maandag 7 juni 2010

Duurzaamheid in de Pers

Onderstaand artikel is gepubliceerd op de SP-website, afdeling Eindhoven, rubriek Ingezonden vanaf 8 juni 2010

Duurzaamheidsinitiatieven

De laatste weken zijn er verschillende nieuwe projecten en initiatieven
op het gebied van duurzaamheid gepresenteerd. Enkele daarvan licht ik er even uit.
In Limburg is er door Gedeputeerde Staten goedkeuring gegeven aan het realiseren van twee nieuwe duurzame energiecentrales in Maastricht en een in (Greenport) Venlo. De provincie laat hiermee zien dat nieuwe kolencentrales of kerncentrales geen toekomst hebben, maar kiest bewust voor een combinatie van zonne-, wind-, water-en biomassa-energie als werkelijk duurzaam alternatief.In Venlo zullen 3,2 ha zonnepanelen worden aangelegd die 4,2 Megawatt leveren. Daarnaast 5 windturbines die 15 Megawatt leveren en een biomassaverbrandingsinstallatie van 10 Megawatt
Het gaat om investeringen ter waarde van € 140 miljoen. De provincie Limburg draagt zelf € 7,5 miljoen bij. Samen dekken de twee energiecentrales de energiebehoefte van 65.000 huishoudens. Daarmee worden de provinciale milieudoelstellingen ruimschoots gehaald.

In Gelderland wordt € 2,6 miljoen geïnvesteerd in de ontwikkeling van waterstof- brandstofcellen in elektrische aangedreven stadsbussen die in Arnhem zullen gaan rijden. Deze bussen geven geen CO2 uitstoot en zijn niet afhankelijk van accu's die toch een beperkt vermogen en dus bereik hebben. Deze hybride vorm is veelbelovend.
In Den Bosch rijden er al drie elektrische bussen, omgebouwd door All green Vehicles. Je kunt er ook een van de vier elektrische auto's huren of een
elektrische scooter. Noord-Brabant is ook volop actief met het aanleggen van een netwerk met elektrische oplaadzuilen door Enexis (onderdeel Essent). De gemeente streeft ernaar om voor juli 2010 vijftig elektrisch aangedreven voertuigen binnen de gemeentegrenzen te hebben rijden. De gemeente Den Bosch en de provincie Noord-Brabant steken elk een miljoen euro in het vervoerproject. Het provinciebestuur heeft de ambitie uitgesproken dat voor 2020 minstens 200 duizend elektrische auto's in Brabant zullen rondrijden.

In de VS is er een bedrijf Solar Roadways dat een systeem ontwikkeld heeft dat het mogelijk maakt om zonnepanelen in het wegdek van snelwegen aan te brengen.
Afgelopen maand kreeg de onderneming 100.000 dollar subsidie van de US Ministerie van Transport om deze techniek verder te ontwikkelen en te vermarkten. Binnen enkele jaren moet het asfaltzonnepaneel op de markt zijn. De bedoeling is om de Amerikaanse (en Europese) wegen in ware krachtcentrales te veranderen. Het systeem bestaat uit panelen van 3,5 bij 3,5 meter die per stuk 7,6 KWatt stroom per dag produceren. Elk paneel kost 6900 dollar. De bovenkant bestaat uit een rijoppervlak gemaakt uit gerecycled glas. Dat klinkt glad,maar door een nieuw procedé is de weg net zo ruw als een gewone rijbaan, terwijl water door kleine openingen snel weg kan lopen. De belangrijkste eigenschap van deze bovenkant is dat het zonlicht doorlaat, dat valt op zonnepanelen in de weg. Die zetten het licht om in energie, waardoor de weg
elektriciteit opwekt. Onder de panelen zit een betonnen basislaag, die de weg stevig-heid en duurzaamheid geeft. De slimme weg is niet alleen groen, maar ook nog voorzien van energiezuinige LED-lampjes. Dat geeft de beheerder van de weg de gelegenheid om bijvoorbeeld waarschuwingen als een maximum snelheid op de weg af te beelden.
Een laatste bericht op dit gebied kwam uit Utrecht waar een Duurzaamheidsverklaring gepresenteerd is onder leiding van Herman Wijffels. Werkgroepen van 7 verschillende politieke partijen hebben deze verklaring voor duurzame ontwikkeling opgesteld en ondertekend. Helaas was de SP hier niet bij betrokken. Nederland heeft nieuwe energie nodig. Daarom pleit dit partij-overstijgende voorstel voor een versnelde omslag naar een volledig hernieuwbare energievoorziening in 2050. De jaarlijkse energiebesparing wordt opgeschroefd naar 3% en de jaarlijkse groei in hernieuwbare energie wordt versneld naar 7%.
Burgers en bedrijven willen dat de overheid krachtig en inspirerend leiderschap
toont. Daarbij hoort een consistente lange termijn koers met een samenhangend pakket aan beleidsinstrumenten. Men noemt dit ambitieus een soort Deltawet, maar dan voor duurzame energie.
Een voorwaarde daarbij is een wettelijk vastgelegd teruglevertarief dat zorgt voor een consistent en stimulerend investeringsklimaat ten aanzien van hernieuwbare energie en warmtekrachtkoppeling. Een ander punt is de consequente invoering en stapsgewijze aanscherping van het algemeen aanvaarde principe dat de vervuiler betaalt door fiscale vergroening. Een Nationaal Energietransitie Fonds bevordert de financiering van energiebesparende maatregelen en investeringen in opwekking van hernieuwbare energie.
Alle energieleveranciers in Nederland moeten wettelijk een toenemend aandeel hernieuwbare elektriciteit in hun energiemix hebben. Nieuwbouw van conventionele centrales is in economische en ecologische zin niet verantwoord. De overheid bevordert energie-efficiënt gedrag door onder meer een sterk verbeterd openbaar vervoer, strengere productnormen en verplichte toepassing van energiebeheer in gebouwen. Als we onze welvaart en welzijn in de komende decennia willen zekerstellen, dan moeten we bereid zijn om de doodlopende weg van onze verspillende en vervuilende economie te verlaten en juist nu te kiezen voor de nieuwe energie die Nederland nodig heeft.

