam in zijn laatste boek “Niemandsland”(2009). Waarom zijn de verschijnselen van een terugtredende overheid, de toegenomen marktwerking en deregulering in veel sectoren gedurende de laatste decennia bijna onopgemerkt voorbij gegaan en heeft het neoliberalisme ook onze samenleving in zijn greep gekregen?

Oud-minister en PvdA-leider Wouter Bos moest in zijn Den Uyl-lezing “De derde weg voorbij” ook concluderen dat het neoliberalisme ontwrichtend heeft gewerkt. Van de Nederlandse politici heeft alleen oud SP-leider Jan Marijnissen al veel eerder gewaarschuwd voor deze ontwikkelingen in zijn boek "Tegenstemmen" (1996).
Achterhuis verwijst en citeert daarbij ook NRC redacteur Marc Chavannes met zijn bundel “Niemand regeert: de privatisering van de Nederlandse politiek” (2009). Achterhuis refereert ook veelvuldig aan het boek van Naomi Klein “De shock doctrine”(2007) waarin vele internationale voorbeelden worden gegeven hoe de Chicago-school van Milton Friedman en Nobelprijswinnaar landen in tijden van economische crises dwingt om een neoliberale politiek te volgen met verstrekkende maatschappelijke gevolgen voor sectoren als overheid, onderwijs en gezondheidszorg.
Dat is de kernvraag in dit boek plus de ontmaskering van het neoliberalisme en het vrije marktdenken als utopie!

De grootste ontdekking van Achterhuis in zijn zoektocht naar de ideologen die het neoliberalisme een theoretisch fundament hebben gegeven is de persoon van de van oorsprong Russische Alissa Rosenbaum die in de VS als schrijfster en ideologe Ayn Rand een enorme bekendheid heeft genoten en de belangrijkste inspirator is geweest voor de machtige Alan Greenspan. Greenspan was tot 2006 president van de Fed en hij heeft jarenlang het financiële beleid van deregulering voor het gehele financiële systeem consequent uitgevoerd. Mede als gevolg daarvan is de grote hypotheekcrisis van 2007 ontstaan, die later omsloeg naar een financiële crisis en uiteindelijk een economische en wereldwijde landencrisis veroorzaakte waar we nog jaren mee te maken zullen hebben.

foto: https://www.youtube.com


Deze Ayn Rand (1905 -1982) is in Europa nauwelijks bekend maar in de VS is ze een ster en bekende schrijfster. Ze heeft 4 romans geschreven die grote bestsellers werden. Volgens een onderzoek van het weekblad Time is haar laatste roman “Atlas Shrugged” (uit 1957) het meest verkochte boek in de VS ná de bijbel. In dat boek wordt een ideaalwereld geschetst, die zij Atlantis noemt en waar het neoliberalisme tot in de meest extreme vorm is doorgevoerd. De grootste held in het boek is de leider en superondernemer John Galt.
Rand of Rosenbaum heeft als jong meisje met haar familie moeten vluchten uit St.Petersburg tijdens de Oktoberrevolutie in 1917. Berooid zwierven ze door het land en konden pas na jaren weer terugkeren naar St. Petersburg. Daar wist ze wel de Universiteit te halen waar ze korte tijd geschiedenis en filosofie studeerde.
Het collectivisme van de Sovjetsamenleving werd door haar als extreem onderdrukkend ervaren. In 1926 slaagde ze erin om een uitreisvisum te verkrijgen waarmee ze naar de VS kon gaan en waar ze snel haar weg vond.
Haar gedachtegoed dat ze in de VS ontwikkeld heeft noemde ze het Objectivisme. Feitelijk is het een extreme vorm van het neoliberalisme waar de vrijheid van het individu vooral economisch alle ruimte moet krijgen en niet gehinderd mag worden door een overheid. Het communisme noemt Achterhuis een collectivistische utopie en het Objectivisme van Rand een individualistische utopie. Vanuit haar vroegere ervaringen in Rusland is het begrijpelijk dat zij een uitgesproken tegenstander was van een staatseconomie en het arbeiderszelfbestuur als grootste gevaar voor de economie zag. Alleen succesvolle ondernemers kunnen, volgens haar, de juiste beslissingen nemen om de economie verder te helpen. Zij is de vleesgeworden ideologe van de Amerikaanse Droom zoals verwoordt in :”Private interest leads to public benefit”!

