vrijdag 7 januari 2011

Kleinschalige, intermediaire Technologie


E.F.Schumacher. Foto: www.laprogressive.com

“Hoe Kleiner, hoe beter!” van E.F.Schumacher
- een boekbespreking –

Fritz (roepnaam) Schumacher werd in 1911 geboren in Bonn. Zijn vader was een hoogleraar in de economie en de wetenschap van de politiek. Fritz studeerde economie en wetenschap van de politiek in Oxford en vervolgde zijn studie later aan de Columbia Universiteit in New York. In 1934 keerde hij terug in Duitsland maar vluchtte in 1937 naar Engeland vanwege het opkomende nazisme. Twintig jaar was hij in dienst van de Britse Staatsmijnen. Vanaf 1970 werd hij directeur van Scott Bader & Co, een bedrijf op basis van arbeiderszelfbestuur.

Dit al in 1979 uitgegeven boek heeft als oorspronkelijke titel “Good Work” is het laatste in een reeks van 3 boeken en is pas 2 jaar na de dood van Fritz Schumacher verschenen. Een collega en vriend heeft het boekje samengesteld op basis van een aantal lezingen die Schumacher in zijn laatste levensjaar hield in de VS. De meeste mensen kennen vooral zijn eerste boekje “Small is Beautiful”(in 1973 in Nederland uitgegeven onder de titel “Hou het klein”).


Het minst bekend is zijn tweede boekje “Gids voor de verdoolden” (gide for the perplexed) dat meer een filosofisch raamwerk is, een gids naar de morele waarden. Het eerste boek werd een groot succes en heeft er grote groep mensen geïnspireerd en daarmee is hij de geestelijk vader van de kleinschaligheidsbeweging geworden.
In Nederland vertegenwoordigt door Stichting Mens en Milieuvriendelijk Ondernemen (MeMo), de Kleine Aarde, de Twaalf Ambachten, Stichting Kleinschalig Ondernemen (Stok) etc.

Maar ook vakgroepen van Technische Universiteiten en Hogescholen hadden wel een studie- of werkgroep Aangepaste of Intermediaire technologie die zich met de ideeën van Schumacher bezig hielden, zo ook aan de TU/e waar ik zelf gestudeerd heb vanaf 1977-1984.
Mede ook door zijn ideeën was ik samen met enkele medestudenten van de studierichting Technische Bedrijfskunde actief om een boekje en tentoonstelling over Kleinschalig Ondernemen te ontwikkelen die later door heel Nederland heeft gereisd. Ook stonden wij aan de wieg van de oprichting van een Bedrijfskunde Wetenschapswinkel, die ruim 25 jaar heeft bestaan. Tijdens mijn studie heb ik ook enige jaren vrijwilligerswerk gedaan bij de kredietcommissie van Stichting Memomunt te Amsterdam en de Stichting Stok te Eindhoven.

Magnum Opus
Het is na bijna 40 jaar weer een hele ervaring om juist zijn laatste levenswerk Good Work in zijn geheel te herlezen. Na zoveel tijd kun je het nog meer op waarde schatten en heeft het nog steeds niet aan actualiteit of urgentie ingeboet.
Schumacher maakt al meteen duidelijk dat het huidige economische systeem feitelijk onhoudbaar is omdat het gebaseerd is op (te) goedkope fossiele brandstoffen en grondstoffen en zeer gewelddadig is voor de natuur en het milieu. Het voortdurend op groei gerichte economische systeem brengt de samenleving en de aarde ernstig in gevaar. Schumacher legt de schuld daarbij niet zo zeer bij het kapitalistische systeem van concurrentie en vrijhandel maar veel meer bij de technologie die veel te kapitaalintensief en vooral te grootschalig is!

Hij pleit dan ook de ontwikkeling van een meer kleinschalige, weinig kapitaalintensieve, intermediaire technologie. Door anderen wordt het ook wel aangepaste technologie genoemd, omdat deze technologie moet passen in een bepaalde omgeving, de daar aanwezige kennis en hulpbronnen.

Praktijk
Met het door Schumacher opgerichte instituut Intermediate Technology Development Group zijn in enkele jaren tijd veel van dergelijke technologieën ontwikkeld, zoals kleinschalige, arbeidsintensieve en kapitaalarme steen-, meel-, spaanplaat-, keramiek-, textiel- en cementfabriekjes.
Deze organisatie heeft ook veel modern gereedschap en bruikbare landbouwwerktuigen ontwikkeld voor ontwikkelingslanden. Daarmee late ze zien, bewijzen ze dat het kan, dat het werkt en zeer vooruitstrevend is. Bij ontwikkelingshulp geldt tegenwoordig ook steeds meer het motto: “geef mensen de hulpmiddelen zodat zij zichzelf kunnen ontwikkelen in plaats van gratis noodhulp, voedsel of kredieten”.
Schumacher was ook een actief voorstander van biologische, kleinschalige landbouw die de vruchtbare aarde niet uitput. Dus zonder zware mechanische tractoren of combines, pesticiden, onkruidverdelgers en kunstmest. Als oprichter van de Soil Association probeerde hij in Engeland vooral deze vorm van landbouw en tuinbouw te ontwikkelen.

De oorspronkelijke titel Good Work is eigenlijk beter dan de Nederlandse titel en dermate belangrijk omdat Schumacher’s kritiek tegen grootschalige technologieën vooral gericht is op het geestdodende, zielloze werk dat het voor bijna alle productiemedewerkers oplevert.
Het is geen werk dat de mens nog uitdaagt om zijn creativiteit en vakmanschap en dus zijn mens-zijn te ontwikkelen! Grootschalige productie en ingewikkelde complexe technologische producten laten de mens zielloos achter. Hij kan er niets meer aan verbeteren of repareren.
We hebben daarom behoefte aan een technologie op menselijke maat, liefst zo kleinschalig, eenvoudig en kapitaalsarm. Dat kan zeker voor de menselijke basisbehoeften van voeding , huisvesting, kleding ed. Schumacher was realist genoeg om te beseffen dat een dergelijke technologie niet kan voor de productie van een tanker, vliegtuig of een raket. Hij wilde ook niet terug naar die goede, oude tijd, iets wat tegenstanders hem en zijn navolgers via kreten als “geitenwollen sokken mensen” verwijten. Met moderne kennis en inzichten betere producten en fabrieken ontwikkelen die de mensen dienen, dat was zijn doel.

Letterlijk omschreef hij de doeleinden van elke menselijke arbeid als volgt:
1.productie van noodzakelijke en nuttige goederen en diensten.
2.gelegenheid om onze talenten en kwaliteiten te gebruiken, te oefenen en verder te ontwikkelen, te vervolmaken.
3.dienstbaarheid aan en samenwerking met andere mensen om het menselijk aangeboren egoïsme te overwinnen.

Bronnen
Schumacher blijkt een zeer christelijk en ook spiritueel geïnspireerd iemand te zijn, die de Bijbel maar ook het Boeddhisme goed kent. In felle bewoordingen laat hij zich zeer kritisch uit over de het huidige materialistische wetenschapsdenken en de Darwinistische evolutieleer die de mens heeft beroofd van een ziel en geest. Alleen het lichaam telt nog maar en dus mag arbeid niet fysiek te zwaar belastend of ongezond zijn. Het gaat echter om meer, veel meer!
Onderwijs en opvoeding moeten daarom ook jonge mensen helpen zichzelf te ontwikkelen, want een mens is geen nummer of soort maar een uniek wezen, ja zelfs een heelal.
Niet welvaart maar geluk en welzijn moeten voorop staan. We moeten af van het blinde vertrouwen in meer groei van het bruto binnenlands product. Word wakker mensen!

maandag 3 januari 2011

Een menselijke Economie

Onderstaand artikel wordt ook gepubliceerd in het volgende nummer van het tijdschrift Apokalyps in 2011



Een menselijke economie, van Ad Broere

-een boekbespreking-


Mijn ontmoeting met deze auteur en bedrijfsadviseur vond plaats op 16 november 2010 toen hij een lezing gaf op de Fontys Hogeschool Bedrijfsmanagement & Techniek, de school waar ik als docent werkzaam ben. De titel van die lezing was ook de titel van zijn nieuwste boek “Ending the global casino”. Voor docenten en studenten gaf hij een inkijkje in het huidige financiële systeem dat momenteel zo onder vuur ligt door de crises. Broere(geboren 1948) is econoom en oud-bankier en kan daardoor de ingewikkelde financiële begrippen helder uitleggen. Hij begon de aanwezigen eerst te testen met de vraag of ze ooit van de BIS of de WIR hadden gehoord. Weinigen durfden hun vinger op te steken, maar hun nieuwsgierigheid was gewekt. In zijn gastcollege noemde hij ook zijn in 2009 bij uitgeverij ASPEKt uitgegeven boek “Een menselijke economie”, dat ik meteen heb aangeschaft.
Ook in dat boek beschrijft Broere uitgebreid de omstreden rol van de bank der banken, de “Bank for International Settlements (BIS). Deze in 1930 opgerichte bank is gevestigd in Bazel. Op deze bank berust de verdenking dat deze actief het Hitler en Stalin-regime zou hebben gefinancierd (ook te lezen in het boek van Anthony Sutton “Wall Street and the rise of Hitler”). Inmiddels is deze bank uitgegroeid tot het coördinerende centrum van de centrale banken wereldwijd en is het de spil in de internationale monetaire politiek. Bij de laatste G20-top heeft het meer bevoegdheden (o.a. 250 miljard SDR extra om opkomende economieën te kunnen steunen). De BIS dreigt uit te groeien tot een wereld centrale bank zonder dat landen, regeringen of de VN hier enkele controle over hebben.
Formeel zijn er 55 leden bij de BIS en dat zijn de centrale banken van landen. In het bestuur hebben 20 presidenten van de centrale banken zitting, zoals ook Nout Wellink. Door deze bank zijn ook de Basel akkoorden (I, II en III) opgesteld, die eisen stellen aan het hele internationale financiële banksysteem. Zoals ook Caroll Quigley in zijn boek “Tragedy and hope” al in 1966 beweerde is het probleem dat Centrale banken geen overheids-of staatsbanken zijn, maar dat de meeste ervan zoals de BIS en FED eigenlijk private ondernemingen zijn. Wie de aandeelhouders zijn wordt niet bekend gemaakt?! Willem Middelkoop met zijn boek “Als de dollar valt” heeft hier ook over geschreven. Hij wordt door Broere genoemd als intellectuele financiële journalist. Als tegenvoorbeeld komt hij met de Zweedse JAK bank, die geen rente geeft op spaartegoeden maar ook geen rente vraagt op leningen. Je moet wel lid zijn en dat zijn er inmiddels al zo’n 36.000 (2008).
Een ander voorbeeld is de WIR, een in Zwitserland in 1934 door een aantal ondernemers opgerichte bank, die een eigen munt, de WIR (lettterlijk “wij =van ons”) introduceerde . De WIR is een gesloten systeem waarbij de girale munt niet inwisselbaar is voor andere valuta. Hij wordt als betaalmiddel geaccepteerd door de aangesloten bedrijven en er wordt geen rentevergoeding voor gegeven. Dat bevordert dat het geld een hoge omloopsnelheid heeft en vooral stimulerend werkt voor de lokale economie. Volgens Broere heeft het systeem in de 75 jaar nooit gefaald en is uitgegroeid tot 1,6 miljard WIR. Dit gebruikt hij als voorbeeld om het belang van lokale en regionale aanvullende geldsystemen te benadrukken, zoals ook door de Belgische oud-bankier Bernard Lietaer (boek “Het geld van de toekomst”) en Margrit Kennedy (met boek “Regional currencies”) worden bepleit.
Als belangrijkste voordelen noemt Broere:
1. loskoppeling van het officiële geldsysteem
2. stimulering van regionale economische bedrijvigheid
3. de gecreëerde toegevoegde waarde komt ten gunste van de regio
4. minder behoefte aan transport, energie en dus ook CO2-uitstoot.
5. vooral stimulering van het Midden- en Kleinbedrijf, de motor van de economie.
In Nederland kennen we ook een aantal regionale valuta en is vooral Stichting Stro (ook internationaal) hiermee actief. In de VS tijdens de grote depressie in de jaren 30 van de vorige eeuw bestonden er ook een groot aantal lokale valuta zoals de plenty, Ithaca hours, Berk shares en de Detroit cheers.

Ad Broere. (Foto: https://adbroere.nl)


Het leuke van het boek is dat Broere ook de striphelden Olivier B Bommel (de Bovenbazen) en de steenrijke Dagobert Duck uit Donald Duck gebruikt om de werkelijkheid te analyseren. Het voorstellingsvermogen van Maarten Toonder en Walt Disney zat soms heel dicht bij de kern van bepaalde financiële processen.
Als oud-bankier is Broere uitstekend in staat om heel ingewikkelde financiële producten zoals derivaten als Collateralized Debt Obligations (CDO’s) en Credit Default Swaps (CDS’s) prima uit te leggen aan een doorsnee publiek. Dat is een belangrijke toegevoegde waarde van het boek. Hetzelfde geldt met de problemen van ons huidige financiële stelsel waar groei en ook rente de drijfveren zijn maar de werkelijke economie en samenleving grote schade toebrengen.
Hij is niet onder de indruk van de nieuwe trend van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen waarmee grote bedrijven en multinationals tegenwoordig graag pronken.
Als voorbeeld geeft Broere de vijf grote oliemaatschappijen (Exxon, Shell, BP, Texaco en Total) die samen over 3 jaar (2004 t/m 2006) ruim $ 200 miljard winst hebben gemaakt en daarvan bijna de helft uitgekeerd hebben als dividend aan de aandeelhouders en maar een fractie besteden aan de ontwikkeling van alternatieve duurzame energieopwekking.
Broere gelooft meer in de groeimotor van de economie, het Midden- en Kleinbedrijf. Hij haalt ook de econoom E.F.Schumacher nog eens aan die in zijn boek uit 1973 “Small is beautiful”, pleit voor de menselijke maat in bedrijven. Broere is ook gecharmeerd van Baumgarten en McDonough die met hun boek “Craddle tot Craddle” voor een ware duurzaamheidsrevolutie hebben gezorgd.
Zo goed als Broere in staat is om duidelijk te maken dat de banken ons niet kunnen helpen om uit de crisis te komen zo mager zijn helaas zijn oplossingen. Al zijn de elementen van een menselijke maat, een sterke MKB-structuur, duurzaamheid en lokale munten wel zinvolle aspecten. Hij komt echter niet met een samenvattende, overkoepelende visie voor een “menselijke economie”. Broere laat overduidelijk blijken dat hij een afkeer heeft van “-ismen”, waaronder het communisme, liberalisme en kapitalisme. Toch noemt hij als lichtend voorbeeld het succesvolle bedrijf van Scott Bader waar een vorm van arbeiderszelfbestuur heerst, omdat de oprichter Scott Bader alle aandelen heeft verdeeld onder de werknemers. Zij zijn dus ook eigenaar/aandeelhouder zijn.

Als definitie van een menselijke economie geeft Broere de omschrijving van “een economie waarin ruimte wordt gegeven aan de mens om zichzelf vrij te maken van alle conditioneringen en handelen”. Dat klinkt voor mij als een abstracte utopie, zeker wanneer je zijn hoofdstuk over consumentisme hebt gelezen. Voor mij zou een menselijke economie een economie zijn die voorziet in de werkelijke menselijke behoeften van alle mensen nu en in de toekomst en op een zodanige manier dat we de natuur, het milieu en de wereld geen blijvende schade berokkenen. Simpel gezegd zou een menselijke economie een economie moeten zijn die in dienst staat van de mensheid.
Broere heeft ook een afkeer van systemen en structuren, want de mens moet centraal staan! Ook dat lijkt me een ongewenst doel want zonder systemen of structuren vervalt de wereld in chaos. Dat kan zeker voor de economie, waar het gaat om schaarse goederen die efficiënt en effectief gebruikt moeten worden, niet de bedoeling zijn.

maandag 27 december 2010

Inkomensongelijkheid en Welzijn

Onderstaand artikel is gepubliceerd in het tijdschrift Driegonaal jaargang 32, no.1/2 augustus 2011

“The Spirit Level: why equality is better for everyone”
van R.Wilkinson en K.Pickett
- een boekbespreking-

De auteurs zijn beide hoogleraar aan de universiteit van York en schreven dit boek na tien jaar studie.
Wilikinson heeft economische geschiedenis gestudeerd en jarenlang onderzoek gedaan naar sociale factoren die van invloed zijn op de gezondheid. Pickett, zijn levenspartner, heeft haar sporen verdient in de epidemiologie. Dit in 2009 voor het eerst uitgegeven boek bij Penguin Books bevat een schat aan statistische informatie en vele meta-analyses over meerdere landen en jaren. De basiscijfers zijn afkomstig van een 20 tal internationale landen alsook van de verschillende Staten van Amerika
De uitkomst is verrassend eenvoudig maar tegelijkertijd schokkend: er bestaat een nauwe correlatie of sterk verband tussen enerzijds de inkomensongelijkheid in een land en anderzijds een groot aantal sociaal maatschappelijke factoren zoals misdaad, gezondheid, onderwijs en zelfmoord. Met als belangrijkste conclusie: “Hoe kleiner de inkomensongelijkheid hoe beter al deze cijfers uitvallen”!
Gek genoeg vind je een dergelijk verband niet wanneer je naar indicatoren zoekt voor de rijkdom van een land (bruto nationaal product (BNP)/hoofd van de bevolking of gemiddeld inkomen in een land). Het is dus geen kwestie van welvaart of genoeg geld hebben om al deze maatschappelijke problemen aan te pakken.
De diehards onder de statistici zullen zich meteen afvragen of deze correlaties ook werkelijk significant zijn. Het antwoord luidt ja en de cijfers staan ook in het boek. De volgende vraag is of er dan ook een werkelijk causaal verband bestaat. Dat is veel moeilijker te bewijzen al doen de auteurs een poging. Er is pas sprake van een causaal verband als er een tijdsvolgorde is. Een stukje bewijs komt uit het gegeven dat 5 jaar na het instorten van het communisme in Rusland de inkomensongelijkheid sterk is gestegen en als gevolg daarvan daalde de gemiddelde levensverwachting. Ja, is dus sprake van een tijdsvolgorde. Het moeilijkste deel om te bewijzen dat er een causaal verband is om alle andere mogelijke factoren uit te schakelen, die van invloed kunnen zijn. Dat is complex en zou nog jaren van onderzoek vergen.

Jan Tinbergen. (Foto: https://nl.wikipedia.org)

Dit boek en onderzoek toont onomwonden datgene wat Jan Tinbergen al decennia eerder bepleitte namelijk een vaste verhouding tussen de hoogste en laagste inkomens in een bedrijf (factor 5) en later ook in een land (factor 7). Zijn de verschillen groter dan werkt dat in een bedrijf contraproductief. Bij een land leidt dat tot ongewenste maatschappelijke effecten.
Dit wordt ook wel de Tinbergennorm genoemd. Hij wordt ook wel de grondlegger van de econometrie genoemd en is de enige Nederlandse econoom die ooit de Nobelprijs voor de economie kreeg. Gek genoeg ontbreekt iedere verwijzing naar Jan Tinbergen volledig, terwijl de bronnenlijst ruim 450 publicaties en nog meer auteurs noemt waaronder ook enkele Nederlanders.

De auteurs stellen ook dat inkomensongelijkheid wel eens een uitdrukking zou kunnen zijn van de mate van hiërarchie in een samenleving. In termen van het onderzoek naar culturele verschillen van prof. G. Hofstede heb je het dan over machtsafstand. De auteurs stellen echter dat ze daar geen gegevens over konden vinden, wat ook een gemis is.
De interessante vraag die opdoemt is of ongelijkheid in welvaart, onderwijs en/of macht ook een dergelijk sterk verband oplevert als inkomensongelijkheid m.b.t. deze sociaal-maatschappelijke factoren. Dat is iets voor later onderzoek stellen de auteurs.
Daar hoeven politici echter niet op te wachten. Wil men de sociaal-maatschappelijke problemen van armoede, overgewicht, zelfmoord, criminaliteit, babysterfte, lage levensverwachting, werkeloosheid, percentage tienermoeders en zelfs schooluitval en lage schoolprestaties aanpakken dan hoeft men hiervoor slechts één instrument te gebruiken: het beperken van de inkomensongelijkheid!
Bedenk eens wat voor hoge maatschappelijke kosten (en inzet van mensen) hiermee gemoeid zijn, om al deze afzonderlijke problemen (deskundig) aan te pakken, zonder dat dit feitelijk een heel goed resultaat oplevert. Het is als het dweilen met de kraan open. Het kan dus anders!

Het verkleinen van de inkomensongelijkheid kan op velerlei verschillende manieren via bv progressieve belastingheffingen of inkomensafhankelijke regelingen voor zorg en onderwijs.
De meest effectieve manier is echter om behalve een basisinkomen of minimuminkomen ook een maximuminkomen in te voeren. Natuurlijk geldt dat niet alleen voor de overheidssector zoals bv. de Balkenendenorm, maar ook voor het bedrijfsleven en zelfs voor de vrije beroepen. Dit heb ik ook in mijn boekje “Trias Politica Ethica” uit 2006 al bepleit.
Kennelijk is dit niet helemaal onopgemerkt gebleven want in een uitgebreid artikel in het juristenvakblad Me Judice van 25 april 2015 kom ik zelfs ook driemaal voor in de literatuurlijst bij het artikel "Waar komt de Tinbergennorm vandaan"?  Zie ook https://www.mejudice.nl/docs/default-source/bronmaterialen/op-zoek-naar-bron-tinbergennorm.pdf

Verrassend genoeg kent het boek van Eilkinson & Pickett ook een hoofdstukje over de idealen van Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Zij beschouwen dit als de peilers van een betere samenleving al is hun uitleg wat kort door de bocht. Vrijheid omdat men onder het juk van de aristocratie en kerk uit wilde. Broederschap of Solidariteit vatten zij op als sociale cohesie en wederzijdsheid in sociale relaties. En gelijkheid (financieel) beschouwen zij als een voorwaarde voor de andere twee idealen. Kennelijk hebben de auteurs nog nooit gehoord van de Sociale Driegeleding zoals door R.Steiner beschreven.
Het beperken van de inkomensongelijkheid is dus geen voorstel van een linkse politieke partij maar een wetenschappelijk feit en alle politici zouden dit ongeacht hun voorkeur moeten nastreven, als ze het werkelijk goed voor hebben met de samenleving! Hier ligt een effectief medicijn voor maatschappelijk welzijn !