donderdag 20 mei 2010

SP in de Media

Verkiezingstijd

Zo’n drie weken voor de verkiezingen zijn alle partijen druk bezig zich te profileren, zo ook de SP. Met name de afgelopen week heeft de SP op een uitgesproken manier de media gehaald.
Allereerst was er deze week(18 mei) een uitgebreid artikel in de Telegraaf met als kop:”De SP vraagt om opheldering”. De SP had uitgezocht dat het topsalaris bij ontwikkelingsorganisatie SNV ruim € 180.000 bedroeg voor 2009 en dat is hoger dan de afgesproken norm voor een ontwikkelingsorganisatie onder de DG-code. Het salaris van een directeur van een dergelijke instelling mag niet meer bedragen dan het salaris van een directeur-generaal bij een ministerie en dat is € 121.000.
Dat past dus helemaal niet bij een organisatie die nota bene voluit heet Stichting Nederlandse Vrijwilligers (SNV). De SNV draait bijna volledig op overheidsgeld voor een bedrag van € 90 miljoen Euro per jaar.
Zelfs oud FNV-voorzitter Lodewijk de Waal, die momenteel voorzitter is van de raad van toezicht, heeft ingestemd met dit nieuwe beloningsbeleid. Dat is raar omdat hij in het verleden als vakbondsbestuurder vaak geageerd heeft tegen exorbitante topsalarissen in het bedrijfsleven, maar het nu opeens geen probleem vindt.
Behalve SNV-directeur Elsen zijn er in 2009, door een verandering van de bestuursstructuur, nog twee directeuren bijgekomen waarvan de salarissen nog niet openbaar zijn gemaakt. Tegelijkertijd werden er door bezuinigingen SNV-medewerkers op de Balkan en in Latijns-Amerika ontslagen. Daarmee lijkt ontwikkelingssamenwerking steeds meer een business, met marktconforme salarissen, te zijn geworden ondanks het feit dan het een non-profit Stichting is, die draait op gemeenschapsgeld !

Een tweede belangrijk en heugelijk bericht kwam uit de Tweede Kamer. Voormalig fractieleider van de SP Agnes Kant heeft daar haar initiatiefwetsvoorstel toegelicht en verdedigd. Een nieuwe wet die de marktwerking in de thuiszorg moet terugdringen.
Dankzij voortschrijdend inzicht was de PvdA nu opeens wel voor dit wetsvoorstel en daarmee lijkt er nu ook een kamermeerderheid te zijn. Dat zou een prachtig afscheidscadeau zijn voor de jarenlange inspanningen juist in haar laatste werkweek als volksvertegenwoordiger.

Gisteravond (19 mei) heeft de nieuwe partijleider Emile Roemer ook zijn eerste échte vuurdoop gehad. In het, uit de kast gehaalde en afgestofte, tv-programma Lagerhuis moest Emile aantreden en in discussie gaan met het publiek en D’66 leider Alexander Pechtold. De besproken thema’s waren de mogelijke regeringscoalities, de studiefinanciering en de pensioenleeftijd. Op al deze punten hebben beide partijen tegengestelde voorstellen gedaan.
De eerste aanval van Pechtold was de uitspraak dat de SP conservatief is, omdat zij de pensioenleeftijd op 65 jaar wil laten en de studiefinanciering alsook de sociale verzekeringen wil behouden. Roemer wist dit handig te pareren door aan te geven dat de SP juist een progressieve sociale partij is. Roemer liet zien dat hij over genoeg algemene en feitelijke kennis maar vooral ook overtuigingskracht beschikt tegenover de doorgewinterde debater Pechtold. Het was ook veelzeggend dat juist Roemer het laatste woord kreeg van presentator Witteman.

Vandaag kwamen ook de resultaten van het Centraal Planbureau (CPB) die de verkiezingsprogramma ’s heeft doorgerekend op effecten voor de economie, het milieu, de werkgelegenheid, de overheidsfinanciën en het besteedbaar inkomen voor de burger. Daaruit blijkt dat bij de SP er zelfs sprake is van een koopkrachtstijging van € 1,25 miljard, in tegenstelling tot alle andere partijen behalve de PvdA en Groen Links. Bij Groen Links blijft de gemiddelde koopkracht gelijk en bij de PvdA verbetert die licht met € 0,25 miljard . In de huidige ernstige economische crisis moeten de bezuinigingen bij de overheid dus niet afgewenteld worden op de gewone burger.
Het CPB heeft geen verdere onderverdeling gemaakt naar koopkrachteffecten voor verschillende inkomensklassen. Het is echter duidelijk dat de effecten het grootst zijn voor de lagere inkomens en dat de hogere inkomens wel een extra bijdrage moeten leveren (onder andere door verhoging van het hoogste tarief bij de inkomsten- belasting, een nieuwe inkomensafhankelijke premie bij de ziektekostenverzekering en het afschaffen van hypotheekrenteaftrek bij huizen met een waarde van meer dan € 3,5 ton). Al met al solidaire en eerlijke voorstellen. Alleen maar focussen op economische groei en een verantwoord financieel overheidsbeleid leidt af van de hoofdvraag: “Hoe is het gesteld met het welzijn van de gewone burger en hoezeer worden zij getroffen door de crisis en verdienen daarom juist de steun van de overheid?”.
Opvallend was ook dat de SP het meeste geld uittrekt voor de zorg de komende kabinetsperiode, terwijl de andere partijen daarop bezuinigen.
Tegelijkertijd zijn de SP voorstellen goed genoeg om de komende 4 jaar toch 11 miljard te bezuinigen op het overheidstekort en dat is evenveel als de PvdA en Groen Links. De VVD en CDA bezuinigen veel meer, respectievelijk 20 miljard en 18 miljard, maar duidelijk wel ten koste van de burger en de lagere inkomensgroepen.
Met deze resultaten mag de SP trots zijn en met opgeheven hoofd de campagne in gaan!

dinsdag 11 mei 2010

Boekbespreking Biokapitaal

Onderstaand artikel is gepubliceerd in het tijdschrift Driegonaal, jaargang 31, nummer 5/6, december 2010

Andreas Weber
“Biokapitaal: De verzoening van economie, natuur en menselijkheid”



Dit boek, in 2010 in een Nederlandse vertaling uitgegeven door Ankh-Hermes, bevat een schat aan informatie over de economie maar ook over ecosystemen en filosofie.
De in Berlijn woonachtige 43-jarige auteur studeerde biologie en filosofie, maar heeft ook een ecoloog als vader en een econoom als moeder. Hij put dan ook uit verschillende wetenschappen, die voor hem als voedingsbronnen dienen. Dat is meteen opvallend te herkennen in het woordenregister, waar namen van beroemde economen, ecologen en filosofen afgewisseld worden met namen van plant- en diersoorten. In het boek is het ook herkenbaar door de afwisseling tussen enerzijds beeldende en deskundige beschrijvingen van de natuur en landschappen en anderzijds filosofische betogen, waarbij hij diepzinnig formuleert in lange volzinnen.

Het boek begint met een citaat uit 1945 van John Maynard Keynes, een van de belangrijkste grondleggers van het gereguleerde marktkapitalisme. Het luidt: “De dag is niet ver meer dat het economische vraagstuk naar de achterste rij zal worden verwezen, waar het thuishoort. Dan zullen hart en hoofd zich weer met onze eigenlijke problemen bezighouden: de vraag naar de zin van het leven en menselijke relaties, de schepping, ons gedrag en de religie”.
Deze uitspraak is de beste inleiding op het boek want de eerste hoofdstukken gaan over levensgeluk, de werkelijke waarde van het leven, de economie van het levensgeluk alsof de voorspelling van Keynes al realiteit is geworden. Weber maakt duidelijk dat niet economische groei, of meer materiële goederen/bezittingen ons werkelijk gelukkig maken. Integendeel, het maakt ons afhankelijk en onvrij.

Het kernhoofdstuk gaat over de tien geboden van een humanistische economie gebaseerd op: vrijheid, verbondenheid, waarachtigheid, grenzen, onvoorwaardelijkheid, kleinschaligheid, productiviteit, integriteit, werkelijkheid en eeuwigheid.
Als alternatief voor het doorgeschoten neo-liberalisme gebruikt Weber meestal de term humanistische economie omdat het draait om het welzijn van de mens (nu en toekomstige generaties) maar hij gebruikt ook termen als humanistische ecologie, ecologische economie en in de titel Biokapitaal. Dat is verwarrend en daarom vind ik de titel wat ongelukkig gekozen.

Weber maakt duidelijk dat het neo-liberalisme, de “laisser faire” benadering in de economie, eigenlijk de toepassing is van het Darwinisme. De natuur (en de economie) moet volledig zijn gang kunnen gaan. De evolutie is het natuurlijke gevolg van processen van concurrentie en aanpassing en zo zorgt ook de markt voor de beste economische resultaten.
Als bioloog stelt Weber echter dat de natuur en ook de economie juist duidelijke grenzen nodig hebben om gezonde kringlopen en voldoende diversiteit voort te brengen. Vandaar dat de term ecologische economie, beter dan humanistische economie, deze denkwijze het beste samenvat. Een economie die zich verantwoordt gedraagt binnen een ecologisch systeem of ecologische randvoorwaarden. Weber hecht daarom ook zeer aan de benadering van de Duitse chemisch ingenieur Baumgarten en de Amerikaanse architect McDonough, bekend geworden in het principe Craddle to Craddle(en gelijknamige boek). Producten en productieprocessen zouden zodanig ontworpen moeten worden dat afvalproducten of volledig zonder kwaliteitsverlies hergebruikt kunnen worden óf als voedingstof voor de natuur dienen.
Alleen zo kun je grondstoffen duurzaam hergebruiken en zijn economische activiteiten een weldaad voor de natuur en het ecosysteem.
De auteur gebruikt ook op meerdere plaatsen het voorbeeld van de biologische of ecologische landbouw. Een landbouwmethode die gezonde, natuurlijke producten voortbrengt zonder schade aan het ecosysteem. De gangbare, meestal grootschalige, landbouw daarentegen gebruikt grote hoeveelheden kunstmest, zware landbouwwerktuigen en gewasbeschermings-middelen (lees onkruidverdelgers) die de aarde en de natuur uitputten en zelfs zware schade toebrengen. Weber heeft kennelijk nog nooit gehoord van de biologisch dynamische landbouw, die nog verder gaat door het gebruik van preparaten die de bodemkwaliteit verbeteren en rekening houdt met planetaire cycli bij het zaaien en oogsten van gewassen.
Weber beweert zelfs dat onderzoeken in ontwikkelingslanden hebben aangetoond dat de omschakeling naar ecologische landbouw gemiddeld leidt tot een productieverhoging van ruim 90% (bron: McKibben 2007 “Deep Economy” en ook “Het einde van de natuur”Anthos Baarn).

Het voert te ver om alle 10 geboden uitgebreid te bespreken. Een aantal zal ik wel aanhalen.
1e Gebod: Vrijheid. “Een zo groot mogelijke autonomie van de individuele participant is de fundamentele voorwaarde voor een humanistische economie”. De vrijheid zal gezond werken in relatie tot het 2e gebod Verbondenheid. Er moeten ook duidelijke grenzen gesteld worden, terugkoppelingen noemt Weber dat. “Een opgedeeld economisch systeem waarbij de kleine bestanddelen elkaar wederzijds controleren, met elkaar concurreren en elkaar ondersteunen. We hebben duidelijke doelen nodig die niet door de overheid worden bepaald maar waarvan de totstandkoming aan de participanten wordt overgelaten”. Dit komt heel dicht in de buurt van wat Rudolf Steiner genoemd heeft de noodzaak van een associatieve economie.
Producenten, handelaren en consumenten overleggen onderling over hoeveelheid, kwaliteit en prijs van benodigde producten in een associatie.
3e Gebod: Waarachtigheid. Weber pleit hier voor transparante prijzen, waarbij alle kosten van natuur, milieu en samenleving ook meegenomen worden. “Internaliseer alle kosten”, Als de prijzen vrij mogen weerspiegelen waar schaarste en vraag heersen, zou het gebrek aan stabiliteit in de dampkring en de ecosystemen ook in de werkelijkheid zichtbaar worden. Maar zo beweert Weber de transparantie kan niet alleen door middel van prijzen bewerkstelligd worden. “Het vraagstuk van het algemeen of gemeenschappelijk bezit (de prestaties die de natuur levert) speelt ook een rol, die zullen kunstmatig ook in de prijzen meegenomen moeten worden”.
4e Gebod: Grenzen. “Een gezonde economie kan alleen functioneren als er een efficiënte verdeling van goederen is én de grondstoffen en goederen van de aarde rechtvaardig over alle bewoners van de aarde worden verdeeld!” Weber introduceert daarvoor Trusts, los van de overheid en de economie staande organisaties, die het algemeen bezit en beheer bewaken. Zo noemt hij natuurtrusts voor het beheer van water en natuur en een dampkringtrust, waar rechten geveild worden voor alle stoffen die in de atmosfeer terecht komen. Hij pleit zelfs voor een biodiversiteitstrust. Het menselijk erfgoed moet beschermd worden en mag geen particulier eigendom zijn! “Behalve de dampkring, landschappen, wateren, natuurgebieden en de genetische informatie over mensen en andere levensvormen, zouden we ook de infrastructuur van de samenleving( wegennetten, gezondheidszorg, informatienetwerken, cultuur en het financiële bestel) als gemeenschappelijk bezit moeten zien”.
Ook hier is het maar een kleine stap naar het gedachtegoed van R.Steiner die alle grond, natuur en productiemiddelen wilde onteigenen en in handen leggen van Stichtingen of Trusts. Dat moet een definitief einde maken aan de zelfverrijking van een kleine groep mensen die de helft van alle rijkdommen op aarde bezit.
“Grenzen stellen is een weg naar waarachtige prijzen, want grenzen signaleren schaarste”. Onder de juiste randvoorwaarden zal het wenselijke vanzelf de overhand krijgen. De tien geboden zijn daarvoor bedoeld.
De volledige overgang naar een ecologische landbouw, een volledige overstap naar een duurzame energieopwekking via zon, wind en water en de industrie als ecosysteem zijn dan de logische gevolgen.
Andere verrassende voorstellen zijn:
1. Reclames zijn een doorn in het oog van Weber. Hij pleit er niet voor om alle reclame te verbieden maar wel zwaar te belasten of beperkte reclamerechten uit te geven door een onafhankelijke organisatie die het algemeen belang bewaakt .
2. Voer direct een voorwaardenvrij basisinkomen in. Ieder burger heeft recht op een deel van de door de hele mensheid gecreëerde welvaart, die afkomstig is uit de inkomsten van de nieuwe gemeenschapssector.
3. De directe invoering van een Tobin belasting op het kapitaalverkeer of zeker op alle internationale deviezentransacties. Als dat 0,1 % zou bedragen zou dat 125 miljard dollar per jaar opleveren genoeg om de armoede in de wereld grotendeels op te lossen. De staat moet weer het beheer krijgen over de geldschepping en terughalen bij banken en financiële instellingen.
4. Het instellen van Toekomstraden (sluit aan bij het 10e gebod Eeuwigheid) . De democratie maar ook bedrijven hebben veelal een korte termijn perspectief. Naar analogie van een wijze raad van oudsten in een inheems dorp of indianenstam zou een groep van ervaren, wijze mensen over belangrijke beslissingen van de overheid een veto kunnen uitspreken. In Zwitserland, in de kantons Waadtland en Graubünden, bestaan ze al. “Deze organen hebben tot taak politieke besluiten te toetsen aan hun ecologische, sociale en technologische effecten voor de toekomst”.

Het laatste hoofdstuk van het boek gaat over de betekenis van een ecologische economie als anti-utopie. Weber maakt duidelijk dat het (neo-) liberalisme met de zogenaamde onzichtbare hand volgens Adam Smith wel een utopie is gebleken. Het najagen van individuele economische belangen op een vrije markt leidt niet tot een gemeenschappelijk nut/welzijn. Juist de ongebreidelde economische groei heeft grote schade toegebracht aan de mens, de natuur en het milieu. We hebben een economie met duidelijke grenzen nodig!

dinsdag 13 april 2010

Thorbeckelezing van Jan Marijnissen

Onderstaand artikel is geplaatst op de SP website, afdeling Eindhoven, in de rubriek nieuws vanaf 13 april 2010

Jan Marijnissen houdt Thorbeckelezing 2010

Vandaag houdt SP partijleider Jan Marijnissen de 9e Thorbeckelezing in de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer in Den Haag.
De titel luidt:”Dimmen of gasgeven : Hoe de parlementaire democratie overeind te houden in moeilijke tijden?”
Marijnissen treedt daarmee in de voetsporen van andere bekende politici en professoren. In 1998 heeft Frits Bolkenstein de reeks geopend . De meest bekende lezing was die van Hans van Mierlo “Democratie en politieke vernieuwing” in 2000. Bij zijn recente overlijden werd dit verhaal nog geroemd als het geestelijke fundament van D’66.
Jan Marijnissen is de directe opvolger van Hans Wiegel, die in 2008 de laatste Thorbeckelezing hield met de titel: “Hoe de boel bij elkaar te houden in turbulente tijden”? De titels vertonen grote overeenkomsten, maar de inhoud zal waarschijnlijk sterk van elkaar verschillen.
De meer bekende lezingen waren van Gerd Leers in 2005 met “Leiderschap in bange dagen” en Piet Hein Donner in 2007 met als titel:” Politieke vernieuwingen helpen ons niet vooruit”.
De lezingen zijn zo opgezet dat er behalve een hoofdspreker ook een 2e lezing, een zogenaamd co-referaat, wordt gehouden. Dat zal vandaag gedaan worden door filosoof en publicist Bart Jan Spruyt, waarna een debat wordt gehouden.
Verder wordt er op deze dag ook de Thorbeckeprijs voor welsprekendheid aan een politicus uitgereikt.
Juist in deze verkiezingstijd een mooie gelegenheid voor de SP om haar eigen visie over bestuurlijke dilemma’s naar voren te brengen.

In het algemeen wordt bij bestuurlijke vernieuwing veelal gedacht aan een gekozen minister-president of burgemeester en ook meer invloed van de burger op de politieke besluitvorming via een verplicht of raadgevend referendum.
Verder is er dan de discussie over de zin/functie van de Eerste Kamer of het inkrimpen van het aantal zetels in de Tweede Kamer. Recent is daar ook nog de discussie bijgekomen over het aantal ministeries en de samenvoeging van provincies en waterschappen. Zo is ook de SP voorstander van opheffing van waterschappen en deze onderbrengen bij provincies omdat het goedkoper en democratischer is. Het socialistische programma pleit ook voor minder ministeries waardoor een betere samenwerking en samenhang in beleid mogelijk wordt.

In het SP verkiezingsprogramma 2010-2015 is hoofdstuk 3 ”U moet het zeggen” het gedeelte dat gaat over democratie en bestuur. Daarin pleit de SP voor meer zeggenschap aan de burger o.a. via landelijke, regionale en gemeentelijke referenda. Zo was de SP ook voorstander om de Europese grondwet voor te leggen aan een volksraadpleging, wat echter niet gebeurd is uit angst voor een afwijzing zoals de eerste keer.
Het AOW voorstel en privatiseringsvoorstellen in de zorg, openbaar vervoer, energiebedrijven en woningcorporaties zouden in een referendum ook zeker gesneuveld zijn.
De SP pleit vooral voor een grondwettelijk recht van petitie, zodat burgers meer grip krijgen op het parlement. Indien voldoende burgers een bepaald onderwerp belangrijk genoeg vinden moeten de volksvertegenwoordigers er ook iets mee doen.
Jan Marijnissen zal mogelijk deze punten maar vooral ook een hele persoonlijke visie naar voren brengen.

SP en Verkiezingen

Onderstaand artikel is geplaatst op de SP-website, afdeling Eindhoven, bij de rubriek "ingezonden" vanaf 1 april 2010

Verkiezingsprogramma 2010-2015

Begin april heeft de SP haar concept verkiezingsprogramma aan de pers gepresenteerd. De reacties waren deels voorspelbaar, maar soms ook teleurstellend. Een aantal media en kranten noemden het programma klassiek.
Als dat over je meubilair wordt gezegd dan bedoelt men meestal ouderwets maar ook gedegen of robuust (van zwaar eikenhout gemaakt) en dus "lange tijd meegaat".
In die betekenis is de kwalificatie nog positief te noemen. Roemer liet ook voor de pers weten deze kwalificatie op te vatten als een compliment: "Men weet waar men bij de SP op kan rekenen".
Soms bedoelt men klassiek ook in de betekenis van conservatief. Dan wordt het voorbeeld aangehaald dat de SP (samen met de PVV) tegen verhoging van de AOW leeftijd is, tegen versobering van de sociale wetgeving en ook tegen versoepeling van de ontslagregelingen.
Ook hier past echter de positieve betekenis van conservatief namelijk "behoud van het goede" en niet dat de SP tegen alle veranderingen zou zijn. Integendeel, het nieuwe programma bevat tal van vernieuwings- en verbeteringsvoorstellen maar wel sociaal en rechtvaardig.
Het algemene motto was "een beter Nederland voor minder"!

De grootste, rechtse krant van Nederland, de Telegraaf, heeft het programma goed begrepen want zij kwamen met de kop "Succes wordt door SP fors afgestraft". Deze spreekbuis van de financieel welgestelden wil het publiek nog steeds doen geloven dat de rijken dat alleen te danken hebben aan hun succes en ondernemingszin.
Zij worden nu "gestraft" door een nieuw voorgestelde topbelasting van 65% en een verhoging van het bestaande toptarief van 52 naar 55%. Verder wordt de winst- of vennootschapsbelasting bij bedrijven verhoogd van 23 naar 30% en de renteaftrek beperkt tot 30% van het bedrijfsresultaat. De SP kiest er ook voor om de hypotheekrenteaftrek alleen nog maar te garanderen tot een hypotheeksom van maximaal €350.000,-. Daarboven vervalt de renteaftrek geleidelijk over een periode van 10 jaar.
Dat is echter geen straffen zoals de Telegraaf suggereert, maar een kwestie van de lasten eerlijk verdelen. Met een mooi woord ook wel solidariteit genoemd.
Het is trouwens ook zo dat rijkdom niet alleen een kwestie is van (economisch) succes. Het kan ook gaan om geërfd vermogen of "gegraai aan de top" vanwege het feit dat regelgeving nog steeds ontbreekt. Het CDA en de VVD hebben dat steeds tegengehouden.

In het nieuwe tv-programma "Oog in oog" van Sven Kockelman, afgelopen zondag, was Emile Roemer de eerste gast. Hij werd flink aan de tand gevoeld en moest op een enkel punt een antwoord schuldig blijven. Zo werd Roemer gevraagd naar een toelichting op een nieuw programmapunt, namelijk het streven naar wetgeving voor een inkomensplafond in het bedrijfsleven. Dat is inderdaad een nieuw voorstel dat veel verder gaat dat alleen de discussie over het aan banden leggen van de topinkomens in de publieke en semipublieke sector via de zogenaamde Balkenendenorm. De echte vraag is natuurlijk of de overheid op deze manier wel kan ingrijpen in het bedrijfsleven. Velen denken dat de overheid dat niet kan, maar vergeten daarbij dat de overheid dat al eerder heeft gedaan door een wettelijk minimuminkomen of loon, gerelateerd aan leeftijd, vast te stellen en dat jaarlijks ook te indexeren.

De stap naar een wet voor een maximumloon en ondernemersinkomen wordt juist door een meerderheid van de Nederlandse bevolking als zeer wenselijk beschouwd en zou daarom ook in de Tweede kamer een meerderheid moeten kunnen krijgen. Als het verschil tussen een dergelijk maximum en minimuminkomen dan ook nog hooguit een factor 10 of 12 zou bedragen, dan zouden we de enige Nederlandse econoom Jan Tinbergen, die de Nobelprijs heeft gekregen, eren. Tinbergen pleitte zelfs voor een factor 7.
Het is jammer dat Emile Roemer het belang van dit punt niet kon toelichten.
Juist de huidige inkomensongelijkheid is een doorn in de ogen van veel mensen en leidt tot frustratie en ongenoegen tegenover de politiek die er niets aan doet of vooralsnog wil doen.
Voor een werkelijk sociale en solidaire samenleving is deze stap echter noodzakelijk en minstens zo belangrijk als verbeteringen in het democratische stelsel en herstructurering van de overheid.

dinsdag 26 januari 2010

A new fair & green Deal !

Onderstaand artikel is geplaatst op de SP-website, afdeling Eindhoven, in de rubriek Ingezonden op 25 januari 2010

Commissiewerk
Nu de openbare hoorzittingen van de commissie, die onderzoek doet naar de oorzaken van de financiële crisis, onder leiding van De Wit Tweede Kamerlid van de SP, volop bezig zijn krijgen we een aardig beeld van de complexiteit van het onderwerp. Op vele fronten is er iets flink mis gegaan al zie je juist nu dat de verschillende partijen de vinger naar de ander wijzen.

De banken hebben onverantwoord gehandeld: ze hadden een veel te laag eigen vermogen (kernkapitaal) en met spaargeld en obligaties hebben ze vele ondeugdelijke producten (verpakte slechte hypotheken) verkocht. Ook hielden ze allerlei posten buiten de balans die niet opgemerkt of gecontroleerd konden worden door accountants. Ook het beloningsbeleid met bizarre topbonussen en “gouden” afvloeiingsregelingen zetten handelaren en managers aan tot risicovol gedrag. Dat alles om nog groter en nog meer rendement te halen.

Een ratrace die ergens moest eindigen, zoals nu ook gebeurd is. Helaas zijn de kosten nu voor de samenleving, terwijl de winsten grotendeels voor de banken zelf waren.
Banken en andere financiële instellingen konden dit allemaal doen omdat het toezicht heeft gefaald en het rentebeleid van de centrale banken zodanig was dat zij konden lenen tegen de laagste rentepercentages.

De overheid heeft ook gefaald door de banken nu grootschalig te steunen met gemeen- schapsgeld, terwijl een faillissement beter was geweest. Natuurlijk gaat dat ook met pijn gepaard zoals verlies van werkgelegenheid en geld voor personen en bedrijven die grote bedragen hadden uitstaan. Met de garantieregeling zouden kleine spaarders echter wel hun geld terugkrijgen. Bij een doorstart zouden de gezonde onderdelen dan een nieuwe kans krijgen.

Nationaal maar ook internationaal worden nu maatregelen genomen om herhaling te voorkomen. Er komen hogere eisen voor het eigen vermogen (Basel akkoord), er worden meer beperkingen gesteld aan de bonussen en er komt een strenger internationaal toezicht.
President Obama gaat in de VS nog verder door een extra belasting op te leggen aan banken, om het gemeenschapsgeld terug te halen nu de banken toch weer gigantische winsten maken.
Obama wil ook een scheiding aanbrengen tussen gewone spaarbanken en zakenbanken, zodat er niet meer risicovol gehandeld kan worden met spaargeld. Als laatste mogen banken niet meer onbeperkt groeien, nog maar tot een maximaal marktaandeel van 10%. Wouter Bos heeft deze extra maatregelen gelukkig ook toegejuicht zodat het hopelijk later kan leiden tot algemene internationale afspraken. Maar is dat allemaal genoeg ?

Er zal pas echt iets fundamenteels veranderen als we ook de enorme virtuele kapitaalstromen aan banden leggen, die vele malen groter zijn dan de kapitaalstromen in de reële economie.
Stromen van elektronisch geld dat in fracties van seconden de wereld over gaat om te speculeren in valutawisselingen, grondstofprijzen, aandelenkoersen, ja zelfs regimewijzingen!
Dat dit wereldwijd tot enorme catastrofen heeft geleidt kunnen we nalezen in het goed gedocumenteerde boek “De shockdoctrine“ van onderzoeksjournalist Naomi Klein .

Dat beurshandelaren winst kunnen maken bij stijgende prijzen of koersen kan iedereen zich wel voorstellen. Het perverse spel van “short gaan” betekent echter ook dat zij winsten kunnen maken als prijzen of koersen dalen! Het is zoiets als iemand de put inpraten. Bovendien is dan de verleiding groot om ook geruchten te verspreiden waardoor ook de koersen of prijzen daadwerkelijk dalen. Dan is het echt crimineel gedrag

Om dat allemaal aan te pakken hebben we wijze wereldleiders nodig die strenge wetgeving opstellen zoals president Rooseveldt dat gedaan heeft na de Tweede Wereldoorlog.

Daardoor hebben we wereldwijd tot aan het begin van de jaren zeventig
van de vorige eeuw een enorme groei van de economie en de welvaart gehad.
We moeten allemaal gaan inzien dat het geldverkeer de slagader is van een samenleving! Geld geeft mensen een inkomen en dus een bestaan, geeft bedrijven de kans om te investeren en nieuwe producten te ontwikkelen en legt de basis voor een samenleving waar onderwijs, gezondheidszorg, wetenschap, kunst en cultuur kunnen floreren.
Het bankieren moet weer een saai maar deugdzaam beroep worden in dienst van de samenleving. Net zoals een arts, een leerkracht en een politieagent hun kwaliteiten en energie inzetten voor de ander, de gemeenschap . Een “new fair & green deal” is nu nodig en dat is pas het begin van een solidaire samenleving !

maandag 4 januari 2010

Fair & Green Deal

Onderstaand artikel is geplaatst op de SP-website afdeling Eindhoven in de rubriek "Ingezonden" op 4 januari 2010

Duurzame Economie

Op donderdag 21 januari aanstaande zal aan de Universiteit van Tilburg de 3e conferentie plaatsvinden georganiseerd door een werkgroep van hoogleraren en maatschappelijke organisaties. De organisatie is in handen van het platform duurzame en solidaire economie onder leiding van professor Lou Keune.

Al eerder is hierover geschreven op dit weblog onder de titel "Duurzame economie".

Dit jaar is het thema "Fair & Green Deal, voorstellen voor een urgentie programma", en verwijst daarmee indirect naar de overheidsplannen van de VS regering en president Roosevelt na de grote depressie in de jaren 30 van de vorige eeuw onder de sprekende naam "New Deal".

De heersende crisis vroeg toen om stevige maatregelen om de economie uit het dal te trekken, de werkgelegenheid te stimuleren en de schrijnende armoede te verhelpen.

De wanhopige, economische situatie in combinatie met de substantiële, democratische winsten in de verkiezingen van 1932 maakten dat Roosevelt uitzonderlijke invloed had over het Amerikaanse congres gedurende de eerste maanden van zijn regering. Hij gebruikte deze invloed om snel een aantal uitzonderlijke maatregelen door te drukken om het wankelende banksysteem te stutten, de beurs te hervormen, de werklozen te hulp te komen en herstel van landbouw en industrie te bewerkstelligen.

Iets dergelijks hebben we in deze tijd ook nodig zo vinden een aantal hoogleraren om de wereldwijde financiële, economische, milieu-, energie- en armoedcrisis aan te pakken, te beginnen in Nederland . De eerdere conferenties hebben wel steunbetuigingen opgeleverd vanuit de politiek. Premier Balkenende heeft ook schriftelijk gereageerd dat hij de aanbevelingen mee zal nemen in zijn beleid.

De Sociaal Economische Raad heeft inmiddels van de regering de opdracht gekregen om met een advies te komen voor nieuwe graadmeters en indicatoren van duurzame en sociale groei. Die moeten als vervangers gebruikt gaan worden voor de huidige eenzijdige groei-indicator bruto binnenlands product (BBP).


Belangrijkste spreker op het congres is David Korten die een inleiding zal verzorgen. Deze voormalige professor aan de Harvard Business School is vooral bekend vanwege zijn laatste boek "Agenda for a new economy: from phantom wealth to real wealth".

Hij beweert dat de crisis is veroorzaakt door de bankiers van Wall Street. Zij hielden zich bezig met het creëren van 'phantom wealth': rijkdom die slechts bestond op de beurzen van Wall Street. Door deze fantoomrijkdom leek het alsof de economie constant aan het groeien was, terwijl het voor burgers juist zwaarder werd om de eindjes aan elkaar te knopen.

Volgens Korten moeten we van 'Wall Street' naar 'Main Street'; we moeten terug naar de basis waarin waarde wordt geproduceerd doordat er echte economische groei wordt gerealiseerd. Een economie die gebaseerd is op lokale gemeenschappen en die erop gericht is om het leven van alle mensen beter te maken, niet slechts om winst te maken. Een ambitieus verhaal, waarbij de vraag gerechtvaardigd is of hier ook politiek en maatschappelijk draagvlak voor bestaat: zijn we bereid om over de stappen op een andere manier van organisatie van onze economie? Hoe maak je die omslag en valt die überhaupt te realiseren? En wat betekent dat voor de mensen in ontwikkelingslanden, profiteren die hier ook van?

Eerdere boeken van Korten zijn "When Corporations Rule the World" en "The Great Turning: From Empire to Earth Community".

Verder zal er een internationaal debat plaatsvinden tussen J.Spangenberg (Sustainable Europe Research Institute), W. Wiertsema (ENDS) en twee Belgische wetenschappers van de Universiteit Brussel en Gent.

In de middag een parallelle paneldiscussie over een aantal verschillende onderwerpen zoals:
•mondiale herverdeling en eerlijke handel
•fair en green deal
•werkgelegenheid en inkomens
•hervorming financiële bestel
•welvaart en welzijn eerlijk meten.
Kortom een aanrader voor alle mensen die een solidaire samenleving nastreven !