maandag 21 maart 2011

Armoede werkt niet!

Armoede en 80/20 regel.

In mijn vakgebied de bedrijfskunde kennen we de 80/20 regel en dat is een vuistregel die stelt dat bij een bedrijf 20% van de klanten/afnemers voor 80% van de omzet zorgt. Datzelfde geldt ook aan de inkoopkant. 20% van de leveranciers levert 80% van de waarde aan ingekochte goederen. Verder geldt het ook voor de waarde van de voorraden bij een bedrijf.
Pijnlijk wordt het echter als blijkt dat deze vuistregel ook geldt voor de vermogensverdeling onder de bevolking. 80% van de bevolking heeft samen maar 20% van het totale vermogen van in totaal € 1200 miljard( jaar 2010) en de 20 % rijkste mensen hebben 80% van het vermogen(zie tabel hieronder).
Deze cijfers zijn afkomstig van SP 1e Kamerlid Reuten en zijn gebaseerd op CBS cijfers uit 2010.
Nog schrijnender wordt het als je verder beseft dat 60% van de bevolking samen maar 2% van het vermogen heeft en de 10% rijkste groep 60% van het totale vermogen heeft. Nederland is dus geen lichtend voorbeeld van een eerlijke vermogensdeling.
Die ongelijke vermogensopbouw is voornamelijk terug te herleiden op een ongelijke inkomensverdeling. Daarvan hebben Jan Tinbergen in 1970 en recent de onderzoekers Wilkinson en Pickett al aangetoond hoe desastreus dat uitpakt voor een groot aantal maatschappelijke factoren( onderwijs, gezondheid, veiligheid etc.) . Zie ook mijn eerdere artikel hierover op 27 december 2010 op dit weblog. http://solidaire-economie.blogspot.nl/2010/12/inkomensongelijkheid-en-welzijn.html

Andere cijfers bevestigen deze ontwikkeling. Zo is het aantal jongeren dat een bijstandsuitkering ontvangt tussen 2008 en 2010 gestegen met 64 %. Dat betekent dat 35.000 mensen jonger dan 27 jaar in de bijstand zitten. Het totaal aantal mensen in de bijstand neemt ook toe. De teller staat op 307.000 mensen vergeleken met 259.000 mensen eind 2008.
Kijk je specifiek naar kinderen (in armoede) dan blijkt ook dat dit aantal is gestegen tot 1:11 oftewel 9,1 %. Dan gaat het om 311.000 kinderen onder de armoedegrens(cijfers CBS van 2009). Deze kinderen kunnen daardoor bijna nooit uitstapjes maken, op vakantie gaan, niet bij een sportvereniging en ze hebben weinig speelvriendjes of vriendinnetjes. De bijzondere bijstand en een organisatie als Stichting Leergeld proberen de ergste nood te ledigen.

Het is in dit zeer welvarende land een gotspe dat de samenleving en zeker de overheid een dergelijke situatie laat voortbestaan. Alleen de SP en de laatste tijd ook de PvdA proberen deze zaken op de politieke agenda te krijgen. Eerlijk delen moet niet alleen een politieke leuze worden maar dagelijkse praktijk. Daarvoor is wel wetgeving nodig!

donderdag 3 maart 2011

Sociaal of Liberaal?

Uitslag Statenverkiezingen 2011

In alle debatten vooraf was duidelijk dat het ook een test is voor de huidige regering van VVD, CDA en gedoogpartner PVV. Zo heeft de SP de verkiezingsleuze Protest gebruikt dat ook gelezen kan worden als Pro- test. Nu heeft de PVV nog geen zetels in de Senaat en zullen de regeerpartners samen in mei ook geen meerderheid halen. De laatste prognoses geven aan dat de coalitie maar kan rekenen op 37 van de 75 zetels.

De PVV heeft wel een grote winst geboekt door meteen op 10 zetels in de Eerste Kamer uit te komen. De VVD komt op 16 zetels en het CDA op 12 zetels. Het CDA heeft daarmee een flinke klap gekregen door 9 zetels te verliezen, want ze hadden 21 zetels. Hier wreekt zich dus de interne onvrede in CDA-kringen waarbij een derde deel van de leden deelname aan de regering met gedoogsteun van de PVV eigenlijk niet zag zitten. Gek genoeg treedt dat effect niet op bij Groen Links die wel de nieuwe Afghanistan-missie van de regering steunt maar daardoor veel interne kritiek te verduren kreeg. Toch boekte de partij nog een kleine winst en kwam uit op 6,3% van de stemmen en dat was in 2007 nog 6,1% .

Kijken we vooral naar de resultaten op provinciaal niveau dan zijn er ook grote verschuivingen. Het CDA zal voor het eerst in de geschiedenis niet meer de grootste partij in Noord Brabant zijn. Ze zijn bijna gehalveerd zo blijkt uit de cijfers.Van de 31% van de uitgebrachte stemmen in 2007 zijn ze gezakt naar 17,4 % nu.
De VVD neemt het stokje van het CDA over en wordt de grootste partij met 20,7 % van de stemmen. De PVV komt op 14%, D’66 haalt 8%, Groen Links 5,9%. De SP daalt van 21% naar 13,8%, maar wordt wel de 4e partij in grootte in Noord Brabant. De PvdA verliest ook een klein beetje van 14 % naar 13,4% en wordt de 5e partij. Omgerekend naar zetels in de provinciale Staten betekent dat: VVD 12, CDA 10, PVV 8, SP 8, PvdA 7, D’66 5 en Groen Links 3 zetels. De VVD mag de nieuwe coalitiebesprekingen gaan beginnen en zal wel met CDA en PVV iets proberen te regelen. Samen hebben zij 30 zetels van de in totaal 55 zetels in de Staten.

De SP heeft het in Eindhoven nog net iets beter gedaan door als 3e partij 15,2 % van de stemmen te halen. Net iets minder dan de VVD met 17,9% en PvdA met 16,8% maar ruim groter dan PVV met 12,1% en D’66 met 11 %
Kijk je naar de randgemeenten dan zie je een vergelijkbaar beeld. In Veldhoven is de SP 3e geworden met 15,1%. In Helmond ook 3e met 16,4 %. In Geldrop ook 3e met 16,3% en in Valkenswaard 5e met 13,4% . De Eindhovense regio scoort dus nog beter dan heel Noord-Brabant. Een op de zeven stemmers kiest hier voor de SP en heeft het hart dus op de goede plaats,links!


Ook in Limburg is een kleine aardverschuiving opgetreden. Daar wordt de PVV in een klap het grootste met 20,6%, gevolgd door het CDA met 19,4%, VVD met 16%, PvdA 13,5% en SP 11,9% . Hier wordt de SP dus de 5e partij. Hier mag de PVV dus de coalitiebesprekingen gaan starten. Hoe zich dat in beleid vertaald en in de praktijk zal uitpakken zullen we met grote belangstelling volgen.

Kijk je naar heel Nederland dan is de VVD ook de grootste partij geworden met 19,6% van de stemmen, op de 2e plaats komt de PvdA met 17,3%, gevolgd door het CDA met 14,2% , de PVV met 12,4% en als 5e de SP met 10,2%. De PvdA heeft de campagne gevoerd met als slogan dat “het moet Eerlijker” . Bij alle kabinetsplannen tot nu toe in het onderwijs, de zorg en de overheid lijken de zwakste partijen het meest te lijden te krijgen en worden de rijken veelal ontzien. De burgers in het land vinden kennelijk dat het ook eerlijker kan.
Vergeleken met de resultaten van de Tweede Kamerverkiezingen van juni 2010 heeft de SP het nog net iets beter gedaan. Toen haalden ze 10 % vd stemmen en leverde dat 15 zetels op in de 2e kamer. Voor Emile Roemer die zijn uiterste best heeft gedaan in de campagne, gesteund door honderden vrijwilligers een opsteker! De Eindhovense SP-afdeling mag trots op dit resultaat.

dinsdag 1 maart 2011

De loze beloften van de PVV !






Hoe Sociaal is de PVV van Wilders??


In het verkiezingsprogramma waarmee Geert Wilders de Tweede Kamerverkiezingen in ging stonden hele duidelijke linkse standpunten. Zo wilde hij geen verhoging van de pensioenleeftijd en was hij tegen verruiming van het ontslagrecht. Ook wilde hij de topinkomens aanpakken en moest er meer geld naar de ouderenzorg. Dat was voor Wilders als ex-VVD’er toch heel opmerkelijk.
Later heeft hij het beeld gelanceerd dat de PVV de ideale partij voor “Henk en Ingrid” is, de gewone doorsnee Nederlanders.
Behalve met de Islamretoriek heeft de PVV mede dankzij deze standpunten veel stemmen getrokken uit de linkse politieke hoek en een grote verkiezingswinst behaald.
Nu we binnenkort weer gaan stemmen is het goed om eens te kijken wat de PVV, sinds ze als gedoogpartner van het kabinet van VVD en CDA actief is, vooral heeft gedaan.
Je kunt wel mooie beloftes doen, maar hoe is de praktijk geweest ? Welke moties worden door de PVV nu wel en niet gesteund in de Tweede Kamer. Dan ontstaat een heel ander beeld.

De verhoging van de pensioenleeftijd waarvan Wilders tot op de dag van de verkiezingen zei dat het een breekpunt was, heeft hij meteen ingeleverd in het gedoogakkoord. Jammer dan. Dat heeft iedereen in de media ook kunnen vernemen. 

Er zijn echter maar weinig mensen die ook het stemgedrag in de Tweede Kamer volgen. Gelukkig heeft het wetenschappelijk bureau van de SP dat wel gedaan en daarover gepubliceerd (o.a. in Spanning februari 2011).
Dan ontstaat toch wel een ontluisterend beeld. Zo was er een motie van de PvdA om flexwerkers dezelfde rechten te geven op uitkeringsduur en hoogte in de sociale zekerheid als werknemers met een vast contract. Een zeer sociale motie die juist tijdelijk personeel en uitzendkrachten een eerlijke gelijke behandeling geeft. Helaas haalde het voorstel het niet omdat CDA, VVD, PVV en SGP tegen stemden! Het CDA heeft kennelijk haar christelijk sociale idealen ook al lang overboord gegooid.
Geert Wilders heeft ook al heel vaak laten blijken dat hij heel kritisch is tegenover het Koningshuis. Toch verwierp hij een motie om de bijzondere fiscale positie van leden van het Koninklijk Huis te beëindigen.

Zelfs op het gebied van veiligheid, een kernthema van de PVV, blijkt Wilders opeens een ander stemgedrag te vertonen. Een motie om de zogenaamde Montfransmiddelen te behouden, waarmee cameratoezicht, straatcoaches en andere projecten betaald worden om overlast te beperken, heeft de PVV niet gesteund.

Een andere opvallende motie kwam van de SP om de topsalarissen in de cultuursector en in de zorg aan banden te leggen. Maar ook hier stemde de PVV tegen. De PVV was zelfs tegen het opstellen van een armoedebeleid !?
De SP diende ook een motie in om de witteboordencriminaliteit beter aan te kunnen pakken door aanzienlijk meer financiële rechercheurs aan te stellen, maar ook die motie strandde.
De PVV stemde ook samen met VVD en CDA voor bezuinigingen op jonggehandicapten en sociale werkplaatsen en voor het afschaffen van de alleenstaande ouderkorting en het korten op de huurtoeslag.

Hoezo is PVV sociaal???
Het wordt tijd dat iedereen het ware gezicht van de PVV ziet en dat is in overeenstemming met de positionering die ze als fractie in de Tweede Kamer innemen, juist ja uiterst rechts !
De kiezers (Henk en Ingrid in het bijzonder) hebben nu weer een nieuwe kans om een partij te kiezen die hun belangen wel vertegenwoordigd en die geen huichelaar is. Kies bewust!

Update 22 November 2023
Hoe verrassend was de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen  waarbij de PVV  als grootste partij uit de bus kwam met maar liefst 37 zetels
Kennelijk heeft Geert Wilders in de verschillende debatten zichzelf goed kunnen presenteren en na 12 jaar kabinetten onder leiding van Mark Rutte met de VVD  was de bevolking het zat
Het moet anders en als Wilders aangeeft dat hij bereid is samen te werken met andere partijen en sommige standpunten te zullen verzachten zoals het verbieden van moslims, korans en moskeeën zijn we benieuwd of andere partijen samen een regering met de PVV willen vormen. 
Zorgpunt is het niet democratische gehalte van de PVV, dat geen leden heeft die mogen stemmen, hun vertegenwoordigers mogen kiezen, het partijprogramma mogen samenstellen en daarover kunnen stemmen. Het is een 1-persoonspartij, hetgeen zeker ondemocratisch is.
Hetzelfde geldt voor de financiële bronnen waaruit de PVV kan putten omdat sommige daarvan zeker uit het buitenland komen waaronder Israël. Daarover wordt geen openheid gegeven.
Toch is er nu in Nederland een regering bestaande uit 4-partijen ,waarvan de belangrijkste is de PVV . Wilders mocht geen premier worden , maar voor de rest heeft hij groen licht gekregen samen met nieuwkomers BBB en NSC en ook notabene de VVD.!!??

vrijdag 7 januari 2011

Kleinschalige, intermediaire Technologie


E.F.Schumacher. Foto: www.laprogressive.com

“Hoe Kleiner, hoe beter!” van E.F.Schumacher
- een boekbespreking –

Fritz (roepnaam) Schumacher werd in 1911 geboren in Bonn. Zijn vader was een hoogleraar in de economie en de wetenschap van de politiek. Fritz studeerde economie en wetenschap van de politiek in Oxford en vervolgde zijn studie later aan de Columbia Universiteit in New York. In 1934 keerde hij terug in Duitsland maar vluchtte in 1937 naar Engeland vanwege het opkomende nazisme. Twintig jaar was hij in dienst van de Britse Staatsmijnen. Vanaf 1970 werd hij directeur van Scott Bader & Co, een bedrijf op basis van arbeiderszelfbestuur.

Dit al in 1979 uitgegeven boek heeft als oorspronkelijke titel “Good Work” is het laatste in een reeks van 3 boeken en is pas 2 jaar na de dood van Fritz Schumacher verschenen. Een collega en vriend heeft het boekje samengesteld op basis van een aantal lezingen die Schumacher in zijn laatste levensjaar hield in de VS. De meeste mensen kennen vooral zijn eerste boekje “Small is Beautiful”(in 1973 in Nederland uitgegeven onder de titel “Hou het klein”).


Het minst bekend is zijn tweede boekje “Gids voor de verdoolden” (gide for the perplexed) dat meer een filosofisch raamwerk is, een gids naar de morele waarden. Het eerste boek werd een groot succes en heeft er grote groep mensen geïnspireerd en daarmee is hij de geestelijk vader van de kleinschaligheidsbeweging geworden.
In Nederland vertegenwoordigt door Stichting Mens en Milieuvriendelijk Ondernemen (MeMo), de Kleine Aarde, de Twaalf Ambachten, Stichting Kleinschalig Ondernemen (Stok) etc.

Maar ook vakgroepen van Technische Universiteiten en Hogescholen hadden wel een studie- of werkgroep Aangepaste of Intermediaire technologie die zich met de ideeën van Schumacher bezig hielden, zo ook aan de TU/e waar ik zelf gestudeerd heb vanaf 1977-1984.
Mede ook door zijn ideeën was ik samen met enkele medestudenten van de studierichting Technische Bedrijfskunde actief om een boekje en tentoonstelling over Kleinschalig Ondernemen te ontwikkelen die later door heel Nederland heeft gereisd. Ook stonden wij aan de wieg van de oprichting van een Bedrijfskunde Wetenschapswinkel, die ruim 25 jaar heeft bestaan. Tijdens mijn studie heb ik ook enige jaren vrijwilligerswerk gedaan bij de kredietcommissie van Stichting Memomunt te Amsterdam en de Stichting Stok te Eindhoven.

Magnum Opus
Het is na bijna 40 jaar weer een hele ervaring om juist zijn laatste levenswerk Good Work in zijn geheel te herlezen. Na zoveel tijd kun je het nog meer op waarde schatten en heeft het nog steeds niet aan actualiteit of urgentie ingeboet.
Schumacher maakt al meteen duidelijk dat het huidige economische systeem feitelijk onhoudbaar is omdat het gebaseerd is op (te) goedkope fossiele brandstoffen en grondstoffen en zeer gewelddadig is voor de natuur en het milieu. Het voortdurend op groei gerichte economische systeem brengt de samenleving en de aarde ernstig in gevaar. Schumacher legt de schuld daarbij niet zo zeer bij het kapitalistische systeem van concurrentie en vrijhandel maar veel meer bij de technologie die veel te kapitaalintensief en vooral te grootschalig is!

Hij pleit dan ook de ontwikkeling van een meer kleinschalige, weinig kapitaalintensieve, intermediaire technologie. Door anderen wordt het ook wel aangepaste technologie genoemd, omdat deze technologie moet passen in een bepaalde omgeving, de daar aanwezige kennis en hulpbronnen.

Praktijk
Met het door Schumacher opgerichte instituut Intermediate Technology Development Group zijn in enkele jaren tijd veel van dergelijke technologieën ontwikkeld, zoals kleinschalige, arbeidsintensieve en kapitaalarme steen-, meel-, spaanplaat-, keramiek-, textiel- en cementfabriekjes.
Deze organisatie heeft ook veel modern gereedschap en bruikbare landbouwwerktuigen ontwikkeld voor ontwikkelingslanden. Daarmee late ze zien, bewijzen ze dat het kan, dat het werkt en zeer vooruitstrevend is. Bij ontwikkelingshulp geldt tegenwoordig ook steeds meer het motto: “geef mensen de hulpmiddelen zodat zij zichzelf kunnen ontwikkelen in plaats van gratis noodhulp, voedsel of kredieten”.
Schumacher was ook een actief voorstander van biologische, kleinschalige landbouw die de vruchtbare aarde niet uitput. Dus zonder zware mechanische tractoren of combines, pesticiden, onkruidverdelgers en kunstmest. Als oprichter van de Soil Association probeerde hij in Engeland vooral deze vorm van landbouw en tuinbouw te ontwikkelen.

De oorspronkelijke titel Good Work is eigenlijk beter dan de Nederlandse titel en dermate belangrijk omdat Schumacher’s kritiek tegen grootschalige technologieën vooral gericht is op het geestdodende, zielloze werk dat het voor bijna alle productiemedewerkers oplevert.
Het is geen werk dat de mens nog uitdaagt om zijn creativiteit en vakmanschap en dus zijn mens-zijn te ontwikkelen! Grootschalige productie en ingewikkelde complexe technologische producten laten de mens zielloos achter. Hij kan er niets meer aan verbeteren of repareren.
We hebben daarom behoefte aan een technologie op menselijke maat, liefst zo kleinschalig, eenvoudig en kapitaalsarm. Dat kan zeker voor de menselijke basisbehoeften van voeding , huisvesting, kleding ed. Schumacher was realist genoeg om te beseffen dat een dergelijke technologie niet kan voor de productie van een tanker, vliegtuig of een raket. Hij wilde ook niet terug naar die goede, oude tijd, iets wat tegenstanders hem en zijn navolgers via kreten als “geitenwollen sokken mensen” verwijten. Met moderne kennis en inzichten betere producten en fabrieken ontwikkelen die de mensen dienen, dat was zijn doel.

Letterlijk omschreef hij de doeleinden van elke menselijke arbeid als volgt:
1.productie van noodzakelijke en nuttige goederen en diensten.
2.gelegenheid om onze talenten en kwaliteiten te gebruiken, te oefenen en verder te ontwikkelen, te vervolmaken.
3.dienstbaarheid aan en samenwerking met andere mensen om het menselijk aangeboren egoïsme te overwinnen.

Bronnen
Schumacher blijkt een zeer christelijk en ook spiritueel geïnspireerd iemand te zijn, die de Bijbel maar ook het Boeddhisme goed kent. In felle bewoordingen laat hij zich zeer kritisch uit over de het huidige materialistische wetenschapsdenken en de Darwinistische evolutieleer die de mens heeft beroofd van een ziel en geest. Alleen het lichaam telt nog maar en dus mag arbeid niet fysiek te zwaar belastend of ongezond zijn. Het gaat echter om meer, veel meer!
Onderwijs en opvoeding moeten daarom ook jonge mensen helpen zichzelf te ontwikkelen, want een mens is geen nummer of soort maar een uniek wezen, ja zelfs een heelal.
Niet welvaart maar geluk en welzijn moeten voorop staan. We moeten af van het blinde vertrouwen in meer groei van het bruto binnenlands product. Word wakker mensen!

maandag 3 januari 2011

Een menselijke Economie

Onderstaand artikel wordt ook gepubliceerd in het volgende nummer van het tijdschrift Apokalyps in 2011



Een menselijke economie, van Ad Broere

-een boekbespreking-


Mijn ontmoeting met deze auteur en bedrijfsadviseur vond plaats op 16 november 2010 toen hij een lezing gaf op de Fontys Hogeschool Bedrijfsmanagement & Techniek, de school waar ik als docent werkzaam ben. De titel van die lezing was ook de titel van zijn nieuwste boek “Ending the global casino”. Voor docenten en studenten gaf hij een inkijkje in het huidige financiële systeem dat momenteel zo onder vuur ligt door de crises. Broere(geboren 1948) is econoom en oud-bankier en kan daardoor de ingewikkelde financiële begrippen helder uitleggen. Hij begon de aanwezigen eerst te testen met de vraag of ze ooit van de BIS of de WIR hadden gehoord. Weinigen durfden hun vinger op te steken, maar hun nieuwsgierigheid was gewekt. In zijn gastcollege noemde hij ook zijn in 2009 bij uitgeverij ASPEKt uitgegeven boek “Een menselijke economie”, dat ik meteen heb aangeschaft.
Ook in dat boek beschrijft Broere uitgebreid de omstreden rol van de bank der banken, de “Bank for International Settlements (BIS). Deze in 1930 opgerichte bank is gevestigd in Bazel. Op deze bank berust de verdenking dat deze actief het Hitler en Stalin-regime zou hebben gefinancierd (ook te lezen in het boek van Anthony Sutton “Wall Street and the rise of Hitler”). Inmiddels is deze bank uitgegroeid tot het coördinerende centrum van de centrale banken wereldwijd en is het de spil in de internationale monetaire politiek. Bij de laatste G20-top heeft het meer bevoegdheden (o.a. 250 miljard SDR extra om opkomende economieën te kunnen steunen). De BIS dreigt uit te groeien tot een wereld centrale bank zonder dat landen, regeringen of de VN hier enkele controle over hebben.
Formeel zijn er 55 leden bij de BIS en dat zijn de centrale banken van landen. In het bestuur hebben 20 presidenten van de centrale banken zitting, zoals ook Nout Wellink. Door deze bank zijn ook de Basel akkoorden (I, II en III) opgesteld, die eisen stellen aan het hele internationale financiële banksysteem. Zoals ook Caroll Quigley in zijn boek “Tragedy and hope” al in 1966 beweerde is het probleem dat Centrale banken geen overheids-of staatsbanken zijn, maar dat de meeste ervan zoals de BIS en FED eigenlijk private ondernemingen zijn. Wie de aandeelhouders zijn wordt niet bekend gemaakt?! Willem Middelkoop met zijn boek “Als de dollar valt” heeft hier ook over geschreven. Hij wordt door Broere genoemd als intellectuele financiële journalist. Als tegenvoorbeeld komt hij met de Zweedse JAK bank, die geen rente geeft op spaartegoeden maar ook geen rente vraagt op leningen. Je moet wel lid zijn en dat zijn er inmiddels al zo’n 36.000 (2008).
Een ander voorbeeld is de WIR, een in Zwitserland in 1934 door een aantal ondernemers opgerichte bank, die een eigen munt, de WIR (lettterlijk “wij =van ons”) introduceerde . De WIR is een gesloten systeem waarbij de girale munt niet inwisselbaar is voor andere valuta. Hij wordt als betaalmiddel geaccepteerd door de aangesloten bedrijven en er wordt geen rentevergoeding voor gegeven. Dat bevordert dat het geld een hoge omloopsnelheid heeft en vooral stimulerend werkt voor de lokale economie. Volgens Broere heeft het systeem in de 75 jaar nooit gefaald en is uitgegroeid tot 1,6 miljard WIR. Dit gebruikt hij als voorbeeld om het belang van lokale en regionale aanvullende geldsystemen te benadrukken, zoals ook door de Belgische oud-bankier Bernard Lietaer (boek “Het geld van de toekomst”) en Margrit Kennedy (met boek “Regional currencies”) worden bepleit.
Als belangrijkste voordelen noemt Broere:
1. loskoppeling van het officiële geldsysteem
2. stimulering van regionale economische bedrijvigheid
3. de gecreëerde toegevoegde waarde komt ten gunste van de regio
4. minder behoefte aan transport, energie en dus ook CO2-uitstoot.
5. vooral stimulering van het Midden- en Kleinbedrijf, de motor van de economie.
In Nederland kennen we ook een aantal regionale valuta en is vooral Stichting Stro (ook internationaal) hiermee actief. In de VS tijdens de grote depressie in de jaren 30 van de vorige eeuw bestonden er ook een groot aantal lokale valuta zoals de plenty, Ithaca hours, Berk shares en de Detroit cheers.

Ad Broere. (Foto: https://adbroere.nl)


Het leuke van het boek is dat Broere ook de striphelden Olivier B Bommel (de Bovenbazen) en de steenrijke Dagobert Duck uit Donald Duck gebruikt om de werkelijkheid te analyseren. Het voorstellingsvermogen van Maarten Toonder en Walt Disney zat soms heel dicht bij de kern van bepaalde financiële processen.
Als oud-bankier is Broere uitstekend in staat om heel ingewikkelde financiële producten zoals derivaten als Collateralized Debt Obligations (CDO’s) en Credit Default Swaps (CDS’s) prima uit te leggen aan een doorsnee publiek. Dat is een belangrijke toegevoegde waarde van het boek. Hetzelfde geldt met de problemen van ons huidige financiële stelsel waar groei en ook rente de drijfveren zijn maar de werkelijke economie en samenleving grote schade toebrengen.
Hij is niet onder de indruk van de nieuwe trend van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen waarmee grote bedrijven en multinationals tegenwoordig graag pronken.
Als voorbeeld geeft Broere de vijf grote oliemaatschappijen (Exxon, Shell, BP, Texaco en Total) die samen over 3 jaar (2004 t/m 2006) ruim $ 200 miljard winst hebben gemaakt en daarvan bijna de helft uitgekeerd hebben als dividend aan de aandeelhouders en maar een fractie besteden aan de ontwikkeling van alternatieve duurzame energieopwekking.
Broere gelooft meer in de groeimotor van de economie, het Midden- en Kleinbedrijf. Hij haalt ook de econoom E.F.Schumacher nog eens aan die in zijn boek uit 1973 “Small is beautiful”, pleit voor de menselijke maat in bedrijven. Broere is ook gecharmeerd van Baumgarten en McDonough die met hun boek “Craddle tot Craddle” voor een ware duurzaamheidsrevolutie hebben gezorgd.
Zo goed als Broere in staat is om duidelijk te maken dat de banken ons niet kunnen helpen om uit de crisis te komen zo mager zijn helaas zijn oplossingen. Al zijn de elementen van een menselijke maat, een sterke MKB-structuur, duurzaamheid en lokale munten wel zinvolle aspecten. Hij komt echter niet met een samenvattende, overkoepelende visie voor een “menselijke economie”. Broere laat overduidelijk blijken dat hij een afkeer heeft van “-ismen”, waaronder het communisme, liberalisme en kapitalisme. Toch noemt hij als lichtend voorbeeld het succesvolle bedrijf van Scott Bader waar een vorm van arbeiderszelfbestuur heerst, omdat de oprichter Scott Bader alle aandelen heeft verdeeld onder de werknemers. Zij zijn dus ook eigenaar/aandeelhouder zijn.

Als definitie van een menselijke economie geeft Broere de omschrijving van “een economie waarin ruimte wordt gegeven aan de mens om zichzelf vrij te maken van alle conditioneringen en handelen”. Dat klinkt voor mij als een abstracte utopie, zeker wanneer je zijn hoofdstuk over consumentisme hebt gelezen. Voor mij zou een menselijke economie een economie zijn die voorziet in de werkelijke menselijke behoeften van alle mensen nu en in de toekomst en op een zodanige manier dat we de natuur, het milieu en de wereld geen blijvende schade berokkenen. Simpel gezegd zou een menselijke economie een economie moeten zijn die in dienst staat van de mensheid.
Broere heeft ook een afkeer van systemen en structuren, want de mens moet centraal staan! Ook dat lijkt me een ongewenst doel want zonder systemen of structuren vervalt de wereld in chaos. Dat kan zeker voor de economie, waar het gaat om schaarse goederen die efficiënt en effectief gebruikt moeten worden, niet de bedoeling zijn.

maandag 27 december 2010

Inkomensongelijkheid en Welzijn

Onderstaand artikel is gepubliceerd in het tijdschrift Driegonaal jaargang 32, no.1/2 augustus 2011

“The Spirit Level: why equality is better for everyone”
van R.Wilkinson en K.Pickett
- een boekbespreking-

De auteurs zijn beide hoogleraar aan de universiteit van York en schreven dit boek na tien jaar studie.
Wilikinson heeft economische geschiedenis gestudeerd en jarenlang onderzoek gedaan naar sociale factoren die van invloed zijn op de gezondheid. Pickett, zijn levenspartner, heeft haar sporen verdient in de epidemiologie. Dit in 2009 voor het eerst uitgegeven boek bij Penguin Books bevat een schat aan statistische informatie en vele meta-analyses over meerdere landen en jaren. De basiscijfers zijn afkomstig van een 20 tal internationale landen alsook van de verschillende Staten van Amerika
De uitkomst is verrassend eenvoudig maar tegelijkertijd schokkend: er bestaat een nauwe correlatie of sterk verband tussen enerzijds de inkomensongelijkheid in een land en anderzijds een groot aantal sociaal maatschappelijke factoren zoals misdaad, gezondheid, onderwijs en zelfmoord. Met als belangrijkste conclusie: “Hoe kleiner de inkomensongelijkheid hoe beter al deze cijfers uitvallen”!
Gek genoeg vind je een dergelijk verband niet wanneer je naar indicatoren zoekt voor de rijkdom van een land (bruto nationaal product (BNP)/hoofd van de bevolking of gemiddeld inkomen in een land). Het is dus geen kwestie van welvaart of genoeg geld hebben om al deze maatschappelijke problemen aan te pakken.
De diehards onder de statistici zullen zich meteen afvragen of deze correlaties ook werkelijk significant zijn. Het antwoord luidt ja en de cijfers staan ook in het boek. De volgende vraag is of er dan ook een werkelijk causaal verband bestaat. Dat is veel moeilijker te bewijzen al doen de auteurs een poging. Er is pas sprake van een causaal verband als er een tijdsvolgorde is. Een stukje bewijs komt uit het gegeven dat 5 jaar na het instorten van het communisme in Rusland de inkomensongelijkheid sterk is gestegen en als gevolg daarvan daalde de gemiddelde levensverwachting. Ja, is dus sprake van een tijdsvolgorde. Het moeilijkste deel om te bewijzen dat er een causaal verband is om alle andere mogelijke factoren uit te schakelen, die van invloed kunnen zijn. Dat is complex en zou nog jaren van onderzoek vergen.

Jan Tinbergen. (Foto: https://nl.wikipedia.org)

Dit boek en onderzoek toont onomwonden datgene wat Jan Tinbergen al decennia eerder bepleitte namelijk een vaste verhouding tussen de hoogste en laagste inkomens in een bedrijf (factor 5) en later ook in een land (factor 7). Zijn de verschillen groter dan werkt dat in een bedrijf contraproductief. Bij een land leidt dat tot ongewenste maatschappelijke effecten.
Dit wordt ook wel de Tinbergennorm genoemd. Hij wordt ook wel de grondlegger van de econometrie genoemd en is de enige Nederlandse econoom die ooit de Nobelprijs voor de economie kreeg. Gek genoeg ontbreekt iedere verwijzing naar Jan Tinbergen volledig, terwijl de bronnenlijst ruim 450 publicaties en nog meer auteurs noemt waaronder ook enkele Nederlanders.

De auteurs stellen ook dat inkomensongelijkheid wel eens een uitdrukking zou kunnen zijn van de mate van hiërarchie in een samenleving. In termen van het onderzoek naar culturele verschillen van prof. G. Hofstede heb je het dan over machtsafstand. De auteurs stellen echter dat ze daar geen gegevens over konden vinden, wat ook een gemis is.
De interessante vraag die opdoemt is of ongelijkheid in welvaart, onderwijs en/of macht ook een dergelijk sterk verband oplevert als inkomensongelijkheid m.b.t. deze sociaal-maatschappelijke factoren. Dat is iets voor later onderzoek stellen de auteurs.
Daar hoeven politici echter niet op te wachten. Wil men de sociaal-maatschappelijke problemen van armoede, overgewicht, zelfmoord, criminaliteit, babysterfte, lage levensverwachting, werkeloosheid, percentage tienermoeders en zelfs schooluitval en lage schoolprestaties aanpakken dan hoeft men hiervoor slechts één instrument te gebruiken: het beperken van de inkomensongelijkheid!
Bedenk eens wat voor hoge maatschappelijke kosten (en inzet van mensen) hiermee gemoeid zijn, om al deze afzonderlijke problemen (deskundig) aan te pakken, zonder dat dit feitelijk een heel goed resultaat oplevert. Het is als het dweilen met de kraan open. Het kan dus anders!

Het verkleinen van de inkomensongelijkheid kan op velerlei verschillende manieren via bv progressieve belastingheffingen of inkomensafhankelijke regelingen voor zorg en onderwijs.
De meest effectieve manier is echter om behalve een basisinkomen of minimuminkomen ook een maximuminkomen in te voeren. Natuurlijk geldt dat niet alleen voor de overheidssector zoals bv. de Balkenendenorm, maar ook voor het bedrijfsleven en zelfs voor de vrije beroepen. Dit heb ik ook in mijn boekje “Trias Politica Ethica” uit 2006 al bepleit.
Kennelijk is dit niet helemaal onopgemerkt gebleven want in een uitgebreid artikel in het juristenvakblad Me Judice van 25 april 2015 kom ik zelfs ook driemaal voor in de literatuurlijst bij het artikel "Waar komt de Tinbergennorm vandaan"?  Zie ook https://www.mejudice.nl/docs/default-source/bronmaterialen/op-zoek-naar-bron-tinbergennorm.pdf

Verrassend genoeg kent het boek van Eilkinson & Pickett ook een hoofdstukje over de idealen van Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Zij beschouwen dit als de peilers van een betere samenleving al is hun uitleg wat kort door de bocht. Vrijheid omdat men onder het juk van de aristocratie en kerk uit wilde. Broederschap of Solidariteit vatten zij op als sociale cohesie en wederzijdsheid in sociale relaties. En gelijkheid (financieel) beschouwen zij als een voorwaarde voor de andere twee idealen. Kennelijk hebben de auteurs nog nooit gehoord van de Sociale Driegeleding zoals door R.Steiner beschreven.
Het beperken van de inkomensongelijkheid is dus geen voorstel van een linkse politieke partij maar een wetenschappelijk feit en alle politici zouden dit ongeacht hun voorkeur moeten nastreven, als ze het werkelijk goed voor hebben met de samenleving! Hier ligt een effectief medicijn voor maatschappelijk welzijn !

De titel is ook heel verrassend, want ondanks dat het om sociaal-maatschappelijke en economische thema’s gaat hebben de auteurs de voorkeur gegeven aan een “niet materiële” titel, namelijk “the spirit level”. Spirit heeft echter vele betekenissen zoals geest, (levens-) kracht, levenslust, energie, moed en vuur. De auteurs bedoelen echter het geestelijk welzijn of niveau. Geestelijk als tegenhanger van materieel, zoals geluk of welzijn tegenover welvaart en niet te verwarren met spiritualiteit of geesteswetenschap.
De auteurs verwijzen ook naar wetenschappelijk onderzoek van de Nederlandse bioloog F. de Waal, die het gedrag bestudeerde van de apensoort Bonobo’s. De Waal ontdekte dat er onderling in belangrijke mate sprake was van sociale relaties, empathie en altruïsme. De Bonobo is genetisch gezien nauw aan de mens verwant. Dat is tegengesteld aan wat Darwin met zijn evolutietheorie en Survival of the fittest of Struggle for life ons wil doen geloven.
De conclusie van Wilkinson en Pickett deed mij direct denken aan een belangrijke stelling uit de geschriften van Marx en Engels die beweerden dat: “de onderbouw (de materie en de economie) de bovenbouw (het denken,de relaties tussen klassen, de cultuur) bepaalt”.
Feitelijk hebben Wilkinson en Pickett nu ook bewezen dat er een dergelijk determinisme is, al gaat het vooralsnog louter om de inkomensongelijkheid en niet om de macht over of eigendom van bijvoorbeeld de productiefactoren.

Actualiteit
In zijn in januari 2014 gehouden State of the Union benadrukt president Obama het belang van een beperkte inkomensongelijkheid. Decennia geleden verdiende een gemiddelde directeur 30 keer zo veel als het overige personeel en dat is nu ruim 300 keer. Obama gaat ervoor zorgen dat die verschillen weer kleiner worden.
Op de begin 2014 gehouden topontmoeting van politici en ceo's, ter gelegenheid van het jaarlijkse World Economic Forum in Davos, werden de resultaten bekend gemaakt van een onderzoek over potentiele bedreigingen voor de wereldeconomie. Deskundigen noemden daarbij de inkomensongelijkheid als de belangrijkste bedreiging! Dat er iets moet gebeuren wordt duidelijk als je je realiseert dat de 85 rijkste mensen meer geld hebben dan de helft van de wereldbevolking.
In Nederland is het zelfs zo dat de 3 rijkste mensen meer hebben dan de helft van de bevolking, oftewel 8,4 miljoen burgers. Laten we echter niet focussen op de negatieve aspecten, maar ons juist richten op de positieve effecten van een kleinere inkomens- en vermogensongelijkheid.
Een recente studie van de OESO in 2014 naar de relatie tussen inkomensongelijkheid en economische groei leverde ook het verrassende resultaat op dat een grotere ongelijkheid leidt tot een afnemende economische groei. (Cingano,F: "Trends in Income Inequality and its impact on Economic Grow" OECD- working paper no.163). De Franse top-econoom Piketty heeft hetzelfde beweerd in zijn tienjarige studie en dikke boek "Kapitaal in de 21e eeuw" over vermogensongelijkheid. Dit zijn harde econometrische wetenschappelijke bewijzen waar de politiek niet meer omheen kan. De mythe dat meer ongelijkheid leidt tot economische groei is definitief doorgeprikt.   

Een mooie TED-X presentatie uit juli 2011 van Wilkinson vind je hier: 

Zie ook de publicaties van Jan Tinbergen vanaf 1970 over dit onderwerp:
•1970. "A Positive and a Normative Theory of Income Distribution," Review of Income and Wealth, Blackwell Publishing, vol. 16(3), pages 221-34, September.
•1975: Income distribution
•1977. "How to reduce the incomes of the two labour elites?," European Economic Review, Elsevier, vol. 10(2), pages 115-124.
•1980. "Two Approaches to Quantify the Concept of Equitable Income Distribution," Kyklos, Blackwell Publishing, vol. 33(1), pages 3–15.
•1981. "Income inequality. Trends and international comparisons”, Lexington, Mass.: D. C. Heath and Company, 1979; 191 pp.," Journal of Comparative Economics, Elsevier, vol. 5(3), pages 322-325, September.
•1983. Jan Tinbergen & Eckard Wegner, "Zu einem makroökonomischen Modell der Einkommensbildung", Swiss Journal of Economics and Statistics (SJES), Swiss Society of Economics and Statistics (SSES), vol. 119(I), pages 69–78, March.
•1984: Paul Batenburg & Jan Tinbergen. "Income distribution: A correction and a generalization," Review of World Economics (Weltwirtschaftliches Archiv), Springer, vol. 120(2), pages 361-365, June.

dinsdag 30 november 2010

Parlementair Financieel Onderzoek

Onderstaand artikel is ook gepubliceerd op de SP-website, afdeling Eindhoven in de rubriek Opinie vanaf 1 december 2010


Commissie De Wit II

In al het rumoer rondom de PVV kamerleden was er de afgelopen weken maar weinig media aandacht voor het besluit van de Tweede Kamer om de parlementaire
enquetecommissie onder leiding van SP-kamerlid Jan de Wit het groene licht te geven. Dit vervolg onderzoek naar de aanpak van de financiële crisis door de Nederlandse overheid heeft een hogere status gekregen zodat de commissie nu ook politici onder ede mag verhoren. Het eerste onderzoek naar de oorzaken van de financiële crisis heeft een gedegen rapport opgeleverd met aanbevelingen die breed gedragen werden door de 2e Kamer.

Nu gaat het om nog veel belangrijkere zaken, want het gaat om de besteding van tientallen miljarden belastinggeld aan banken die dreigden om te vallen.
De gemiddelde burger is daar erg verbolgen over omdat zij uiteindelijk opdraaien voor de uitwassen in het financiële systeem. Er wordt zelfs gesproken over casinobanken die zeer hoge risico's hebben genomen om maar zoveel mogelijk korte termijn woekerwinsten te maken.
Zij namen die risico's omdat de banken wisten dat zij te groot waren om failliet te kunnen gaan ("too big to fail "). De overheid zou hoe dan ook bijspringen.

Inmiddels hebben overheden de regels voor banken aangescherpt. In Europa onder andere door de Basel III akkoorden die onder het voorzitterschap van Nout Wellink zijn opgesteld. Daarin worden banken verplicht hogere eigen vermogenseisen te hanteren. Toch is het de vraag of dat voldoende is, omdat het Baselcomité bestaat uit Centrale Bankiers die eerder in hun toezicht ook tekort zijn geschoten, zo concludeert ook de commissie de Wit. In de VS heeft men het meest uitgebreide pakket aan maatregelen genomen om de banken te reguleren. Het betreft 1000 bladzijden tellende wetgeving die Obama door het congres en de senaat heeft geloodst.
De president van de Bank of England, Mervyn King , heeft echter nog steeds twijfels en zegt dat hogere kapitaalbuffers een volgende crisis niet zullen voorkomen. Hij wil de financiële sector verder herstructureren door banken op te splitsen in spaar- of nutsbanken en handels- /investeringsbanken. De nieuwe regering in Engeland heeft daarom ook een onderzoekscommissie (Independent Commission on Banking) ingesteld die in 2011 met resultaten moet komen. Simpel gezegd zal er nog veel gedaan moeten worden om het financiële systeem weer dienstbaar en veilig te laten functioneren ten behoeve van de burger, de ondernemer en de overheid.

Gelukkig is er inmiddels ook een stroom aan literatuur over het interne reilen en zeilen van banken. Zo is er het gedegen boek van Jeroen Smit "De prooi" over de perikelen en grootheidswaan bij ABN/AMRO en ook het boek "De Kloof" van Piet Depuydt over vergelijkbare machtsspelletjes tussen Nederlandse en Belgische bestuursleden bij Fortis.
Een ander zeer boeiend boek "Een menselijke economie" van oud-bankier Ad Broere, geeft ook een historisch inkijkje in het financiële systeem en vooral de dubieuze rol van de "bank der banken" de BIS in Bazel. De overheid heeft feitelijk de macht over het geld en de geldschepping uit handen gegeven en overgedragen aan private instellingen, zoals de Fed en de BIS. Daardoor moeten zij nu ook flink betalen om geld te lenen al hebben ze wel nog enige macht over de rentebepaling.

Vele deskundigen hebben zich erover verbaasd dat de bevolking niet massaal in opstand is gekomen tegen deze praktijken. Al is er momenteel wel een actie van de Franse oud-voetballer Eric Cantona. Hij heeft op Internet een oproep heeft gedaan aan burgers om op 7 december massaal hun banktegoeden op te vragen en zo het bankensysteem te laten instorten. Als miljoenen mensen daar wereldwijd gevolg aan geven dan wordt het inderdaad hachelijk. Als de banken sneuvelen dan zijn er onder de burgers ook vele slachtoffers. Mensen die hun geld niet meer kunnen opnemen of waarvoor geen garanties zijn afgegeven door de overheid, zoals in Nederland. De Nederlandse overheid heeft zich garant gesteld voor een spaarbedrag van € 100.000 per persoon sinds de teloorgang van Icesave en de DSB. Cantona pleit ook voor een nieuw soort, namelijk burgerbanken, om te voorkomen dat we terugvallen op staatsbanken. Dus om een dergelijke bankrun te voorkomen zou de overheid eerder zelf
gestructureerd moeten ingrijpen om banken kleiner en veiliger te maken.

Commissie de Wit mag gaan onderzoeken of de grootbanken inderdaad het hele financiële en economische systeem kunnen ontwrichten als zij failliet zouden gaan.
Wie loopt er onherstelbare schade op? De aandeelhouders? Ja natuurlijk,maar zij hebben ook decennialang erg geprofiteerd van uitgekeerde dividenden en koersstijgingen. Deze partijen zouden die risico's aan moeten kunnen ook al
zijn daar grote andere banken,pensioenfondsen,de directie (via aandelenopties) en misschien zelfs regeringen bij betrokken.
De kleine rekeninghouders lopen een beperkt risico door de garantiestelling. De grote vermogenden zullen inderdaad flink verliezen, maar dat drijft hun nog niet in armoede.
Hoe staat het met het bedrijfsleven? MKB bedrijven hebben meer kredieten bij banken dan dat zij er tegoeden hebben staan. Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor grote concerns. Dus laat grootbanken failliet gaan waarna ze een doorstart kunnen maken als kleinere banken met gezonde en veilige financiële activiteiten.
Een dergelijk faillissement zal dus geen ramp zijn met ontwrichtende gevolgen voor de hele samenleving, al zullen de sterkste schouders wel de meeste lasten moeten dragen maar dat is een toch een eerlijk sociaal principe??!!