De titel is ook heel verrassend, want ondanks dat het om sociaal-maatschappelijke en economische thema’s gaat hebben de auteurs de voorkeur gegeven aan een “niet materiële” titel, namelijk “the spirit level”. Spirit heeft echter vele betekenissen zoals geest, (levens-) kracht, levenslust, energie, moed en vuur. De auteurs bedoelen echter het geestelijk welzijn of niveau. Geestelijk als tegenhanger van materieel, zoals geluk of welzijn tegenover welvaart en niet te verwarren met spiritualiteit of geesteswetenschap.
De auteurs verwijzen ook naar wetenschappelijk onderzoek van de Nederlandse bioloog F. de Waal, die het gedrag bestudeerde van de apensoort Bonobo’s. De Waal ontdekte dat er onderling in belangrijke mate sprake was van sociale relaties, empathie en altruïsme. De Bonobo is genetisch gezien nauw aan de mens verwant. Dat is tegengesteld aan wat Darwin met zijn evolutietheorie en Survival of the fittest of Struggle for life ons wil doen geloven.
De conclusie van Wilkinson en Pickett deed mij direct denken aan een belangrijke stelling uit de geschriften van Marx en Engels die beweerden dat: “de onderbouw (de materie en de economie) de bovenbouw (het denken,de relaties tussen klassen, de cultuur) bepaalt”.
Feitelijk hebben Wilkinson en Pickett nu ook bewezen dat er een dergelijk determinisme is, al gaat het vooralsnog louter om de inkomensongelijkheid en niet om de macht over of eigendom van bijvoorbeeld de productiefactoren.

Actualiteit
In zijn in januari 2014 gehouden State of the Union benadrukt president Obama het belang van een beperkte inkomensongelijkheid. Decennia geleden verdiende een gemiddelde directeur 30 keer zo veel als het overige personeel en dat is nu ruim 300 keer. Obama gaat ervoor zorgen dat die verschillen weer kleiner worden.
Op de begin 2014 gehouden topontmoeting van politici en ceo's, ter gelegenheid van het jaarlijkse World Economic Forum in Davos, werden de resultaten bekend gemaakt van een onderzoek over potentiele bedreigingen voor de wereldeconomie. Deskundigen noemden daarbij de inkomensongelijkheid als de belangrijkste bedreiging! Dat er iets moet gebeuren wordt duidelijk als je je realiseert dat de 85 rijkste mensen meer geld hebben dan de helft van de wereldbevolking.
In Nederland is het zelfs zo dat de 3 rijkste mensen meer hebben dan de helft van de bevolking, oftewel 8,4 miljoen burgers. Laten we echter niet focussen op de negatieve aspecten, maar ons juist richten op de positieve effecten van een kleinere inkomens- en vermogensongelijkheid.
Een recente studie van de OESO in 2014 naar de relatie tussen inkomensongelijkheid en economische groei leverde ook het verrassende resultaat op dat een grotere ongelijkheid leidt tot een afnemende economische groei. (Cingano,F: "Trends in Income Inequality and its impact on Economic Grow" OECD- working paper no.163). De Franse top-econoom Piketty heeft hetzelfde beweerd in zijn tienjarige studie en dikke boek "Kapitaal in de 21e eeuw" over vermogensongelijkheid. Dit zijn harde econometrische wetenschappelijke bewijzen waar de politiek niet meer omheen kan. De mythe dat meer ongelijkheid leidt tot economische groei is definitief doorgeprikt.   

Een mooie TED-X presentatie uit juli 2011 van Wilkinson vind je hier: 

Zie ook de publicaties van Jan Tinbergen vanaf 1970 over dit onderwerp:
•1970. "A Positive and a Normative Theory of Income Distribution," Review of Income and Wealth, Blackwell Publishing, vol. 16(3), pages 221-34, September.
•1975: Income distribution
•1977. "How to reduce the incomes of the two labour elites?," European Economic Review, Elsevier, vol. 10(2), pages 115-124.
•1980. "Two Approaches to Quantify the Concept of Equitable Income Distribution," Kyklos, Blackwell Publishing, vol. 33(1), pages 3–15.
•1981. "Income inequality. Trends and international comparisons”, Lexington, Mass.: D. C. Heath and Company, 1979; 191 pp.," Journal of Comparative Economics, Elsevier, vol. 5(3), pages 322-325, September.
•1983. Jan Tinbergen & Eckard Wegner, "Zu einem makroökonomischen Modell der Einkommensbildung", Swiss Journal of Economics and Statistics (SJES), Swiss Society of Economics and Statistics (SSES), vol. 119(I), pages 69–78, March.
•1984: Paul Batenburg & Jan Tinbergen. "Income distribution: A correction and a generalization," Review of World Economics (Weltwirtschaftliches Archiv), Springer, vol. 120(2), pages 361-365, June.

dinsdag 30 november 2010

Parlementair Financieel Onderzoek

Onderstaand artikel is ook gepubliceerd op de SP-website, afdeling Eindhoven in de rubriek Opinie vanaf 1 december 2010


Commissie De Wit II

In al het rumoer rondom de PVV kamerleden was er de afgelopen weken maar weinig media aandacht voor het besluit van de Tweede Kamer om de parlementaire
enquetecommissie onder leiding van SP-kamerlid Jan de Wit het groene licht te geven. Dit vervolg onderzoek naar de aanpak van de financiële crisis door de Nederlandse overheid heeft een hogere status gekregen zodat de commissie nu ook politici onder ede mag verhoren. Het eerste onderzoek naar de oorzaken van de financiële crisis heeft een gedegen rapport opgeleverd met aanbevelingen die breed gedragen werden door de 2e Kamer.

Nu gaat het om nog veel belangrijkere zaken, want het gaat om de besteding van tientallen miljarden belastinggeld aan banken die dreigden om te vallen.
De gemiddelde burger is daar erg verbolgen over omdat zij uiteindelijk opdraaien voor de uitwassen in het financiële systeem. Er wordt zelfs gesproken over casinobanken die zeer hoge risico's hebben genomen om maar zoveel mogelijk korte termijn woekerwinsten te maken.
Zij namen die risico's omdat de banken wisten dat zij te groot waren om failliet te kunnen gaan ("too big to fail "). De overheid zou hoe dan ook bijspringen.

Inmiddels hebben overheden de regels voor banken aangescherpt. In Europa onder andere door de Basel III akkoorden die onder het voorzitterschap van Nout Wellink zijn opgesteld. Daarin worden banken verplicht hogere eigen vermogenseisen te hanteren. Toch is het de vraag of dat voldoende is, omdat het Baselcomité bestaat uit Centrale Bankiers die eerder in hun toezicht ook tekort zijn geschoten, zo concludeert ook de commissie de Wit. In de VS heeft men het meest uitgebreide pakket aan maatregelen genomen om de banken te reguleren. Het betreft 1000 bladzijden tellende wetgeving die Obama door het congres en de senaat heeft geloodst.
De president van de Bank of England, Mervyn King , heeft echter nog steeds twijfels en zegt dat hogere kapitaalbuffers een volgende crisis niet zullen voorkomen. Hij wil de financiële sector verder herstructureren door banken op te splitsen in spaar- of nutsbanken en handels- /investeringsbanken. De nieuwe regering in Engeland heeft daarom ook een onderzoekscommissie (Independent Commission on Banking) ingesteld die in 2011 met resultaten moet komen. Simpel gezegd zal er nog veel gedaan moeten worden om het financiële systeem weer dienstbaar en veilig te laten functioneren ten behoeve van de burger, de ondernemer en de overheid.

Gelukkig is er inmiddels ook een stroom aan literatuur over het interne reilen en zeilen van banken. Zo is er het gedegen boek van Jeroen Smit "De prooi" over de perikelen en grootheidswaan bij ABN/AMRO en ook het boek "De Kloof" van Piet Depuydt over vergelijkbare machtsspelletjes tussen Nederlandse en Belgische bestuursleden bij Fortis.
Een ander zeer boeiend boek "Een menselijke economie" van oud-bankier Ad Broere, geeft ook een historisch inkijkje in het financiële systeem en vooral de dubieuze rol van de "bank der banken" de BIS in Bazel. De overheid heeft feitelijk de macht over het geld en de geldschepping uit handen gegeven en overgedragen aan private instellingen, zoals de Fed en de BIS. Daardoor moeten zij nu ook flink betalen om geld te lenen al hebben ze wel nog enige macht over de rentebepaling.

Vele deskundigen hebben zich erover verbaasd dat de bevolking niet massaal in opstand is gekomen tegen deze praktijken. Al is er momenteel wel een actie van de Franse oud-voetballer Eric Cantona. Hij heeft op Internet een oproep heeft gedaan aan burgers om op 7 december massaal hun banktegoeden op te vragen en zo het bankensysteem te laten instorten. Als miljoenen mensen daar wereldwijd gevolg aan geven dan wordt het inderdaad hachelijk. Als de banken sneuvelen dan zijn er onder de burgers ook vele slachtoffers. Mensen die hun geld niet meer kunnen opnemen of waarvoor geen garanties zijn afgegeven door de overheid, zoals in Nederland. De Nederlandse overheid heeft zich garant gesteld voor een spaarbedrag van € 100.000 per persoon sinds de teloorgang van Icesave en de DSB. Cantona pleit ook voor een nieuw soort, namelijk burgerbanken, om te voorkomen dat we terugvallen op staatsbanken. Dus om een dergelijke bankrun te voorkomen zou de overheid eerder zelf
gestructureerd moeten ingrijpen om banken kleiner en veiliger te maken.

Commissie de Wit mag gaan onderzoeken of de grootbanken inderdaad het hele financiële en economische systeem kunnen ontwrichten als zij failliet zouden gaan.
Wie loopt er onherstelbare schade op? De aandeelhouders? Ja natuurlijk,maar zij hebben ook decennialang erg geprofiteerd van uitgekeerde dividenden en koersstijgingen. Deze partijen zouden die risico's aan moeten kunnen ook al
zijn daar grote andere banken,pensioenfondsen,de directie (via aandelenopties) en misschien zelfs regeringen bij betrokken.
De kleine rekeninghouders lopen een beperkt risico door de garantiestelling. De grote vermogenden zullen inderdaad flink verliezen, maar dat drijft hun nog niet in armoede.
Hoe staat het met het bedrijfsleven? MKB bedrijven hebben meer kredieten bij banken dan dat zij er tegoeden hebben staan. Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor grote concerns. Dus laat grootbanken failliet gaan waarna ze een doorstart kunnen maken als kleinere banken met gezonde en veilige financiële activiteiten.
Een dergelijk faillissement zal dus geen ramp zijn met ontwrichtende gevolgen voor de hele samenleving, al zullen de sterkste schouders wel de meeste lasten moeten dragen maar dat is een toch een eerlijk sociaal principe??!!

donderdag 25 november 2010

Rechtvaardigheid & Duurzaamheid

Palestijnse Rechtvaardigheid en maatschappelijke Duurzaamheid

Op uitnodiging van politiek café weSP kwamen Anja Meulenbelt en Jean-Paul Close op 18 november naar Eindhoven voor een vraaggesprek onder leiding van Hans Horsten.
In een klein zaaltje van Café/Restaurant Usine, met de vertrouwd klinkende naam "Chambre d'amis", kwamen zo'n 30 geïnteresseerden luisteren naar twee uitgesproken moedige mensen. Anja als voorvechtster van rechtvaardigheid in de Israëlisch/Palestijnse kwestie en Jean-Paul als voorvechter van een ecologische, sociale en maatschappelijke duurzaamheid.

Anja Meulenbelt, geboren in 1945, heeft dit jaar een nieuw boek geschreven getiteld: "Oorlog als er vrede dreigt" en daarvoor ook al het boek "Het beroofde Land". Beide gaan over de Palestijnse kwestie waar Anja zeer bij betrokken is geraakt door het huwelijk met een Palestijn.

De meeste mensen kennen Anja Meulenbelt van haar beroemdste boek "De schaamte voorbij" dat een feministische klassieker is geworden. Daarnaast is Anja al twee zittingsperioden senator voor de SP in de Eerste Kamer. Ze heeft aangegeven hierna te zullen stoppen om meer tijd te hebben voor haar schrijverswerk (o.a. weblog) en acties voor het Palestijnse volk.


Hans Horsten en Anja Meulenbelt. Foto: Anke van Hest

Ze was ook heel eerlijk door te zeggen dat ze nog steeds SP hoog in het vaandel heeft voor de acties die ze doen en de standpunten die ze uitdragen. Toch is ze ook teleurgesteld in de SP als het gaat om het te weinig opkomen voor problemen van vluchtelingen en de Palestijnse kwestie.

Haar nieuwste boek is het resultaat van een grondige voorstudie, zoals wel blijkt uit de 20 bladzijden literatuur en 37 bladzijden voetnoten! Ze beschrijft zeer uitgebreid de hele geschiedenis van de Palestijnse kwestie en de houding van Israël, met vooral ook veel aandacht voor de verschrikkelijke inval in Gaza in december 2008. Deze duurde 3 weken en daarbij vielen ruim 1400 doden en vele gewonden. In gruwelijke details beschrijft Anja deze gebeurtenis die beschouwd kan worden als een vorm van genocide omdat de Palestijnen in Gaza geen verdedigingsleger hadden. Israël gebruikte fosforgranaten en overtrad de regels van het internationale recht en is ook later door VN rapporteur Goldstone veroordeeld voor oorlogsmisdaden (evenals de Palestijnen trouwens, vanwege de Hamas raketbeschietingen op Israëlische burgerdoelen).

Anja is de dochter van verzetsouders, die Joodse kinderen hebben geholpen onder te duiken. Natuurlijk is Anja niet de eerste Nederlander die aandacht vraagt voor de rechten van Palestijnen. Al eerder deden dat ook Dries van Agt (met zijn boek "Een schreeuw om recht, de tragedie van het Palestijnse volk" uit 2009) en Gretta Duisenberg.

Anja heeft veel mensen uit allerlei kringen gesproken en komt al jaren in de Palestijnse gebieden en heeft de situatie steeds verder zien verslechteren. Haar titel maakt duidelijk dat het de Israëliërs helemaal niet gaat om vrede te sluiten met de Palestijnen of om een "twee staten"-oplossing te zoeken. Duikend in de geschiedenis van het ontstaan van Israël en hun ideeën van een Joodse Staat en het zionisme is het duidelijk dat Israël de volledige heerschappij wil krijgen over Palestina en ook een Joodse meerderheid voor nu en de toekomst probeert te realiseren. Nog steeds hebben de Israëliërs nooit een concreet vredesplan gepresenteerd met een oplossing voor de bezette gebieden, de vluchtelingen of de grenzen. De Palestijnen wel en die waren tot grote concessies bereid zonder dat het tot een resultaat leidde. Al met al lijkt het er sterk op dat Israël helemaal geen vredesoplossing wil. Toch maakt Meulenbelt ook duidelijk dat deze problematiek niet alleen de Palestijnen treft, maar dat ook het hele Israëlische volk hierdoor getroffen wordt.

Verrassend ook zijn sommige details zoals het feit dat men Albert Einstein ooit heeft gevraagd om premier van Israël te worden. Dat weigerde hij om praktische en principiële redenen. Later wilde hij premier Moshe Dayan ook geen hand schudden en noemde hem een Nazi ! Israël heeft ook als sinds haar ontstaan in 1948 geen grondwet en feitelijk is Israël dus ook geen democratische rechtstaat, zoals Meulenbelt uitgebreid uit de doeken doet. De in Israël wonende Palestijnen worden als tweede rangsburgers behandeld en uitgesloten van vele burgerrechten.


Vragen uit het publiek Foto: Anke van Hest

Pas als Israël een grondwet (met gelijke rechten/plichten voor alle bewoners) aanneemt en een echte democratie wordt (met scheiding van kerk en staat en een onafhankelijke rechtspraak) en daarmee dan ook het zionisme en het idee van een Joodse staat loslaat is er een oplossing mogelijk, volgens Meulenbelt. Israël verkeert ook bijna constant in een "staat van oorlog", die het leger alle bevoegdheden geeft en de politiek en burgerrechten op het tweede plan zet. Het boek geeft een heel goed inzicht in deze complexe situatie en de ontstaansgeschiedenis zowel vanuit Israëlische alsook Palestijnse kant.

Het is een onthutsend boek zoals ook Hans Horsten al in het begin aangeeft. Van het boek zijn ook maar twee recensies in de kranten verschenen (Vrij Nederland en de Volkskrant) en die waren teleurstellend. Een kop luidde zelfs "Meulenbelt dramt door"! Het is bepaald geen vakantieliteratuur, maar wel heel belangrijk voor degenen die de waarheid en alle feiten willen kennen. Die feiten heeft Anja op een zeer gedegen manier verzameld en gepresenteerd. Ze ligt daarmee vaak onder vuur en krijgt op haar weblog ook vele "hate-mails". De politieke en media elite horen deze verhalen liever niet. Zelfs Verhagen, onze vorige minister van Buitenlandse Zaken, gedraagt zich als iemand die Israël onvoorwaardelijk steunt.

Toch blijft Anja ondanks alle kritiek doorgaan om te strijden voor rechtvaardigheid en is ze toch nog een beetje optimistisch. De Vietnamoorlog is ook ooit beëindigd, omdat de geschiedenis leert dat je geen oorlog kunt winnen als je tegen een hele bevolking moet vechten. Ook het Apartheidsregime in Zuid Afrika is ooit gevallen, toen president De Klerck toenadering zocht tot Nelson Mandela.

Bewonderenswaardig hoe een 65-jarige nog zo strijdlustig is en de moed heeft om steeds maar weer terug te keren naar de Palestijnse gebieden. Ze loopt een persoonlijk risico, want het is wel zeker dat de Mossad een dossier over haar heeft. Door de huidige wetgeving in Israël kun je al voor "onschuldige" activiteiten langdurig in de gevangenis belanden. Steun verlenen aan dienstweigeraars, vluchtelingen en zelfs demonstreren is strafbaar.

Anja benadrukt dat ze zelf werkzaam is geweest in de hulpverlening en daar heeft meegemaakt hoe slachtoffers ook daders kunnen worden. De Joden waren zelf slachtoffers van de holocaust in WOII, maar hun familieleden of bloedverwanten zijn nu vaak de daders van gruwelijke wreedheden tegen het Palestijnse volk. Ook over Nederland voelt Anja Meulenbelt zich erg bezorgd sinds Geert Wilders naar het centrum van de politieke macht is opgeschoven.

Onze eeuwenoude roem van tolerante, verdraagzame en multiculturele samenleving ligt onder vuur nu de polarisatie tegen moslims toeneemt en er angst gezaaid wordt. Zelf heeft Anja zich weer opnieuw verdiept in boeken die het ontstaan van het fascisme beschrijven en is blij dat enkele intellectuelen nu openlijk durven te beweren dat Wilders fascistisch is. Het kwaad moet ontmaskerd worden! Na het gesprek gaat Anja Meulenbelt snel weg omdat ze 's nachts weer zou vertrekken naar Gaza om haar man te ontmoeten, die zelf ook lange tijd in een Israëlische gevangenis heeft gezeten.


Hans Horsten en Jean-Paul Close foto: Anke van Hest

Het tweede deel van de avond konden we kennismaken met de oprichter van de Stad van Morgen Jean-Paul Close en ging over duurzaamheid, maar dan wel met een hele brede betekenis. Hans Horsten introduceert Jean-Paul Close als filosoof, schrijver en adviseur, die bijna 25 jaar in het buitenland heeft gewoond vanwege zijn werk als algemeen directeur bij Philips.

Toen hij naar Nederland terugkwam schrok hij van het feit dat Nederland verworden was tot een koude en egoïstische samenleving. Getrouwd met een buitenlandse vrouw en twee jonge kinderen probeerde hij weer in Nederland een bestaan op te bouwen. Dat werd extra moeilijk toen bleek dat zijn vrouw niet kon aarden en hij als alleenstaande vader de zorg en opvoeding voor zijn kinderen op zich moest nemen. Dat werd niet begrepen door uitkeringsinstanties en hij belandde in een persoonlijke crisis, die echter van groot belang is gebleken voor zijn huidige opvattingen en denkbeelden. In een dergelijke situatie ga je nadenken en je afvragen wat er nu echt belangrijk en betekenisvol is: Is het geld? Macht? Nee, het gaat om menselijke waarden zoals geluk! "Zonder waarden is het leven waardeloos", zegt hij letterlijk! Wij zijn dat in onze jachtige samenleving bijna verloren, omdat alles draait om economische groei en voordeel.

Zo vertelt hij zeer bevlogen en in een stortvloed van woorden dat alleen in een crisis mensen bereid zijn hun opvattingen en gedragingen te veranderen, zoals hij zelf heeft ervaren. Hij trekt meteen de parallel met de huidige financiële, economische en milieucrisis. Pas als mensen het in hun beurs voelen gaan zij over tot actie. Nu is zo'n moment om het roer volledig om te gooien. We moeten ons niet meer afhankelijk opstellen tegenover de overheid en de hand ophouden. We moeten zelfredzaam, zelfverantwoordelijk en zelfvoorzienend worden. Dat is een persoonlijk bewustwordingsproces zo benadrukt hij.

Close geeft zelf het voorbeeld van een dienstbare ondernemer als initiatiefnemer van "De stad van Morgen". Daarnaast vertelt hij over de wankele positie van de euro, die vooral lijdt onder speculatieve acties. De overheden die maar geld blijven pompen in noodlijdende financiële instellingen en in de economie maken ons armlastig, want de burger moet aan het eind van de rit voor de kosten opdraven. Als tegenwicht hebben we lokale valuta nodig zoals de Let of de Wir in Zwitserland. Close heeft zelf in een voorstel de Eindhovense Buddy gelanceerd, maar het had ook net zo goed de Knuffel genoemd mogen worden. Die naam is ingegeven om te benadrukken dat wij die met open armen tegemoet moeten treden als iets van ons! Daarmee kunnen we lokale, sociale en zelfs ondernemersactiviteiten stimuleren en zijn we minder afhankelijk van de overheid of het financiële systeem.

Op een vergelijkbare manier zet Jean-Paul zich in voor energiecoöperaties op het gebied van zonne- en windenergie die ons minder afhankelijk maken van fossiele brandstoffen en de gevestigde orde(de grote energiemaatschappijen). Hij voorspelt dat de kosten van water en energie de komende tijd snel zullen stijgen en misschien wel hoger zullen worden dan de vaste lasten (huur of hypotheek). Close heeft zich ook laten inspireren door het voorbeeld van transition towns. Op stedenbouwkundig vlak moeten we wijken volledig gaan herontwikkelen. In plaats van wijken waar alleen achter de eigen muren en gordijnen gewoond wordt, zullen we een nieuw concept moeten ontwikkelen. Dan bedoelt hij wijken waar mensen wonen maar ook werken, recreëren, hun eigen groenten verbouwen en er volop sociale interactie mogelijk is. Kortom: lokale en autonome gemeenschappen die zichzelf besturen.

Jean-Paul vertelt dat hij met zijn initiatief ook nauw betrokken is bij energie- coöperaties in Texel en Noord Holland. Hij is niet alleen een visionair, maar ook een daadkrachtig ondernemer met realiteitszin. Op vragen uit het publiek legt hij uit hoe een energiecoöperatie opgezet zou moeten worden. Daarvoor zijn ongeveer 6000 woningen in een woonwijk nodig of een aantal grotere industriële panden. De eerste fase is het zo goedkoop mogelijk inkopen van energie waarbij de winst geïnvesteerd wordt in zonnepanelen en windmolens, met het uiteindelijke doel om geheel zelfvoorzienend te worden met alternatieve, onuitputtelijke energie!

Na deze twee bijzondere en vooral moedige sprekers hadden de aanwezigen nog veel na te praten onder het genot van een consumptie. Al met al een zeer inspirerende avond en wie er niet geweest is heeft heel wat gemist!

donderdag 30 september 2010

Socialistische Partijen

Een kleine geschiedenis

Zoals de meeste mensen wel weten is de huidige SP als politieke partij in 1972 opgericht.
Het was de tijd van idealen en in het kielzog van de maatschappijkritiek van vooral jongeren zoals Provo’s, Kabouters en Flower Power ontstonden er ook nieuwe politieke bewegingen.
Toch heeft de socialistische beweging meerdere voorgangers gehad met als eerste de Sociaal-Democratische Bond (SDB) opgericht in 1881 onder leiding van Domela Nieuwenhuis.
Hij was ook de eerste socialist in de Tweede Kamer.

In 1894 kwam er een scheuring in de SDB en ontstond de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Aangezien de SDAP een hervormingsgezinde en geen revolutionaire partij was verlaat in 1909 een groep radicalen de SDAP en richt de Sociaal-Democratische Partij (SDP) op waar later de Communistische Partij uit ontstaat. De SDAP gaat na de Tweede Wereldoorlog in 1946 een fusie aan waaruit de PvdA ontstaat. De SDAP stond in de volksmond ook wel bekend als de Schoolmeesters, Dominees- en Advocatenpartij. Bekende leden waren Willem Drees ( de latere Minister- president), Sicco Mansholt en Jan Tinbergen

De SDAP, onder leider van de bekende activist Troelstra (een van de 12 oprichters en in de volksmond “de twaalf apostelen” genoemd) was tot 1939 actief.
Mede onder invloed van de ontwikkelingen in Duitsland waar de NSDAP, die trouwens pas opgericht is in 1920, Hitler in het zadel heeft geholpen heeft de SDAP een slechte reputatie gekregen. Onterecht want tijdens WO II werd de SDAP door de Duitse bezetter zelfs verboden!
De SDAP kon al in 1913 ministers leveren bij haar regeringsdeelname (kabinet De Geer II) maar zag hier later onder druk van het partijcongres van af, omdat ze bang waren dat de socialisten steun zouden moeten geven aan een oorlog (WO I ) die op uitbreken stond.
De SDAP streed voor algemeen kiesrecht en sociale wetten zoals het staatspensioen.
De invoering van het algemeen kiesrecht (voor mannen en vrouwen) in 1917 leverde de SDAP ook veel zetelwinst op. Drees, ook een SDAP-lid, heeft later de AOW ingevoerd.
Zeer interessant is een rapport van de SDAP uit 1920 met als titel “Het socialisatie-rapport”(zie ook Spanning september 2010). In dit rapport wordt duidelijk dat de SDAP tegen een gewelddadige revolutie was en dat de weg naar het socialisme juist via het parlement moest gaan, in geleidelijke stappen en democratisch. Dit kwam mede omdat de oproep tot revolutie door Troelstra in 1918 in Rotterdam volledig mislukte.
De opdracht, die een commissie van 15 leden had gekregen, was om met voorstellen te komen, hoe het particuliere eigendom in een aantal bedrijfstakken geleidelijk aan kon worden opgeheven. Dat is een kernpunt van het socialisme. Zij kozen daarin opvallend genoeg voor een nieuwe insteek.
Niet de productiemiddelen in handen van de overheid/staat of in handen van de werknemers, maar juist het eigendom in handen van een gemeenschap van mensen. “De fabriek aan de gemeenschap” was hun leus! De vele voorbeelden van Trusts in de VS en GB en Stichtingen in Europa dienden als inspiratie. Zij adviseerden een vorm van autonoom publiekrechtelijk lichaam, waarin werkers, gebruikers en de gemeenschap een plaats zouden hebben.
Socialisme als middenweg tussen het vrije kapitalisme en het staatsgeleide communisme. Daarmee zou de economie veel doelmatiger en zonder verspilling kunnen werken. Helaas was de tijdsgeest toen nog niet rijp voor deze progressieve voorstellen. Toch kennen we tegenwoordig de publieke bedrijfsorganisatie en de Sociaal Economische Raad (SER) die als een overkoepelend orgaan van alle gesocialiseerde bedrijfstakken moest fungeren en voor het eerst genoemd werd in dit rapport uit 1920. De huidige ernstige economische crisis noopt tot herbezinning en misschien krijgt de socialisatiegedachte een nieuw leven?!

De eerste Socialistische Partij, met ook de afkorting SP, bestond al veel eerder en stond onder leiding van oprichter Harm Kolthek.
Deze SP haalde bij de verkiezingen van 1918 een Kamerzetel en was ook vanaf 1919 in diverse plaatsen in de gemeenteraad vertegenwoordigd. Eind jaren 20 van de vorige eeuw verdween ze echter weer uit de politiek. Kolthek volgde een opleiding tot leraar, maar zou later werkzaam zijn als smidsknecht. In 1901 vertrok hij naar Deventer waar hij werkte voor een drukkerij Voorwaarts. Kolthek beschouwde coöperaties als een van de middelen van de socialistische beweging . Hij was ook een voorstander van de vrijmaking van grond en productiemiddelen uit privé bezit.
De eerste SP was vooral een pacifistische partij en het verkiezingsprogramma ging over gelijke rechten voor man en vrouw en afschaffing van het koningshuis.
Uiteindelijk zou de oprichter zelf uit de SP stappen . Hij trok zich terug in Groningen waar hij jaren later met een nieuwe partij Recht en Vrijheid, gebaseerd op het gedachtegoed van de Amerikaanse politiek econoom Henry George en bekend van het baanbrekende boek “Progress and Poverty”, opnieuw een plek in de Groninger gemeenteraad verwierf.
Deze vereniging had ten doel het herstel van het gelijke recht van alle mensen op de grond, zoals George er ook van overtuigd was dat de sociale misstanden in de samenleving veroorzaakt werden door “het particuliere grondeigendom”.
Kolthek was ook tegen de gemaakte woekerwinsten van gemeentelijke bedrijven bij de verkoop van grond . Hij was principieel tegen grondeigendom en voorstander van een erfpachtstelsel. Met deze opvattingen was hij succesvol in Groningen en bemachtigde zelfs 5 zetels in de gemeenteraad in 1935 en 1939 en een zetel in de provincie. Toch verdween deze partij kort na het overlijden van Kolthek in 1946.
Grondpolitiek bleef echter een gevoelig politiek dossier en zelfs het latere kabinet Den Uyl is in 1977 hierover gestruikeld.
Het ideeëngoed van George krijgt tegenwoordig weer veel aandacht door o.a. Stichting Grondvest en de Bellamy Stichting. Samen maken ze ook deel uit van de Coalitie voor duurzame ontwikkeling.
Een stukje eigen geschiedenis kan helpen om ons te bezinnen waar we staan en welke kant het op moet. Zo blijkt ook telkens weer dat de huidige SP vaak in een verkeerde hoek wordt gedrukt van communistische of anarchistische bewegingen. Zo reageerde VVD leider Mark Rutte op het alternatieve linkse regeringsakkoord van Emile Roemer met de woorden:”O, heeft kameraad Roemer in zijn dacha (zo worden Russische buitenhuizen genoemd van de partijbazen) tijdens zijn vakantie wat geschreven?? Uit een andere hoek wordt de SP of haar partijvoorzitter Marijnissen vaak afgeschilderd als populistisch die alleen op ongenoegens van burgers inspeelt.
Als actie en politieke partij heeft de huidige SP een duidelijk beginselprogramma en is gestoeld op kernwaarden en een rijke voorgeschiedenis !

maandag 20 september 2010

Rechten zijn onvoorwaardelijk!

Onderstaand artikel is ook gepubliceerd op de SP-website van de afdeling Eindhoven in de rubriek Ingezonden vanaf 20 september 2010

Rechten en Plichten: een ingewikkelde puzzel !

Steeds vaker worden rechten en plichten in een adem genoemd alsof ze vanzelfsprekend bij elkaar horen als een Siamese tweeling. De vraag is echter of dat ook werkelijk zo is of dat het een politieke truc is.
Bij Rechten met een hoofdletter denken we allereerst aan rechten zoals die ook in de grondwet zijn vastgelegd, zoals het recht op gelijke behandeling (artikel 1) of het recht op vrijheid (artikel 23). Vrijheid van godsdienst, vereniging en meningsuiting zijn fundamentele rechten waar geen verplichtingen tegenover staan.
De enige beperking of voorwaarde is de aanduiding op wie de rechten van toepassing zijn, dus bv alle Nederlandse burgers. Daarnaast kun je zeggen dat in het verlengde van deze rechten het ook om plichten vanuit de overheid gaat. Zij zullen deze vrijheden moeten beschermen of de voorwaarden creëren waaronder burgers hun vrijheden kunnen praktiseren. Anders gezegd zou je kunnen zeggen dat het recht van de een (lees burger) verplichtingen oplevert voor de ander (overheid).
Dat betekent dus dat rechten onvoorwaardelijk zijn! Voor iedere burger gelden deze grondrechten zònder enige tegenprestatie of voorwaarde!
Enige nuancering zou misschien kunnen gelden voor het recht op vrije meningsuiting waarbij de wetgever wel een beperking heeft ingebouwd namelijk dat dit recht niet mag uitmonden in openlijk haatzaaien, racistische of openlijke discriminatie. Deze beperking op de vrije meningsuiting is begrijpelijk omdat de vrijheid van de een geen afbreuk mag doen aan het principe van gelijkheid of gelijkwaardigheid van de ander .
Geert Wilders moet zich binnenkort vanwege mogelijk haat zaaien om die reden verantwoorden voor de rechtbank.
Geldt die onvoorwaardelijkheid dan ook voor rechten met een kleine letter?
Denk hierbij aan het recht op een minimum bestaansniveau of bijstandsuitkering en het recht op onderwijs, op goede gezondheidszorg?
Hier zie je dat de wetgever geleidelijk aan wel steeds meer drempels opwerpt en voorwaarden stelt. Het recht op een uitkering is gekoppeld aan bijvoorbeeld een sollicitatieplicht, of een acceptatieplicht bij passend werk, of plicht tot eigen bijdrage.
Dit zou je kunnen beschouwen als een aantasting van onze rechten. Ze worden steeds meer voorwaardelijk gemaakt.
Natuurlijk kunnen rechten en plichten onafhankelijk, maar wel naast elkaar bestaan. De overheid mag ook van burgers iets vragen of eisen. Denk aan eisen voor betrokken, verantwoordelijke burgers.
Dat lijkt ook redelijk om eventueel misbruik te voorkomen of om ervoor te zorgen dat overheidsgeld rechtvaardig wordt toegekend of om de burger ook verantwoordelijk te maken.
We bevinden ons daarmee echter op een glijdende schaal, waarbij de wetgever helaas steeds verder gaat.
Zo heeft het demissionaire kabinet, in de persoon van minister Donner, in het dossier sociale zekerheid, dat feitelijk controversieel is verklaard door de Tweede Kamer, toch twee omstreden wetsvoorstellen ingediend. Het ene voorstel wil langdurig zieke werklozen verplichten om te zoeken naar ander, vergelijkbaar werk, voordat ze in de ziektewet kunnen komen.. Het andere voorstel zorgt ervoor dat de periode van de werkeloosheidsuitkering niet meer verlengd wordt met de duur van de ziekteperiode . Een schaamteloos voorstel en typisch CDA.

Zo heeft demissionair minister president Balkenende in september bij de opening van het academische jaar op de Vrije Universiteit een lezing gegeven met de titel “vrijheid in verantwoordelijkheid” en daarbij fel uitgehaald naar bankiers en topmanagers vanwege de zeer hoge salarissen en bonussen. Geheel moreel verwerpelijk, vond hij . Daarna riep hij deze managers op om tot inkeer te komen en zich te beteren. Hij vond echter niet dat de overheid als wetgever iets zou moeten doen om dit gedrag te bestraffen dan wel te voorkomen. Balkenende blijft, tegen beter weten in, geloven in zelfregulering en verwacht wonderen van een moreel appèl . Hoe naïef kun je zijn!