maandag 20 september 2010

Rechten zijn onvoorwaardelijk!

Onderstaand artikel is ook gepubliceerd op de SP-website van de afdeling Eindhoven in de rubriek Ingezonden vanaf 20 september 2010

Rechten en Plichten: een ingewikkelde puzzel !

Steeds vaker worden rechten en plichten in een adem genoemd alsof ze vanzelfsprekend bij elkaar horen als een Siamese tweeling. De vraag is echter of dat ook werkelijk zo is of dat het een politieke truc is.
Bij Rechten met een hoofdletter denken we allereerst aan rechten zoals die ook in de grondwet zijn vastgelegd, zoals het recht op gelijke behandeling (artikel 1) of het recht op vrijheid (artikel 23). Vrijheid van godsdienst, vereniging en meningsuiting zijn fundamentele rechten waar geen verplichtingen tegenover staan.
De enige beperking of voorwaarde is de aanduiding op wie de rechten van toepassing zijn, dus bv alle Nederlandse burgers. Daarnaast kun je zeggen dat in het verlengde van deze rechten het ook om plichten vanuit de overheid gaat. Zij zullen deze vrijheden moeten beschermen of de voorwaarden creëren waaronder burgers hun vrijheden kunnen praktiseren. Anders gezegd zou je kunnen zeggen dat het recht van de een (lees burger) verplichtingen oplevert voor de ander (overheid).
Dat betekent dus dat rechten onvoorwaardelijk zijn! Voor iedere burger gelden deze grondrechten zònder enige tegenprestatie of voorwaarde!
Enige nuancering zou misschien kunnen gelden voor het recht op vrije meningsuiting waarbij de wetgever wel een beperking heeft ingebouwd namelijk dat dit recht niet mag uitmonden in openlijk haatzaaien, racistische of openlijke discriminatie. Deze beperking op de vrije meningsuiting is begrijpelijk omdat de vrijheid van de een geen afbreuk mag doen aan het principe van gelijkheid of gelijkwaardigheid van de ander .
Geert Wilders moet zich binnenkort vanwege mogelijk haat zaaien om die reden verantwoorden voor de rechtbank.
Geldt die onvoorwaardelijkheid dan ook voor rechten met een kleine letter?
Denk hierbij aan het recht op een minimum bestaansniveau of bijstandsuitkering en het recht op onderwijs, op goede gezondheidszorg?
Hier zie je dat de wetgever geleidelijk aan wel steeds meer drempels opwerpt en voorwaarden stelt. Het recht op een uitkering is gekoppeld aan bijvoorbeeld een sollicitatieplicht, of een acceptatieplicht bij passend werk, of plicht tot eigen bijdrage.
Dit zou je kunnen beschouwen als een aantasting van onze rechten. Ze worden steeds meer voorwaardelijk gemaakt.
Natuurlijk kunnen rechten en plichten onafhankelijk, maar wel naast elkaar bestaan. De overheid mag ook van burgers iets vragen of eisen. Denk aan eisen voor betrokken, verantwoordelijke burgers.
Dat lijkt ook redelijk om eventueel misbruik te voorkomen of om ervoor te zorgen dat overheidsgeld rechtvaardig wordt toegekend of om de burger ook verantwoordelijk te maken.
We bevinden ons daarmee echter op een glijdende schaal, waarbij de wetgever helaas steeds verder gaat.
Zo heeft het demissionaire kabinet, in de persoon van minister Donner, in het dossier sociale zekerheid, dat feitelijk controversieel is verklaard door de Tweede Kamer, toch twee omstreden wetsvoorstellen ingediend. Het ene voorstel wil langdurig zieke werklozen verplichten om te zoeken naar ander, vergelijkbaar werk, voordat ze in de ziektewet kunnen komen.. Het andere voorstel zorgt ervoor dat de periode van de werkeloosheidsuitkering niet meer verlengd wordt met de duur van de ziekteperiode . Een schaamteloos voorstel en typisch CDA.

Zo heeft demissionair minister president Balkenende in september bij de opening van het academische jaar op de Vrije Universiteit een lezing gegeven met de titel “vrijheid in verantwoordelijkheid” en daarbij fel uitgehaald naar bankiers en topmanagers vanwege de zeer hoge salarissen en bonussen. Geheel moreel verwerpelijk, vond hij . Daarna riep hij deze managers op om tot inkeer te komen en zich te beteren. Hij vond echter niet dat de overheid als wetgever iets zou moeten doen om dit gedrag te bestraffen dan wel te voorkomen. Balkenende blijft, tegen beter weten in, geloven in zelfregulering en verwacht wonderen van een moreel appèl . Hoe naïef kun je zijn!

dinsdag 24 augustus 2010

"Als de dollar valt" van Willem Middelkoop

Onderstaand artikel is gepubliceerd op de SP-website van Afdeling Eindhoven, in de rubriek Ingezonden, vanaf 28 augustus 2010


Een boekbespreking.

Dit in 2007 voor het eerst uitgegeven boek is inmiddels al in een zestiende druk verschenen, wat een groot succes genoemd mag worden, zeker voor een financieel-economisch boek. Middelkoop is een journalist, bekend als beurscommentator bij RTL Z en ook een graag geziene gast bij programma’s als “De Wereld draait door” en “Pauw & Witteman”. Uit interesse voor de economie en monetair beleid heeft hij in de VS gestudeerd en is daar ook in contact gekomen met de actiegroep GATA. Deze club strijdt voor openheid en transparantie in de wereld van het geld en de politiek.
In bijna 200 bladzijden beschrijft Middelkoop een aantal onderwerpen in de vorm van korte hoofdstukken die steeds beginnen met een vraag. Daardoor lijkt het bijna interactief in wisselwerking met een publiek. Dat maakt het boekje zeer toegankelijk en leesbaar. Dat er toch sprake is van een gedegen kennis en voorbereiding blijkt wel uit de literatuurlijst, achter in het boek, waar 120 wetenschappelijke bronnen genoemd worden.
Op de achterflap wordt vermeld dat Middelkoop de kredietcrisis al voorspelde voordat deze optrad. In het boekje wordt beschreven hoe het onstabiele financiële systeem kon ontstaan en wat de achtergronden van de kredietcrisis zijn.
In het voorwoord gebruikt Middelkoop citaten van vooraanstaande insiders, topbankiers, zoals Paul Volcker(oud-voorzitter Federal Reserve), Jelle Zijlstra(oud- president Nederlandse Bank) en Karl Blessing(oud president Duitse Bundesbank) die openlijk hebben verklaard dat het huidige internationale financiële stelsel vatbaar is voor stevige kritiek en de economie ernstig schaadt.
Middelkoop duikt ook de historie in om duidelijk te maken dat de Fed, het stelsel van Centrale Banken in de VS, in 1913 is ontstaan. De Federal Reserve Act heeft als gevolg dat het monopolie van de geldschepping niet meer bij de overheid, maar bij een stelsel van particuliere banken is gekomen. Dit ondanks het feit dat de grondwet voorschrijft dat de overheid de zeggenschap over het geld moet hebben.
Het belang ervan wordt ook duidelijk in het citaat van baron M. Rothschild uit de achttiende eeuw die zei:” Geef mij de controle over de nationale munt, dan maakt het me niets uit wie de wetten maakt”!
Middelkoop maakt in zijn boek duidelijk dat dit grote gevolgen heeft gehad en dat de Fed ongecontroleerd zelf actief heeft bijgedragen aan vele financiële crises om er vooral financieel beter van te worden.
Een tweede belangrijke oorzaak voor de wankele financiële situatie is de afhankelijkheid van de dollar die als officiële internationale reservemunt geldt sinds Bretton Woods . In 1944 was internationaal besloten dat alle valuta gedekt zouden gaan worden door de dollar en alleen die kon ingewisseld worden voor goud. Sindsdien werd de dollar de wereldmunt en werden grondstoffen (waaronder olie) verhandeld in dollars. Dat gaf de VS een geweldige voorsprong. Begin jaren 70 besloot president Nixon, ten tijde van de Vietnam-oorlog, eenzijdig de dekking met goud te beëindigen, nadat Europese Banken enorme hoeveelheden goud uit Fort Knox hadden opgevraagd. In de statuten van het IMF, een instelling die in 1944 is opgericht naast de Wereldbank, staat ook letterlijk dat het landen verboden is hun munt aan goud te koppelen. Sinds die tijd moeten we het feitelijk dus doen met ongedekt geld(papier)!
De Fed kan daardoor ongelimiteerd de papierpersen laten draaien en de enige “rem” die er dan nog is is dat de internationale gemeenschap op de hoogte is van de omvang van de geldstromen. Daarvoor publiceren Centrale Banken hun maandelijkse en jaarlijkse geldgroei in M3-indexcijfers. De gemiddelde groei in de EU bedroeg in 2008 ruim 12 % terwijl de economie maar 3 % groeide. Toch zal iedere econoom beweren dat de geldgroei in principe niet veel groter mag zijn dan de economische groei plus inflatie. De praktijk is dus anders. In feite is er dus sprake van een enorme onderhuidse geldontwaarding. Gek genoeg heeft de Fed in 2006 besloten om geen M3 cijfers meer te publiceren, met het argument dat het “geen relevante economische gegevens bevatte en maandelijkse publicatie te duur” is???!!! Dus geen pottenkijkers meer!
Ook is het zo dat de centrale banken hun feitelijke goudreserves niet meer publiceren of onder één noemer met goudvorderingen. Zo is het dus mogelijk dat Nederlands goud in de VS ligt, maar ook uitgeleend wordt aan Indiase handelaren.
We weten wel dat vanaf 1960 tot 2006 de hoeveelheid geld in de VS groeide van $ 500 miljard tot ruim $ 10.000 miljard en dus met een factor 20 en vooral exponentieel gestegen is vanaf de tweede helft van de jaren 90 van de vorige eeuw.
Daarnaast raken de overheidsfinanciën van de VS steeds meer in onbalans. De totale Amerikaanse schulden stegen met een factor 10 tot $ 50.000 miljard de afgelopen 50 jaar terwijl de economie maar met een factor 3 steeg in dezelfde periode tot $ 10.000 miljard (beide gecorrigeerd voor inflatie). Feitelijk zijn de VS dus failliet want ze hebben voor bijna 70 duizend miljard dollar aan ongedekte financiële verplichtingen, die nooit meer weggewerkt kunnen worden door overschotten op de betalingsbalans. Ook de betalingsbalans is al decennia scheef met meer uitgaven dan inkomsten. De enige uitweg is schuldsanering maar daar is de internationale gemeenschap niet toe bereid. Tot die tijd financiert de rest van de wereld de VS. De VS wanen zich echter oppermachtig en dicteren eenzijdig het internationale monetaire beleid. Dat de dollar een keer valt is dus volgens Middelkoop onvermijdelijk, al weten we niet wanneer. Volgens de van oorsprong Indiase econoom Ravi Batra en zijn boek uit 1985 “The great depression of the 1990’s” zal het huidige kapitalistische systeem voor 2025 in elkaar storten. Hij voorspelde ook correct de val van het communistische systeem.
We kunnen daarop wachten of hierop anticiperen doordat de internationale gemeenschap kiest voor een nieuw monetair stelsel waarbij de dollar haar speciale positie verliest en er een eerlijk en rechtvaardig systeem komt van wisselkoersen. Keynes wilde dit al in 1944 voorstellen via de invoering van de Bancor, maar dat werd door de Amerikanen van tafel geveegd.
Zo laat Middelkoop ook zien dat de berekening van het inflatiecijfer, waar veel economische factoren aan gerelateerd zijn (lonen, sociale uitkeringen, huren en pensioenen) gemanipuleerd wordt. De Fed en Amerikaanse overheid hebben er veel baat bij dat de inflatiecijfers laag zijn zodat het lijkt dat er meer economische groei is. Door verschillende financiële partijen wordt ernstig getwijfeld aan de inflatiecijfers. Zo zou de inflatie in de VS in 2006 niet rond de 4 procent (officieel) liggen, maar op ruim 6,7 procent. Hoe doet men dat? De goudprijs kunstmatig laag houden door grootschalige interventies, door het veranderen van de methode voor het berekenen van de inflatie en het niet meer publiceren van M3 groeicijfers. Econoom Williams publiceerde hierover in 2004 in het rapport “The consumer price index” (zie ook www.shadow-statistics.com). Een truc is om bijvoorbeeld het begrip kerninflatie (core-rate) te hanteren waarbij de (vaak stijgende) voedsel- en energieprijzen niet worden meegerekend. “Statisticians are damn good liers” !
Nog onthutsender zijn de feiten die Middelkoop heeft weten te achterhalen over de marktmanipulatie door de Fed. Vrije markten vormen de kern van het kapitalisme, maar alleen als het in het belang is van de VS. De Fed grijpt in op Wall Street en steunt beurskoersen van Amerikaanse bedrijven. Daarnaast intervenieert zij op de markten van goud, valuta en obligaties. De wet verbiedt echter dat de Fed actief ingrijpt in het economische verkeer. Na de beurscrash in 1987 besloot de Fed echter op gezag van Reagan om een Working Group on Financial markets in het leven te roepen dat in de volksmond het “plunge protection team” werd genoemd, dat in tijden van crises en paniek snel kan ingrijpen. Een heimelijk opererende commissie grijpt iedere keer in wanneer er een beurscorrectie (=daling van 2 of meer procent op een dag) aankomt. Dat is pure marktmanipulatie.
Op de valutamarkt in New York wordt dagelijks $ 130 miljard verhandeld, het dagelijkse handelsvolume van schatkistpapier ongeveer $ 110 miljard, terwijl de aandelenmarkt relatief klein is met een volume van AEX en Nasdaq van $ 17 miljard.
De financiële macht van de Fed is zo groot dat zij ook internationaal kunnen opereren en daarbij een heel land of regio in gevaar kunnen brengen door valutaspeculaties. In het boek “The shock doctrine” van Naomi Klein zijn daarvan voorbeelden gegeven.
Na zijn analyse van het financiële internationale stelsel, roept Middelkoop mensen op om vooral zekerheid te zoeken in goud of zilver. Zelf is hij ook hierin gaan handelen. Al met al is dit boek van Middelkoop een aanrader en getuigt van gedegen science faction!

dinsdag 15 juni 2010

Boek Emile Roemer

Onderstaand artikel is gepubliceerd op de SP-website, afdeling Eindhoven, in de rubriek Ingezonden, vanaf 16 juni 2010

Tot hier… en nu verder !
Een boekbespreking


In een handzaam boekje van zo’n honderd bladzijden geeft de nieuwe SP-lijsttrekker een inkijkje in zijn leven en wat zijn politieke drijfveren zijn. Emile is het 3e kind in een katholiek gezin met vier kinderen. Al vroeg aan de eetkamertafel leerde hij discussiëren over politieke en maatschappelijke kwesties, waarbij de linkse zoons vooral de politiek katholieke opvattingen van de ouders op de proef stelden.
Na een opleiding aan de pedagogische academie wilde hij onderwijzer worden maar kon in het begin (jaren 80) moeilijk werk vinden. In de tussenliggende periode heeft Emile ook allerlei ander eenvoudig werk gedaan als lader en losser van vrachtwagens en op een veevoederbedrijf waar zijn vader een administratieve baan had.
Hij kan het zelf niet verklaren, maar spreekt wel over een duidelijke roeping als het om het vak van onderwijzer gaat. Pas na een aantal keren vervanging van zieke leerkrachten kreeg hij uiteindelijk een vaste aanstelling aan een Jenaplanschool in Boxmeer. Gedurende tien jaar dat hij onderwijzer was heeft hij veel aandacht proberen te geven aan de kinderen, maar ieder op een individuele manier. De persoonlijke aandacht is cruciaal juist voor zwakkere leerlingen. Emile benadrukt ook het belang van kunstzinnig, creatief onderwijs zoals een jaarlijks toneelstuk. Hij zag timide kinderen opeens opbloeien als ze een hoofdrol kregen en konden schitteren.
Daarom kan Emile zich ook goed herkennen in de SP programmapunten voor het onderwijs, zoals kleinere klassen, meer beloning voor de leerkracht en extra investeringen in het onderwijs. Ook is hij extra kritisch tegenover nieuwe ontwikkelingen zoals competentiegericht leren dat zeker niet voor alle leerlingen een zegen of uitdaging is.
In Boxmeer is hij ook al vroeg actief geworden voor de SP door deur aan deur, zoals hij het zelf noemt, te colporteren. Ook daar heeft hij het discussiëren geleerd door met mensen het gesprek aan te gaan over politieke kwesties. Hij beschrijft ook enkele concrete acties die Emile en de SP afdeling en met steun van wijkbewoners in Boxmeer hebben uitgevoerd. Daarmee werd genoeg goodwill opgebouwd waardoor de SP later met twee fractieleden in de Gemeenteraad kon toetreden. Bij de volgende verkiezingen in 2002 kon de SP zelfs toetreden tot het gemeentebestuur in een coalitie met de VVD. Voor deze buitengewone situatie was een direct overleg met het partijbestuur nodig voordat Emile toestemming kreeg.
Emile werd wethouder sociale zaken en later locoburgemeester. Met voorbeelden maakt Emile duidelijk dat het heel belangrijk is om creatief met wet- en regelgeving om te gaan zodat je aan mensen maatwerk kunt bieden. Dat betekende een ambtelijke cultuuromslag want gemeenteambtenaren zijn geneigd om strikt en formeel met regels om te gaan. Een uitgesproken voorbeeld is ook hoe de renovatie van een straat is opgepakt door te beginnen bij de buurtbewoners. Samen met bewoners werd een plan ontwikkeld dat later door de gemeente is uitgevoerd. Deze ervaringen brachten Emile tot de overtuiging, zoals ook in het partijprogramma staat te lezen, dat mensen meer inspraak moeten krijgen in buurten, het werk en de politiek. Dat leidt tot betere (soms zelfs goedkopere) resultaten, meer draagvlak en vooral meer tevredenheid.
Eind 2006 wordt Emile door het partijbestuur naar Den Haag geroepen om de tweede kamerfractie te versterken, iets wat hij jaren daarvoor nog had afgewezen omdat hij in Boxmeer nog belangrijk werk had te doen. Als woordvoerder Verkeer en Waterstaat heeft hij zijn steentje kunnen bijdragen.
Emile laat ook zien over enig historisch besef te beschikken, zoals dat van een goede onderwijzer mag worden verwacht, door de regeringsperiode van Colijn aan te halen. In die jaren 30 van de vorige eeuw verkeerde het land ook in een economische crisis en juist door overmatige overheidsbezuinigingen duurde de crisis in Nederland veel langer. Van die les zouden we moeten leren, juist nu !

Vanaf het voorjaar 2010 heeft hij zichzelf kandidaat gesteld voor het lijsttrekkerschap nadat Agnes Kant plotseling was teruggetreden. De verkiezingscampagne heeft hij met veel energie geleid. Zijn kordate en humorvolle optreden in vele debatten heeft ervoor gezorgd dat de SP in de peilingen weer is gestegen en op 9 juni uitkwam op 15 zetels, terwijl het lange tijd rond de 10 zetels heeft geschommeld. Een mooi resultaat!
Er worden hem nu al bijnamen gegeven als GVR (grote vriendelijke reus naar het boekje van Roald Dahl) en knuffelbeer, al wil hij liever geen eenzijdig etiket opgeplakt krijgen.

Het boekje eindigt met de tekst van het SP-lied “De mens is meer” van Karel Glastra van Loon, kennelijk ook het lijflied van Emile, dat bondig de kernpunten van de SP verwoordt.
Al met al een zeer lezenswaardig boekje voor het grote publiek en zonder diepgaande beschouwingen dat voor SP-leden zelfs met korting kan worden aangeschaft.

maandag 7 juni 2010

Duurzaamheid in de Pers

Onderstaand artikel is gepubliceerd op de SP-website, afdeling Eindhoven, rubriek Ingezonden vanaf 8 juni 2010

Duurzaamheidsinitiatieven

De laatste weken zijn er verschillende nieuwe projecten en initiatieven
op het gebied van duurzaamheid gepresenteerd. Enkele daarvan licht ik er even uit.
In Limburg is er door Gedeputeerde Staten goedkeuring gegeven aan het realiseren van twee nieuwe duurzame energiecentrales in Maastricht en een in (Greenport) Venlo. De provincie laat hiermee zien dat nieuwe kolencentrales of kerncentrales geen toekomst hebben, maar kiest bewust voor een combinatie van zonne-, wind-, water-en biomassa-energie als werkelijk duurzaam alternatief.In Venlo zullen 3,2 ha zonnepanelen worden aangelegd die 4,2 Megawatt leveren. Daarnaast 5 windturbines die 15 Megawatt leveren en een biomassaverbrandingsinstallatie van 10 Megawatt
Het gaat om investeringen ter waarde van € 140 miljoen. De provincie Limburg draagt zelf € 7,5 miljoen bij. Samen dekken de twee energiecentrales de energiebehoefte van 65.000 huishoudens. Daarmee worden de provinciale milieudoelstellingen ruimschoots gehaald.

In Gelderland wordt € 2,6 miljoen geïnvesteerd in de ontwikkeling van waterstof- brandstofcellen in elektrische aangedreven stadsbussen die in Arnhem zullen gaan rijden. Deze bussen geven geen CO2 uitstoot en zijn niet afhankelijk van accu's die toch een beperkt vermogen en dus bereik hebben. Deze hybride vorm is veelbelovend.
In Den Bosch rijden er al drie elektrische bussen, omgebouwd door All green Vehicles. Je kunt er ook een van de vier elektrische auto's huren of een
elektrische scooter. Noord-Brabant is ook volop actief met het aanleggen van een netwerk met elektrische oplaadzuilen door Enexis (onderdeel Essent). De gemeente streeft ernaar om voor juli 2010 vijftig elektrisch aangedreven voertuigen binnen de gemeentegrenzen te hebben rijden. De gemeente Den Bosch en de provincie Noord-Brabant steken elk een miljoen euro in het vervoerproject. Het provinciebestuur heeft de ambitie uitgesproken dat voor 2020 minstens 200 duizend elektrische auto's in Brabant zullen rondrijden.

In de VS is er een bedrijf Solar Roadways dat een systeem ontwikkeld heeft dat het mogelijk maakt om zonnepanelen in het wegdek van snelwegen aan te brengen.
Afgelopen maand kreeg de onderneming 100.000 dollar subsidie van de US Ministerie van Transport om deze techniek verder te ontwikkelen en te vermarkten. Binnen enkele jaren moet het asfaltzonnepaneel op de markt zijn. De bedoeling is om de Amerikaanse (en Europese) wegen in ware krachtcentrales te veranderen. Het systeem bestaat uit panelen van 3,5 bij 3,5 meter die per stuk 7,6 KWatt stroom per dag produceren. Elk paneel kost 6900 dollar. De bovenkant bestaat uit een rijoppervlak gemaakt uit gerecycled glas. Dat klinkt glad,maar door een nieuw procedé is de weg net zo ruw als een gewone rijbaan, terwijl water door kleine openingen snel weg kan lopen. De belangrijkste eigenschap van deze bovenkant is dat het zonlicht doorlaat, dat valt op zonnepanelen in de weg. Die zetten het licht om in energie, waardoor de weg
elektriciteit opwekt. Onder de panelen zit een betonnen basislaag, die de weg stevig-heid en duurzaamheid geeft. De slimme weg is niet alleen groen, maar ook nog voorzien van energiezuinige LED-lampjes. Dat geeft de beheerder van de weg de gelegenheid om bijvoorbeeld waarschuwingen als een maximum snelheid op de weg af te beelden.
Een laatste bericht op dit gebied kwam uit Utrecht waar een Duurzaamheidsverklaring gepresenteerd is onder leiding van Herman Wijffels. Werkgroepen van 7 verschillende politieke partijen hebben deze verklaring voor duurzame ontwikkeling opgesteld en ondertekend. Helaas was de SP hier niet bij betrokken. Nederland heeft nieuwe energie nodig. Daarom pleit dit partij-overstijgende voorstel voor een versnelde omslag naar een volledig hernieuwbare energievoorziening in 2050. De jaarlijkse energiebesparing wordt opgeschroefd naar 3% en de jaarlijkse groei in hernieuwbare energie wordt versneld naar 7%.
Burgers en bedrijven willen dat de overheid krachtig en inspirerend leiderschap
toont. Daarbij hoort een consistente lange termijn koers met een samenhangend pakket aan beleidsinstrumenten. Men noemt dit ambitieus een soort Deltawet, maar dan voor duurzame energie.
Een voorwaarde daarbij is een wettelijk vastgelegd teruglevertarief dat zorgt voor een consistent en stimulerend investeringsklimaat ten aanzien van hernieuwbare energie en warmtekrachtkoppeling. Een ander punt is de consequente invoering en stapsgewijze aanscherping van het algemeen aanvaarde principe dat de vervuiler betaalt door fiscale vergroening. Een Nationaal Energietransitie Fonds bevordert de financiering van energiebesparende maatregelen en investeringen in opwekking van hernieuwbare energie.
Alle energieleveranciers in Nederland moeten wettelijk een toenemend aandeel hernieuwbare elektriciteit in hun energiemix hebben. Nieuwbouw van conventionele centrales is in economische en ecologische zin niet verantwoord. De overheid bevordert energie-efficiënt gedrag door onder meer een sterk verbeterd openbaar vervoer, strengere productnormen en verplichte toepassing van energiebeheer in gebouwen. Als we onze welvaart en welzijn in de komende decennia willen zekerstellen, dan moeten we bereid zijn om de doodlopende weg van onze verspillende en vervuilende economie te verlaten en juist nu te kiezen voor de nieuwe energie die Nederland nodig heeft.

donderdag 20 mei 2010

SP in de Media

Verkiezingstijd

Zo’n drie weken voor de verkiezingen zijn alle partijen druk bezig zich te profileren, zo ook de SP. Met name de afgelopen week heeft de SP op een uitgesproken manier de media gehaald.
Allereerst was er deze week(18 mei) een uitgebreid artikel in de Telegraaf met als kop:”De SP vraagt om opheldering”. De SP had uitgezocht dat het topsalaris bij ontwikkelingsorganisatie SNV ruim € 180.000 bedroeg voor 2009 en dat is hoger dan de afgesproken norm voor een ontwikkelingsorganisatie onder de DG-code. Het salaris van een directeur van een dergelijke instelling mag niet meer bedragen dan het salaris van een directeur-generaal bij een ministerie en dat is € 121.000.
Dat past dus helemaal niet bij een organisatie die nota bene voluit heet Stichting Nederlandse Vrijwilligers (SNV). De SNV draait bijna volledig op overheidsgeld voor een bedrag van € 90 miljoen Euro per jaar.
Zelfs oud FNV-voorzitter Lodewijk de Waal, die momenteel voorzitter is van de raad van toezicht, heeft ingestemd met dit nieuwe beloningsbeleid. Dat is raar omdat hij in het verleden als vakbondsbestuurder vaak geageerd heeft tegen exorbitante topsalarissen in het bedrijfsleven, maar het nu opeens geen probleem vindt.
Behalve SNV-directeur Elsen zijn er in 2009, door een verandering van de bestuursstructuur, nog twee directeuren bijgekomen waarvan de salarissen nog niet openbaar zijn gemaakt. Tegelijkertijd werden er door bezuinigingen SNV-medewerkers op de Balkan en in Latijns-Amerika ontslagen. Daarmee lijkt ontwikkelingssamenwerking steeds meer een business, met marktconforme salarissen, te zijn geworden ondanks het feit dan het een non-profit Stichting is, die draait op gemeenschapsgeld !

Een tweede belangrijk en heugelijk bericht kwam uit de Tweede Kamer. Voormalig fractieleider van de SP Agnes Kant heeft daar haar initiatiefwetsvoorstel toegelicht en verdedigd. Een nieuwe wet die de marktwerking in de thuiszorg moet terugdringen.
Dankzij voortschrijdend inzicht was de PvdA nu opeens wel voor dit wetsvoorstel en daarmee lijkt er nu ook een kamermeerderheid te zijn. Dat zou een prachtig afscheidscadeau zijn voor de jarenlange inspanningen juist in haar laatste werkweek als volksvertegenwoordiger.

Gisteravond (19 mei) heeft de nieuwe partijleider Emile Roemer ook zijn eerste échte vuurdoop gehad. In het, uit de kast gehaalde en afgestofte, tv-programma Lagerhuis moest Emile aantreden en in discussie gaan met het publiek en D’66 leider Alexander Pechtold. De besproken thema’s waren de mogelijke regeringscoalities, de studiefinanciering en de pensioenleeftijd. Op al deze punten hebben beide partijen tegengestelde voorstellen gedaan.
De eerste aanval van Pechtold was de uitspraak dat de SP conservatief is, omdat zij de pensioenleeftijd op 65 jaar wil laten en de studiefinanciering alsook de sociale verzekeringen wil behouden. Roemer wist dit handig te pareren door aan te geven dat de SP juist een progressieve sociale partij is. Roemer liet zien dat hij over genoeg algemene en feitelijke kennis maar vooral ook overtuigingskracht beschikt tegenover de doorgewinterde debater Pechtold. Het was ook veelzeggend dat juist Roemer het laatste woord kreeg van presentator Witteman.

Vandaag kwamen ook de resultaten van het Centraal Planbureau (CPB) die de verkiezingsprogramma ’s heeft doorgerekend op effecten voor de economie, het milieu, de werkgelegenheid, de overheidsfinanciën en het besteedbaar inkomen voor de burger. Daaruit blijkt dat bij de SP er zelfs sprake is van een koopkrachtstijging van € 1,25 miljard, in tegenstelling tot alle andere partijen behalve de PvdA en Groen Links. Bij Groen Links blijft de gemiddelde koopkracht gelijk en bij de PvdA verbetert die licht met € 0,25 miljard . In de huidige ernstige economische crisis moeten de bezuinigingen bij de overheid dus niet afgewenteld worden op de gewone burger.
Het CPB heeft geen verdere onderverdeling gemaakt naar koopkrachteffecten voor verschillende inkomensklassen. Het is echter duidelijk dat de effecten het grootst zijn voor de lagere inkomens en dat de hogere inkomens wel een extra bijdrage moeten leveren (onder andere door verhoging van het hoogste tarief bij de inkomsten- belasting, een nieuwe inkomensafhankelijke premie bij de ziektekostenverzekering en het afschaffen van hypotheekrenteaftrek bij huizen met een waarde van meer dan € 3,5 ton). Al met al solidaire en eerlijke voorstellen. Alleen maar focussen op economische groei en een verantwoord financieel overheidsbeleid leidt af van de hoofdvraag: “Hoe is het gesteld met het welzijn van de gewone burger en hoezeer worden zij getroffen door de crisis en verdienen daarom juist de steun van de overheid?”.
Opvallend was ook dat de SP het meeste geld uittrekt voor de zorg de komende kabinetsperiode, terwijl de andere partijen daarop bezuinigen.
Tegelijkertijd zijn de SP voorstellen goed genoeg om de komende 4 jaar toch 11 miljard te bezuinigen op het overheidstekort en dat is evenveel als de PvdA en Groen Links. De VVD en CDA bezuinigen veel meer, respectievelijk 20 miljard en 18 miljard, maar duidelijk wel ten koste van de burger en de lagere inkomensgroepen.
Met deze resultaten mag de SP trots zijn en met opgeheven hoofd de campagne in gaan!

dinsdag 11 mei 2010

Boekbespreking Biokapitaal

Onderstaand artikel is gepubliceerd in het tijdschrift Driegonaal, jaargang 31, nummer 5/6, december 2010

Andreas Weber
“Biokapitaal: De verzoening van economie, natuur en menselijkheid”



Dit boek, in 2010 in een Nederlandse vertaling uitgegeven door Ankh-Hermes, bevat een schat aan informatie over de economie maar ook over ecosystemen en filosofie.
De in Berlijn woonachtige 43-jarige auteur studeerde biologie en filosofie, maar heeft ook een ecoloog als vader en een econoom als moeder. Hij put dan ook uit verschillende wetenschappen, die voor hem als voedingsbronnen dienen. Dat is meteen opvallend te herkennen in het woordenregister, waar namen van beroemde economen, ecologen en filosofen afgewisseld worden met namen van plant- en diersoorten. In het boek is het ook herkenbaar door de afwisseling tussen enerzijds beeldende en deskundige beschrijvingen van de natuur en landschappen en anderzijds filosofische betogen, waarbij hij diepzinnig formuleert in lange volzinnen.

Het boek begint met een citaat uit 1945 van John Maynard Keynes, een van de belangrijkste grondleggers van het gereguleerde marktkapitalisme. Het luidt: “De dag is niet ver meer dat het economische vraagstuk naar de achterste rij zal worden verwezen, waar het thuishoort. Dan zullen hart en hoofd zich weer met onze eigenlijke problemen bezighouden: de vraag naar de zin van het leven en menselijke relaties, de schepping, ons gedrag en de religie”.
Deze uitspraak is de beste inleiding op het boek want de eerste hoofdstukken gaan over levensgeluk, de werkelijke waarde van het leven, de economie van het levensgeluk alsof de voorspelling van Keynes al realiteit is geworden. Weber maakt duidelijk dat niet economische groei, of meer materiële goederen/bezittingen ons werkelijk gelukkig maken. Integendeel, het maakt ons afhankelijk en onvrij.

Het kernhoofdstuk gaat over de tien geboden van een humanistische economie gebaseerd op: vrijheid, verbondenheid, waarachtigheid, grenzen, onvoorwaardelijkheid, kleinschaligheid, productiviteit, integriteit, werkelijkheid en eeuwigheid.
Als alternatief voor het doorgeschoten neo-liberalisme gebruikt Weber meestal de term humanistische economie omdat het draait om het welzijn van de mens (nu en toekomstige generaties) maar hij gebruikt ook termen als humanistische ecologie, ecologische economie en in de titel Biokapitaal. Dat is verwarrend en daarom vind ik de titel wat ongelukkig gekozen.

Weber maakt duidelijk dat het neo-liberalisme, de “laisser faire” benadering in de economie, eigenlijk de toepassing is van het Darwinisme. De natuur (en de economie) moet volledig zijn gang kunnen gaan. De evolutie is het natuurlijke gevolg van processen van concurrentie en aanpassing en zo zorgt ook de markt voor de beste economische resultaten.
Als bioloog stelt Weber echter dat de natuur en ook de economie juist duidelijke grenzen nodig hebben om gezonde kringlopen en voldoende diversiteit voort te brengen. Vandaar dat de term ecologische economie, beter dan humanistische economie, deze denkwijze het beste samenvat. Een economie die zich verantwoordt gedraagt binnen een ecologisch systeem of ecologische randvoorwaarden. Weber hecht daarom ook zeer aan de benadering van de Duitse chemisch ingenieur Baumgarten en de Amerikaanse architect McDonough, bekend geworden in het principe Craddle to Craddle(en gelijknamige boek). Producten en productieprocessen zouden zodanig ontworpen moeten worden dat afvalproducten of volledig zonder kwaliteitsverlies hergebruikt kunnen worden óf als voedingstof voor de natuur dienen.
Alleen zo kun je grondstoffen duurzaam hergebruiken en zijn economische activiteiten een weldaad voor de natuur en het ecosysteem.
De auteur gebruikt ook op meerdere plaatsen het voorbeeld van de biologische of ecologische landbouw. Een landbouwmethode die gezonde, natuurlijke producten voortbrengt zonder schade aan het ecosysteem. De gangbare, meestal grootschalige, landbouw daarentegen gebruikt grote hoeveelheden kunstmest, zware landbouwwerktuigen en gewasbeschermings-middelen (lees onkruidverdelgers) die de aarde en de natuur uitputten en zelfs zware schade toebrengen. Weber heeft kennelijk nog nooit gehoord van de biologisch dynamische landbouw, die nog verder gaat door het gebruik van preparaten die de bodemkwaliteit verbeteren en rekening houdt met planetaire cycli bij het zaaien en oogsten van gewassen.
Weber beweert zelfs dat onderzoeken in ontwikkelingslanden hebben aangetoond dat de omschakeling naar ecologische landbouw gemiddeld leidt tot een productieverhoging van ruim 90% (bron: McKibben 2007 “Deep Economy” en ook “Het einde van de natuur”Anthos Baarn).

Het voert te ver om alle 10 geboden uitgebreid te bespreken. Een aantal zal ik wel aanhalen.
1e Gebod: Vrijheid. “Een zo groot mogelijke autonomie van de individuele participant is de fundamentele voorwaarde voor een humanistische economie”. De vrijheid zal gezond werken in relatie tot het 2e gebod Verbondenheid. Er moeten ook duidelijke grenzen gesteld worden, terugkoppelingen noemt Weber dat. “Een opgedeeld economisch systeem waarbij de kleine bestanddelen elkaar wederzijds controleren, met elkaar concurreren en elkaar ondersteunen. We hebben duidelijke doelen nodig die niet door de overheid worden bepaald maar waarvan de totstandkoming aan de participanten wordt overgelaten”. Dit komt heel dicht in de buurt van wat Rudolf Steiner genoemd heeft de noodzaak van een associatieve economie.
Producenten, handelaren en consumenten overleggen onderling over hoeveelheid, kwaliteit en prijs van benodigde producten in een associatie.
3e Gebod: Waarachtigheid. Weber pleit hier voor transparante prijzen, waarbij alle kosten van natuur, milieu en samenleving ook meegenomen worden. “Internaliseer alle kosten”, Als de prijzen vrij mogen weerspiegelen waar schaarste en vraag heersen, zou het gebrek aan stabiliteit in de dampkring en de ecosystemen ook in de werkelijkheid zichtbaar worden. Maar zo beweert Weber de transparantie kan niet alleen door middel van prijzen bewerkstelligd worden. “Het vraagstuk van het algemeen of gemeenschappelijk bezit (de prestaties die de natuur levert) speelt ook een rol, die zullen kunstmatig ook in de prijzen meegenomen moeten worden”.
4e Gebod: Grenzen. “Een gezonde economie kan alleen functioneren als er een efficiënte verdeling van goederen is én de grondstoffen en goederen van de aarde rechtvaardig over alle bewoners van de aarde worden verdeeld!” Weber introduceert daarvoor Trusts, los van de overheid en de economie staande organisaties, die het algemeen bezit en beheer bewaken. Zo noemt hij natuurtrusts voor het beheer van water en natuur en een dampkringtrust, waar rechten geveild worden voor alle stoffen die in de atmosfeer terecht komen. Hij pleit zelfs voor een biodiversiteitstrust. Het menselijk erfgoed moet beschermd worden en mag geen particulier eigendom zijn! “Behalve de dampkring, landschappen, wateren, natuurgebieden en de genetische informatie over mensen en andere levensvormen, zouden we ook de infrastructuur van de samenleving( wegennetten, gezondheidszorg, informatienetwerken, cultuur en het financiële bestel) als gemeenschappelijk bezit moeten zien”.
Ook hier is het maar een kleine stap naar het gedachtegoed van R.Steiner die alle grond, natuur en productiemiddelen wilde onteigenen en in handen leggen van Stichtingen of Trusts. Dat moet een definitief einde maken aan de zelfverrijking van een kleine groep mensen die de helft van alle rijkdommen op aarde bezit.
“Grenzen stellen is een weg naar waarachtige prijzen, want grenzen signaleren schaarste”. Onder de juiste randvoorwaarden zal het wenselijke vanzelf de overhand krijgen. De tien geboden zijn daarvoor bedoeld.
De volledige overgang naar een ecologische landbouw, een volledige overstap naar een duurzame energieopwekking via zon, wind en water en de industrie als ecosysteem zijn dan de logische gevolgen.
Andere verrassende voorstellen zijn:
1. Reclames zijn een doorn in het oog van Weber. Hij pleit er niet voor om alle reclame te verbieden maar wel zwaar te belasten of beperkte reclamerechten uit te geven door een onafhankelijke organisatie die het algemeen belang bewaakt .
2. Voer direct een voorwaardenvrij basisinkomen in. Ieder burger heeft recht op een deel van de door de hele mensheid gecreëerde welvaart, die afkomstig is uit de inkomsten van de nieuwe gemeenschapssector.
3. De directe invoering van een Tobin belasting op het kapitaalverkeer of zeker op alle internationale deviezentransacties. Als dat 0,1 % zou bedragen zou dat 125 miljard dollar per jaar opleveren genoeg om de armoede in de wereld grotendeels op te lossen. De staat moet weer het beheer krijgen over de geldschepping en terughalen bij banken en financiële instellingen.
4. Het instellen van Toekomstraden (sluit aan bij het 10e gebod Eeuwigheid) . De democratie maar ook bedrijven hebben veelal een korte termijn perspectief. Naar analogie van een wijze raad van oudsten in een inheems dorp of indianenstam zou een groep van ervaren, wijze mensen over belangrijke beslissingen van de overheid een veto kunnen uitspreken. In Zwitserland, in de kantons Waadtland en Graubünden, bestaan ze al. “Deze organen hebben tot taak politieke besluiten te toetsen aan hun ecologische, sociale en technologische effecten voor de toekomst”.

Het laatste hoofdstuk van het boek gaat over de betekenis van een ecologische economie als anti-utopie. Weber maakt duidelijk dat het (neo-) liberalisme met de zogenaamde onzichtbare hand volgens Adam Smith wel een utopie is gebleken. Het najagen van individuele economische belangen op een vrije markt leidt niet tot een gemeenschappelijk nut/welzijn. Juist de ongebreidelde economische groei heeft grote schade toegebracht aan de mens, de natuur en het milieu. We hebben een economie met duidelijke grenzen nodig!

dinsdag 13 april 2010

Thorbeckelezing van Jan Marijnissen

Onderstaand artikel is geplaatst op de SP website, afdeling Eindhoven, in de rubriek nieuws vanaf 13 april 2010

Jan Marijnissen houdt Thorbeckelezing 2010

Vandaag houdt SP partijleider Jan Marijnissen de 9e Thorbeckelezing in de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer in Den Haag.
De titel luidt:”Dimmen of gasgeven : Hoe de parlementaire democratie overeind te houden in moeilijke tijden?”
Marijnissen treedt daarmee in de voetsporen van andere bekende politici en professoren. In 1998 heeft Frits Bolkenstein de reeks geopend . De meest bekende lezing was die van Hans van Mierlo “Democratie en politieke vernieuwing” in 2000. Bij zijn recente overlijden werd dit verhaal nog geroemd als het geestelijke fundament van D’66.
Jan Marijnissen is de directe opvolger van Hans Wiegel, die in 2008 de laatste Thorbeckelezing hield met de titel: “Hoe de boel bij elkaar te houden in turbulente tijden”? De titels vertonen grote overeenkomsten, maar de inhoud zal waarschijnlijk sterk van elkaar verschillen.
De meer bekende lezingen waren van Gerd Leers in 2005 met “Leiderschap in bange dagen” en Piet Hein Donner in 2007 met als titel:” Politieke vernieuwingen helpen ons niet vooruit”.
De lezingen zijn zo opgezet dat er behalve een hoofdspreker ook een 2e lezing, een zogenaamd co-referaat, wordt gehouden. Dat zal vandaag gedaan worden door filosoof en publicist Bart Jan Spruyt, waarna een debat wordt gehouden.
Verder wordt er op deze dag ook de Thorbeckeprijs voor welsprekendheid aan een politicus uitgereikt.
Juist in deze verkiezingstijd een mooie gelegenheid voor de SP om haar eigen visie over bestuurlijke dilemma’s naar voren te brengen.

In het algemeen wordt bij bestuurlijke vernieuwing veelal gedacht aan een gekozen minister-president of burgemeester en ook meer invloed van de burger op de politieke besluitvorming via een verplicht of raadgevend referendum.
Verder is er dan de discussie over de zin/functie van de Eerste Kamer of het inkrimpen van het aantal zetels in de Tweede Kamer. Recent is daar ook nog de discussie bijgekomen over het aantal ministeries en de samenvoeging van provincies en waterschappen. Zo is ook de SP voorstander van opheffing van waterschappen en deze onderbrengen bij provincies omdat het goedkoper en democratischer is. Het socialistische programma pleit ook voor minder ministeries waardoor een betere samenwerking en samenhang in beleid mogelijk wordt.

In het SP verkiezingsprogramma 2010-2015 is hoofdstuk 3 ”U moet het zeggen” het gedeelte dat gaat over democratie en bestuur. Daarin pleit de SP voor meer zeggenschap aan de burger o.a. via landelijke, regionale en gemeentelijke referenda. Zo was de SP ook voorstander om de Europese grondwet voor te leggen aan een volksraadpleging, wat echter niet gebeurd is uit angst voor een afwijzing zoals de eerste keer.
Het AOW voorstel en privatiseringsvoorstellen in de zorg, openbaar vervoer, energiebedrijven en woningcorporaties zouden in een referendum ook zeker gesneuveld zijn.
De SP pleit vooral voor een grondwettelijk recht van petitie, zodat burgers meer grip krijgen op het parlement. Indien voldoende burgers een bepaald onderwerp belangrijk genoeg vinden moeten de volksvertegenwoordigers er ook iets mee doen.
Jan Marijnissen zal mogelijk deze punten maar vooral ook een hele persoonlijke visie naar voren brengen.