Laten we allereerst even stilstaan bij een paar begrippen die essentieel zijn voor een goed begrip van het boek van Achterhuis. Dat is allereerst het begrip utopie en ook het veelvuldig gebruikte begrip dystopie dat zelfs in de van Dale niet te vinden is. Achterhuis geeft geen eigen definitie en verwijst naar zijn eerdere boek “De erfenis van de utopie”(1998).
Een veel voortkomende uitleg van utopie is: droombeeld, hersenschim of illusie. Een andere verklaring is ook wel “een volmaakte toestand die niet te bereiken is”. Dus een niet realiseerbaar ideaalbeeld.
Bij dystopie moeten we precies aan het tegenovergestelde denken, dus een anti-utopie. Dat is een utopie maar als een toekomstbeeld met fatale ontwikkeling. In zijn eerdere boek heeft Achterhuis het marxistisch communisme ook als een utopie beschreven.
Het bijzondere van dit boek is dat het heel uitgebreid een beschrijving geeft van de klassieke liberalen (John Locke, Adam Smith en Jeremy Bentham) en daarna ook van de neoliberalen
(Ayn Rand, Friedrich von Hayek en Milton Friedman). Dit onderscheid is van belang al zei VVD- coryfee Frits Bolkenstein ooit dat hij geen idee had wat het neoliberalisme onderscheidt van het liberalisme. Dat zei hij omdat het neoliberalisme vooral een negatief beeld oproept.
Het onderscheid bestaat wel degelijk in de literatuur en de genoemde ideologen.
De klassieke liberalen en vooral Adam Smith realiseerde zich dat je een overheid nodig hebt om streng toezicht te houden op het financiële verkeer en voor nationale defensie, rechtspraak en het voorzien in en onderhouden van publieke diensten en instituties. Denk hierbij aan infrastructurele werken en algemeen toegankelijk onderwijs en gezondheidszorg.
Friedman en Greenspan die graag verwijzen naar Adam Smith vergeten echter deze zaken.
Zij vinden dat de “zichtbare hand van de overheid” juist moet verdwijnen. De vrije markt biedt de belangrijkste garantie voor de goede werking van “de onzichtbare hand”!
John Maynard Keynes was nog meer dan Adam Smith voorstander van een sterke overheid en niet alleen voor de genoemde kerntaken maar ook om in te grijpen in de economie als dat nodig was. Dit Keynesianisme was de belangrijkste politieke denkrichting wereldwijd vanaf de jaren na WOII tot in de 70-jaren van de vorige eeuw waarna het geleidelijk verdrongen is door het neoliberalisme.`Als je de feitelijke economische resultaten van die twee perioden objectief vergelijkt dan is duidelijk dat het Keynesianisme veel beter scoort. In de periode 1951 tot 1980 bedroeg de mondiale economische groei gemiddeld 4,8 %, terwijl onder het neoliberalisme de gemiddelde groei van 1989 tot 2009 maar 3,2% bedroeg. Dat is nog maar één indicator. Verder zou je moeten kijken naar werkgelegenheid en inkomensverdeling om het beeld nog completer te maken. Vanaf de wereldwijde bankencrisis zien we trouwens een herleving van het Keynesianisme doordat overheden actief banken (moeten) steunen.
De auteur slaagt erin om het neoliberalisme te ontmaskeren en te laten zien dat een groot deel van de mensheid een utopie najaagt met dramatische maatschappelijke gevolgen.
Het rampenkapitalisme gaat echter nog steeds door zo laat Achterhuis zien met een voorbeeld over ontwikkelingshulp en zelfs het “moderne waterbeheer”, waar prins Willem-Alexander zijn naam aan verbonden heeft.
Het boek schiet echter tekort omdat het ons geen weg toont welke economische richting dan wel gewenst is. Een element van de vroegere economieën was wel de gemeenschappelijke gronden, de zogenaamde meent of in Engeland de commons. Door de opkomst van het kapitalisme en later het neoliberalisme werden deze privileges weggevaagd en ontstond het particulier bezit en geaccumuleerd bedrijfsbezit, waardoor boeren hun zelfstandig bestaan verloren en gedwongen werden als loonarbeiders in fabrieken te gaan werken.



De vrouwelijke Nobelprijswinnares voor de economie 2009 was Elinor Ostrom. Zij heeft veel studies gedaan naar het gemeenschappelijk beheer van visgronden, watervoorraden, landbouwgronden of natuurgebieden. Dat prima functioneert als er goed gecommuniceerd en er goede afspraken worden gemaakt voor een duurzaam beheer. We hebben dus een economisch model nodig waar solidariteit of wederkerigheid een belangrijk rol vervult in plaats van de op eigenbelang ingestelde markt- en consumentenideologie. Een van de eerste stappen zal toch een rechtvaardigere inkomensverdeling moeten zijn. Zoals Tinbergen al in 1970 bepleitte moet het verschil tussen de hoogste en laagste inkomens in een bedrijf maximaal een factor 5 zijn. Voor een heel land zou dat een factor 7 moeten zijn. Net zoals we een minimuminkomen hebben ingevoerd zal er ook een maximuminkomen moeten komen om dat te bewerkstelligen.
In een recente studie van Wilkinson en Pickett, verschenen als boek “The spirit level”, wordt empirisch en gedegen wetenschappelijk aangetoond hoe belangrijk de inkomensverdeling is voor een samenleving. Een kleinere inkomensongelijkheid heeft meteen aantoonbare effecten op onderwijsprestaties, gezondheidszorg, criminaliteit etc.
De exorbitante zelfverrijking van bankiers, directeuren en ondernemers zal dan definitief voorbij zijn. In plaats van hun eigenbelang gaat dan misschien het algemeen belang een rol spelen in hun denken en handelen zoals dat ook bij maatschappelijk verantwoord ondernemen gepropageerd wordt.

Geen opmerkingen: