maandag 7 oktober 2013

Staatsbank of Zakenbank?



Wat is de ideale Bank?

Als oorzaak voor de huidige mondiale, economische crisis wordt vaak het financiële bankensysteem genoemd. Onder andere doordat zij ondeugdelijke financiële producten heeft ontwikkeld die nauwelijks de economie of de samenleving dienen en eerder in gevaar brengen.
Daarnaast heeft het gehanteerde exorbitante beloningssysteem met bijzonder hoge prestatie-bonussen fraude, speculatie en een eenzijdige korte termijn gerichtheid in de hand gewerkt.
De algehele liberaliseringsgolf heeft het controlerende overheids- en toezichthouderssysteem van checks & balances grotendeels buiten werking gezet. Banken konden bijna ongelimiteerd geld uitlenen met nauwelijks eigen vermogen buffers. Ze konden ook jarenlang zeer goedkoop geld lenen van centrale banken of creëerden geld uit het niets. De hele samenleving zit opgezadeld met torenhoge schulden zowel burgers (hypotheek en creditcardschulden) , bedrijven (vreemd vermogen) en overheid (toenemende begrotingstekorten). Het is slechts een kwestie van tijd voordat er weer een bubble explodeert op de aandelenbeurs,valutamarkt of hypotheekmarkt. Het gevolg is meestal dat de bankenwinsten worden geprivatiseerd en dat de financiële tegenslagen worden afgewenteld op de bevolking c.q. de belastingbetaler. Joris Luyendijk heeft als antropoloog twee jaar lang gesprekken gevoerd met bankiers, traders en HRM-specialisten uit de Londense financiële wereld. Hij schreef wekelijks een column in de NRC en waarschuwt nu dat er nog steeds te weinig structurele hervormingen zijn doorgevoerd in het financiële bankensysteem om een toekomstige instorting te voorkomen.

Schulden
Wetenschapper prof Steve Keen beweert in zijn nieuwe boek “Debunking Economics”, dat we een algeheel Jubeljaar zouden moeten doorvoeren, waarbij alle schulden worden kwijtgescholden. Deze benaming komt al voor in de bijbel maar was een vaker voorkomend gebruik in oude culturen om een schone lei te maken. Eens in de zoveel jaar worden alle schulden weggepoetst en kan iedereen fris en onbelast opnieuw beginnen .Oorspronkelijk ging het bij een Jubeljaar alleen om het beheer en eigendom van het land. Het jubeljaar werd eens in de vijftig jaar gevierd. Alle bezittingen keerden dan terug naar de oorspronkelijke eigenaars. Land mocht namelijk niet voor altijd verkocht worden. Het idee hierachter was dat op deze manier een blijvende verarming werd voorkomen. Ook kon men zo op deze manier herdenken dat al het land uiteindelijk aan God toebehoorde. Misschien hoeft het niet zo rigoreus en alleen in ernstige gevallen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij particuliere schuldhulpverlening, waar na drie jaar onder financiële curatele te hebben gestaan de restschuld wordt kwijtgescholden. Het komt ook voor bij weinig kapitaalkrachtige ontwikkelingslanden met een torenhoge schuldenlast waarbij een deel van de overheidsschuld wordt kwijtgescholden. In het recente verleden is dat enkele keren voorgekomen.
In de VS lopen hypotheekbanken ook een risico als de huizenprijzen kelderen en er bij de verkoop van een huis een restschuld overblijft. In Nederland houdt de bank wel steeds een claim en blijft de verkoper met een (rest-)schuld zitten. Om de Nederlandse woningmarkt weer vlot te trekken zou ook daarin iets moeten veranderen.

Rente
Anderen wijten de financiële crisis aan het heffen van rente op leningen. In oude culturen en nog steeds in de islamitische cultuur rust er een taboe op het heffen van (woeker-) rente. Zo hebben Islamitische banken nieuwe hypotheekproducten bedacht zonder een vorm van rente.
Eigenlijk is het ook vreemd dat de overheid die handelt in het publiek of algemeen belang zelf ook rente moet betalen over geleend geld, omdat banken private instellingen zijn. Vanuit dat gezichtspunt zou het logischer zijn als de overheid geldschepping in eigen hand houdt. Zo staat het ook in de Amerikaanse grondwet. Oud-bankier en econoom Ad Broere bepleit ook deze aanpak van rente- en schuldvrij geld in omloop brengen door een onder democratische controle staande publieke instelling.

Particuliere of Overheidsbank?
Als je alleen uit deze beide kunt kiezen heeft de laatste uiteraard de voorkeur. Bankieren en met name geldschepping en geldcirculatie is een belangrijke maatschappelijke nutsfunctie. Het bestuur en beheer van het geld moet ten dienste staan van de (reële) economie en samenleving.
Geen woekerpraktijken maar wel transparante prijzen en kosten moeten gegarandeerd worden. Het nadeel van overheids- of nog sterker staatsbanken is dat er een kans bestaat dat het toezicht en bestuur van deze instellingen onder politieke druk komen te staan of betrokken worden in een (korte termijn ) politieke agenda. Dat moet voorkomen worden en dus moet de nutsbank onafhankelijk zijn zoals de Centrale Bank dat ook pretendeert te zijn.
In het toneelstuk: "- De verleiders - door de Bank genomen " dat in november 2014 door Nederland trekt wordt inderdaad als oplosing voor alle ellende een Staatsbank geintroduceerd, die het monopolie op de scheldschepping heeft en ook de rente zal "afschaffen".


Toch blijft de vraag of er dan geen alternatief is?
Inderdaad is er nog een tussenvorm en dat is een coöperatieve bank die bekend geworden is onder de benaming Raiffeisen- en Boerenleenbanken en tegenwoordig Rabobank. Deze organisatie- en juridische vorm geeft leden (en dus ook burgers) maximale zeggenschap over het beleid en functioneren van de financiële instelling.

Afgelopen jaar heeft men in België een nieuwe financiële instelling opgericht, coöperatie NewB. Bij NewB hebben zich in enkele maanden tijd meer dan 43 duizend particulieren aangesloten. Zij betaalden ieder (minstens) 20 euro voor het lidmaatschap van de coöperatie. NewB beschikt inmiddels over een startkapitaal van ruim 1,2 miljoen euro. Om als bank te kunnen beginnen, is echter meer geld nodig, plus een bankvergunning. Daar werkt NewB nog aan.

Burgers uit Apeldoorn en omgeving willen ook een coöperatieve bank oprichten omdat zij gedesillusioneerd zijn door het huidige bankwezen. De Financiële Coöperatie begint sinds kort met de ledenwerving onder burgers die de bank 'nieuwe stijl' willen steunen.




In Nederland is ook nog een ander vergelijkbaar coöperatief initiatief ontstaan Blije B. Het is een burgerinitiatief van professionals dat wil gaan werken met een waardevaste munt, de URA en als ze meer dan 10.000 leden hebben willen ze ook een internetbankvergunning aanvragen. Dan moet het ingelegde kapitaal € 1,2 miljoen zijn.
De nieuwe munt URA ontleent haar waarde aan URen en Arbeid, want die zijn waardevast. Deze eenheid is zelfs veel betrouwbaarder dan goud, omdat daarmee gespeculeerd kan worden en de hoeveelheid kan wijzigen afhankelijk van nieuwe vondsten.
Het streven is een coöperatieve, volreserve gemeenschapsbank(U.A.) dat alleen het ingelegde spaargeld uitleent en streeft naar een 100% dekking. De initiatiefnemers willen ook niet met rentetarieven gaan werken, maar met een natuurlijk rendement.
Het in de toekomst uit te keren rendement aan certificaathouders heet FEEST, omdat het niet alleen een Financiële tegemoetkoming is maar ook Ecologisch , Emotioneel, Sociaal verantwoord is en ook bijdraagt aan duurzame Transitie.


Coöperaties zo blijkt wel hebben de toekomst en zijn bezig met een onstuitbare opmars, niet alleen in financiële wereld en het bedrijfsleven, maar ook in het onderwijs en de gezondheidszorg.

maandag 16 september 2013

Braziliaans socialisme


Democratisering van het bedrijfsleven

In de zomer van 2013 heeft SP-fractieleider Emile Roemer een bezoek gebracht aan de toenmalige Braziliaanse socialistische president Lula.
Lula werd geboren in een arm, kinderrijk boerengezin in 1945. Op zijn twaalfde begon hij al met werken als schoenpoetser en straatverkoper. Vanaf zijn 14e jaar werkte hij in de koperindustrie en later in een fabriek voor auto-onderdelen. Door het fabriekswerk raakte hij ook betrokken bij vakbondsactiviteiten en leidde zelf ook stakingen.
Lula (eigenlijk Luiz Inacio) da Silva, zoals zijn volledige naam luidt, is in 1980 medeoprichter geweest van de Arbeiderspartij (Partido dos Trabalhadores) een soort zusterpartij van de SP. Ook stond hij aan de wieg van de oprichting in 1983 van de centrale vakbondsorganisatie Central Unica dos Trabalhadores (CUT).

In 1986 behaalde Lula een zetel in het nationaal congres van Brazilië . Vanaf 1989 stelde hij zich verkiesbaar als presidentskandidaat. Na drie verloren verkiezingen in 1989,1994 en 1998 lukte het daarna wel. Uiteindelijk werd hij eind oktober 2002 democratisch gekozen tot president van Brazilië en is dat 7 jaar geweest tot eind december 2010. 
Inmiddels is hij opgevolgd door de vrouwelijke president Dilma Roussef. Deze president is echter gedwongen geworden om af te treden en later is oud-president Lula veroordeeld door een rechtbank vanwege het aannemen van steekpenningen, waarvoor echter weinig bewijs bestaat. 
De huidige regering wil Lula definitief uitschakelen omdat hij aangaf in 2018 weer te willen meedoen met de presidentsverkiezingen. Hij is nog steeds uitzonderlijk populair en de huidige president Temer niet dus vormt Lula een bedreiging die uit de weg moet worden geruimd. Uiteindelijk heeft hij 580 dagen in de gevangenis gezeten waarna hij werd vrijgelaten omdat het Hooggerechtshof had geoordeeld dat een federale rechter de rechtzaak tegen Lula had moeten behandelen en niet een lokale rechter. Het eerdere vonnis van 8 jaar gevangenis en naderhand in hoger beroep 12 jaar werd verworpen. Hij is er sterker in 2019 uit gekomen en heeft veel persoonlijk verlies moeten verwerken met het verlies van twee echtgenotes en de mentale klap van een doodgeboren zoon. Zijn huidige vrouw Rosângela da Silva heeft hij notabene in de cel leren kennen.   
       
In 2013 waren er hevige stakingen en protesten omdat burgers vonden dat er veel geld uitgegeven werd aan het WK-voetbal in 2014 en voor de Olympische Zomerspelen in 2016, maar dat er nauwelijks geld besteedt wordt aan publieke voorzieningen zoals onderwijs en gezondheidszorg.
Een nieuwe in 2013 door de senaat aangenomen wet heeft bepaald dat de inkomsten uit de oliesector rechtstreeks naar het onderwijs en de gezondheidszorg gaan. In het jaar 2020 zou dat kunnen gaan om een bedrag van ruim 20 miljard Euro.

Het gesprek tussen Lula en Roemer ging vooral over de invloed van linkse partijen op het wereldtoneel. In Zuid-Amerika staat het er veel florissanter voor dan in Europa, waar nauwelijks linkse partijen aan de macht zijn. In Zuid-Amerika zijn dat er wel veel: zoals voormalig president Hugo Chavez van Venezuela, Evo Morales van Bolivia , Christina Fernandez (de Kirchner) van Argentinië, en de oud-presidenten Ricardo Escobar en Mevr. Bachelet van Chili.

Volgens Lula moeten de linkse partijen in Europa zich vernieuwen en met nieuwe ideeën komen en niet alleen de verworvenheden van de afgelopen 50 jaar proberen te verdedigen.
Roemer heeft een lagere school bezocht in Sao Paulo , een museum, een stadsverniewingsproject , om inspiratie op te doen. Een gemiste kans is dat Roemer geen bezoek heeft gebracht aan een van de bedrijven van Ricardo Semler om meer kennis op te doen van de echte vernieuwing als het gaat om democratisering van de economie. Zie hieronder.

Update 2023
Als een phoenix uit de as is Lula da Silva eind 2022 toch weer gekozen tot president van het 214 miljoen tellende land Brazilië en heeft Bolsonaro met een gering verschil verslagen. Dat heeft later begin januari 2023 tot rellen en vernielingen geleid in de regeringsstad Brasilia van het gerechtsgebouw en de regeringsgebouwen.  De democratie heeft gezegevierd. Het is een verdeeld land met grote groepen Brazilianen die nog steeds achter Bolsonaro staan en Lula de Silva nog steeds zien als veroordeelde crimineel. Lula heeft het vermogen echter om het land te verenigen en kan vele soorten compromissen sluiten..

Democratisering van het bedrijfsleven.


De titel zou kunnen suggereren dat de Braziliaanse Ondernemer Ricardo Semler wenst dat iedereen de hele werkweek vrij heeft, maar dat is een verkeerde interpretatie.
Semler geeft de algemene maatschappelijke kernwaarden van vrijheid , verantwoordelijkheid en democratie concreet vorm in zijn bedrijven. Decennia geleden werd zijn visie bekend na publicatie van het boek Semco Stijl waarin hij de uitgangspunten formuleerde van het Braziliaanse bedrijf Semco.
In 2003 is een ander boek van zijn hand verschenen getiteld “Het weekend van zeven dagen” dat in eerste instantie weinig serieus lijkt, want wie wil er nu zeven dagen weekend?
Na lezing van het boek begrijp je dat de boodschap wat genuanceerder ligt. Hij stuurt geen mensen de hele week naar huis om van het weekend te genieten. Wel probeert hij al decennia lang omgevingscondities en randvoorwaarden te creëren in bedrijven waardoor mensen maximaal vrij zijn en daardoor ook verantwoordelijk en creatief kunnen zijn.

Bedrijfsdemocratie
Daarnaast hecht hij er veel belang aan dat er een vorm van interne bedrijfsdemocratie ontstaat die alle medewerkers stemrecht geeft en de mogelijkheid tot inspraak en medezeggenschap. Veel ruimere bevoegdheden dan wij in Nederland gewend zijn vanuit de Wet op de Ondernemingsraad. Zo laat hij werknemers beslissingen over strategische beleidsplannen, investeringsplannen, het benoemen van leidinggevenden & nieuwe collega’s en het vaststellen van salarissen. Semler gaat zelfs zover dat hij medewerkers over alle bedrijfszaken wil laten meebeslissen. Over de locatie en inrichting van een nieuwe fabriek en werkplek tot en met nieuwe producten en bedrijfsactiviteiten. Zoals burgers in een democratie ook willen meebeslissen (indirect) over zaken die iedereen aangaan, zo zou het zeker ook in een onderneming moeten kunnen.

Vrijheid.
Als het gaat om het begrip vrijheid is Ricardo ook zeer extreem. Waarom zou je volwassen werknemers verstikken in vele strenge regels betreffende werkkleding, werktijden en zelf kwaliteitseisen? Wat je daarmee bereikt is dat mensen zich als een soort slaven of robots gaan gedragen en daardoor zeker niet meer verantwoordelijk en creatief zullen zijn.
Semler probeert al deze drempels in zijn bedrijven weg te nemen, hetgeen wel eens op onbegrip stuit bij afnemers. Internationale kwaliteitsnormen als ISO hanteren de Semco- bedrijven niet tenzij de klanten dat expliciet eisen. Semler maakt ze dan duidelijk dat deze eisen eigenlijk vanzelfsprekend zijn en nageleefd worden, maar niet op een bureaucratische manier die ook nog eens veel geld kost. Semco hanteert garantietermijnen van 5 jaar terwijl 3 jaar vanuit ISO geëist wordt. ISO normen betekenen dus een verslechtering van de levervoorwaarden en maakt producten duurder is de redenering.







































Mission Statement
Semler maakt ook duidelijk dat Semco geen mission statement heeft of een ander strategisch beleidsdocument omdat die meer beperkend werken dan sturend of richtinggevend. Er is wel een document voor nieuwe werknemers met de veelzeggende naam “Handleiding overleven”. Voor werknemers die overstappen naar Semco vanuit traditionele, hiërarchische en gereguleerde bedrijven is dit hulpmiddel bedoeld om een cultuurshock te voorkomen.
De Semco-bedrijven hebben geen ondernemingsplan, geen organigram, geen lange termijn begroting omdat voorspellingen of extrapolaties op de langere termijn alleen maar belemmerend zouden werken op de creativiteit. Wel zijn er korte termijn 6 maanden plannen, die ook uitgevoerd worden en waar investeringsbegrotingen voor gemaakt worden.
Doelstellingen als kwaliteit, winst en groei zijn zo vanzelfsprekend dat het geen toegevoegde waarde heeft om die vast te leggen en ook niet inspirerend werken voor medewerkers.
Kernwaarden moeten van onderop komen, vindt Semler en diep verankerd liggen in de gemeenschappelijke cultuur, want dan pas is het duurzaam.

HRM
In de begintijd had Semco nog wel een Personeelsafdeling maar inmiddels niet meer. Alle HRM taken zijn gedelegeerd naar medewerkers, business units en/of afdelingen zelf , zoals de werving en selectie, beoordeling & beloning en loopbaanbeleid.
Er zijn geen functie- of taakomschrijvingen en zelfs geen arbeidscontracten.
Er zijn ook geen receptionistes, secretaresses of postbezorgers. Die taken zijn verdeeld over het overige personeel.
Verder zijn er geen ICT- of KAM-afdelingen, terwijl moderne technologieën, milieu en duurzaamheid wel hoog in het vaandel staan bij Semco. Dus ook geen computerreglement of controles op (privé-)computergebruik. Mensen moeten zelf de balans tussen werk en privé zoeken en dat kan niemand anders voor hun doen, omdat ieder individu uniek is.
Semco doet wel aan klant- en medewerkerstevredenheidsmetingen en 180 graden- beoordelingen. Ondergeschikten beoordelen hun leidinggevenden en benoemen deze ook. Groepen medewerkers bepalen zelf wie als nieuwe medewerkers wordt aangesteld. Subculturen en kuddegedrag zoals Semler dat noemt zijn er natuurlijk wel en zijn evolutionair bepaald. Eveneens is het zo dat leidinggevenden vooralsnog ook nog niet overbodig zijn geworden in gedemocratiseerde bedrijven. Ze moeten zich wel voortdurend blijven bewijzen.

Reis door de Ruimte
Zo heet een Werving&Selectie -programma binnen Semco dat nieuwe medewerkers wordt aangeboden dat een jaar kan duren en waarbij nieuwe mensen op verschillende afdelingen of units zich oriënteren en nuttig maken op hun geheel eigen manier en aan het einde daarvan pas een keuze maken waar ze willen werken en wat voor werk ze graag willen gaan doen.

Verantwoordelijkheid
Zonder regels kunnen medewerkers ook geen overtredingen begaan en bestraft worden.
Semler gebruikt concrete voorbeelden van eerdere overtredingen m.b.t. declaratiegedrag van salesmanagers toen er nog wel formulieren en richtlijnen bestonden. Deze verregaande controle en betutteling moest afgeschaft worden. Is er dan geen misbruik kun je je dan afvragen?? Natuurlijk waren er wel eens afwijkende gedragingen en overtredingen van richtlijnen maar Semler heeft ingezet op verantwoordelijkheid van mensen door iedereen financiële cursussen aan te bieden en met iedereen alle financiële informatie te delen (wekelijks, maandelijks en jaarlijks) zodat men op de hoogte is van het financiële reilen en zeilen van het bedrijf. Hoe hoger de bedrijfskosten (door eventueel misbruik of diefstal) dan blijft de ruimte voor salarisverhogingen ook beperkt en dat is een gezonde prikkel. Als het eigenbelang samenvalt met bedrijfsbelang bescherm je als vanzelf de onderneming.

Besluitvorming: oftewel nietsdoen!
Op allerlei niveaus zijn er regelmatig vergaderingen en bijeenkomsten. Een zo’n vergadering heet “Vrienden van de prins”, waar de vijf hoofdirecteuren en hun managers bijeen komen. Daarnaast is er ook wekelijks een “Vergadering van de kleine man” waar alle medewerkers van een afdeling of unit naar toe mogen. Semler beschrijft allerlei recente voorbeelden van bijeenkomsten waar de meningen nogal sterk uiteen liepen en er vervolgens geen beslissing viel. “De kunst van het nietsdoen” noemt Semler dat. Zonder dit met zoveel woorden te zeggen lijkt het een vorm van een democratisch meerderheidsbesluit maar wel met een gekwalificeerde (tweederde of driekwart-) meerderheid en ziet hij niets in besluitvorming op basis van consensus . Dat blijft als lezer toch nog enigszins onduidelijk want uiteraard worden er beslissingen genomen en soms ook tegen de zin van Semler in.

Flexwerken en Zelforganisatie
Voor wie inmiddels denkt dat Semco een raar bedrijf van een andere planeet is dan toch een paar ontwikkelingen die we ook elders in het bedrijfsleven signaleren.
Flexwerken heeft Semco meer dan elk ander bedrijf doorgevoerd en dan gaat het niet alleen om werktijden maar ook werkplekken.
De extreem doorgevoerde democratische bedrijfsvoering is ook op te vatten als zelforganisatie. Geef alle medewerkers en vooral de professionals op de werkvloer die betrokken zijn bij het primaire proces alle vrijheid en verantwoordelijkheid om zich te organiseren en zelfstandig te werken. Geen betutteling of sturing van bovenaf.

dinsdag 3 september 2013

Solidaire economie als wenkend alternatief

Onderstaand artikel is als ingezonden stuk gepubliceerd in Eindhovens Dagblad woensdag 4 september

Reactie op artikel: "Heilig geloof in falende markt".

In het Eindhovens Dagblad van woensdag 28 augustus stond een samenvatting van de afscheidsrede van hoogleraar economie prof. Nic Douben van de TU/e. Daarin beschrijft hij uitgebreid dat het ongebreidelde vrije markt denken eigenlijk altijd teveel geïdealiseerd is en dat het kapitalisme ook vele nadelen heeft voor milieu en samenleving. Denk daarbij aan uitputting van fossiele energie en grondstoffen, vervuiling en schade aan natuur, maar ook overconsumptie en toenemende inkomensongelijkheid .


Douben staat met zijn mening natuurlijk niet alleen en kan zich zelfs gesteund voelen door het natuurkundige genie Albert Einstein, die al in 1949 een essay schreef “Why Socialism”. Hij was uiteraard geen (politiek) econoom, maar hij was er wel diep van doordrongen dat het kapitlisme de mensheid veel schade berokkende. Het bedrijfskapitaal in privébezit leidde volgens Einstein tot machtsconcentratie en uitbuiting van de factor arbeid . Einstein geloofde in een vorm van socialisme die we samen nog moeten ontwikkelen, zonder te vervallen in een centraal geleide (communistische) economie. Productie niet om de winst, maar om in de menselijke behoeften te voorzien. Het eigendom van kapitaalgoederen, bedrijven en grond moeten echter niet in handen van privépersonen liggen. Het behoort de hele samenleving toe en dus ook niet in handen van de overheid komen.
Douben heeft dus gelijk, maar jammer is wel dat hij eigenlijk geen wenkend alternatief beschrijft. 
  Francis Fukuyama schreef het boek “The end of history and the last man”, na de val van het communisme en wilde bewijzen dat er maar één bruikbaar economisch systeem is en dat is het kapitalistische systeem.

Dit is echter een zwart/wit vergelijking die enige nuancering verdient, want het kapitalisme kent vele verschijningsvormen. Zo maakte onderzoeker D.Kalff al in 2004 in zijn boek “Onafhankelijkheid voor Europa” duidelijk, dat je een onderscheid moeten maken tussen het Anglo-Amerikaanse kapitalisme en het Rijnland-kapitalisme . Over langere tijd gekeken toont Kalff overtuigend aan dat het Rijnland kapitalisme meer economische en maatschappelijke voordelen biedt dan het extreem liberale Anglo-amerikaanse kapitalisme.

Bij het Europese type van (Rijnland-)kapitalisme heb je een sterke overheid en vakbonden. Die bonden bepalen ook hoe de arbeidsomstandigheden en voorwaarden vormgegeven moet worden. De overheid treedt daarnaast regulerend op via belastingen en wetgeving om de uitwassen van een mono- of oligopolistisch systeem aan te pakken. De wet op de economische mededinging legt ook de voorwaarden voor eerlijke concurrentie vast. Sleutelwoord daarin is het begrip eerlijke concurrentie om machtsmisbruik van economische partijen te voorkomen.
Bedrijven moeten concurreren op prijs, kwaliteit en service, om zo de consument voor zich te winnen. Dit maakt ook innovatie mogelijk vanuit het proces van creatieve destructie volgens econoom Schumpeter. Dan kunnen nieuwe en betere producten de kans krijgen om op de markt te komen. Met een staatsgeleide economie en monopolisering lukt dat niet.

Anderzijds gaat het in de economie om schaarse goederen en moeten er in de economie effectief en efficiënt goederen geproduceerd en gedistribueerd worden om alle mogelijke verspillingen tegen te gaan. Verspilling van kostbare grondstoffen en energie kan ontstaan door teveel onnodige producten, de verkeerde, slechte of gevaarlijke producten en eventueel op de verkeerde plaatsen worden aangeboden.
Juist hier schiet de kapitalistische economie schromelijk tekort. Landbouwoverschotten worden vernietigd en doorgedraaid. Grote voorraden geschikte producten worden incourant. Veel producten zijn niet duurzaam en verantwoord geproduceerd en zijn mogelijk schadelijk. Om een goed werkend economisch systeem te realiseren blijkt juist veel afstemming, overleg en samenwerking nodig te zijn. Dus wel concurrentie op het vlak van innovatie maar op het vlak van productie en distributie is samenwerking noodzakelijk. Rudolf Steiner bedacht daarvoor in de beginjaren van de 20e eeuw de term associatie als een overlegorgaan tussen de economische betrokken producenten, handelaren en consumenten/afnemers. Samen moeten zij afspraken maken over prijzen, hoeveelheden en afzetplaatsen die ertoe leiden dat er geen kostbare hulpbronnen zoals geld, energie en menskracht verspild wordt.


De Braziliaanse ondernemer Ricardo Semler heeft in zijn boeken Semco-Stijl en Weekend van zeven dagen aangetoond dat een zeer verregaande vorm van democratisering(en dus inspraak) in zijn bedrijf vele verrassende positieve resultaten oplevert. Medewerkers zijn in grote mate betrokken bij alle besluiten aangaande het bedrijf zowel strategisch, financieel , organisatorisch en op het gebied van HRM. Mogelijk is dit een nieuwe derde weg van kapitalisme.
Via associaties en gedemocratiseerde bedrijven kan fair-produce, fair-trade en fair-pricing concreet vorm krijgen. De economische belangen van alle direct betrokken stakeholders kunnen zo in evenwicht worden gebracht. De wet op de economische mededinging kan dit laatste echter dwarsbomen, omdat zij dit opvat als prijs- , hoeveelheids- of marktverdelingsafspraken. Dus niet de dogmatiek van politici of economen zijn de echte obstakels , maar het ontbreken van een heldere visie op een socialistische, gedemocratiseerde vorm van overlegkapitalisme of kortom een solidaire economie.

donderdag 6 december 2012

SP actie tegen armoede

SP-jubileumactie voor Voedselbank




In het kader van het 40-jarig bestaan van de SP als politieke partij, zowel landelijk alsook in Eindhoven, is een actie bedacht. In deze moeilijke economische tijden met een toenemende armoede en meer mensen die gebruik maken van schuldhulpverlening moeten we vooral de meest kwetsbare groep, de kinderen helpen.

Vandaar dat bedacht is om chocoladeletters in te zamelen en die rond Sinterklaastijd te bezorgen bij Voedselbank Eindhoven aan de Kanaaldijk-Noord. Ze kunnen dan verdeeld worden over de voedselpakketten van die week. Natuurlijk werd uitdrukkelijk gevraagd om alleen de letters S en P in te leveren en dat staat niet alleen voor Sint en Piet.
In twee weken tijd is het gelukt om ruim 400 letters in te zamelen. Dat is ruim voldoende voor het huidige totale aantal van 375 wekelijkse gezinskratten, waar ongeveer 700 personen een aantal dagen van kunnen eten. De overblijvende letters kunnen extra gestopt worden in de kratten voor grote gezinnen met 5 of 6 personen.

Woensdagmiddag 5 december hebben een aantal SP-leden onder leiding van afdelingsvoorzitter Anke van Hest de letters persoonlijk overhandigd aan Voedselbank.



De algemeen Voedselbankcoördinator Govert Dalm nam ze in ontvangst en bedankte de SP voor deze welkome actie. Het is bekend dat de voedselbanken in Nederland steeds meer moeite hebben om voldoende vers en afwisselend voedsel te krijgen van fabrikanten en detailhandel.
 


Een chocoladeletter is niet alleen een leuke surprise en iets extra’s, maar vooral ook voedzaam.


Een kort gedicht bracht de boodschap helder over:

De S en P staan voor de mens
ze geven uiting aan Sint’s wens:
een eerlijk land met fair bestuur
en dat is nooit te duur
!


Studio 040 was daarbij ook aanwezig om het vast te leggen wat een leuk filmpje heeft opgeleverd.
 http://www.youtube.com/watch?v=GU2z44YT5w4&list=UUNj9tTUekWNq_5jUGnRQRdg&index=3

woensdag 14 november 2012

Socialistische Geschiedenis

"Het Rijke Rooie Leven" van Ronald van Raak
Een boekbespreking




Dit in 2006 door uitgeverij Aspekt uitgegeven boekje beschrijft meerdere verhalen over het socialisme in Nederland. De korte verhalen zijn ondergebracht in 20 hoofdstukjes. Eruit springend zijn de artikelen over de socialistische politici Ferdinand Domela Nieuwenhuis en Henk Sneevliet, de wethouders Floor Wibaut en Monne de Miranda alsook Willem Drees (de latere minister-president) en de activisten Dirk de Vroome en Remi Poppe en kunstenaars Albert Hahn en Joris Ivens.

Behalve deze persoonlijke verhalen komen ook uitgebreid de Kraak- en Provobeweging aan bod waar ook het politiek activisme van de SP op gestoeld is.

Deze stukjes politieke geschiedenis maken duidelijk dat het socialisme al vanaf begin vorige eeuw vooral buitenparlementair actief is geweest en vanaf de naoorlogse jaren daarnaast ook steeds meer binnen het politieke bestel.

Op gemeentelijk en lokaal niveau zijn meerdere successen te vieren, zelfs in tijden dat er op landelijk niveau rechtse regeringen aan de macht waren. Zo hebben de SDAP-wethouders Wibaut (periode 1914-1931) en ook de Miranda (periode 1919-1939) vele sociale projecten bedacht en gerealiseerd om in de crisisjaren werkgelegenheid te creëren. De aanleg van het Amsterdamse Bos en arbeiderswijken (zoals Spaarndammerbuurt) in de stijl van de Amsterdamse School zijn hiervan schoolvoorbeelden. De Miranda bouwde ook de Amsterdamse tuindorpen in Watergraafsmeer, Nieuwendam en Buiksloterham. Het zijn ruim opgezette wijken met veel laagbouw en groen voor de nieuwe arbeidsmigranten. De Miranda (nazaat van Spaans-Portugese Joden) werd echter in 1942 door de Duitsers opgepakt en stierf korte tijd later in kamp Amersfoort.

Voor ons is het bijna niet meer voor te stellen dat deze mensen twee decennia lang als wethouder actief waren. Met de huidige politieke instabiliteit is het meestal maximaal vier jaar. Dit zogenaamde wethouders-socialisme zou nog veel meer navolging moeten krijgen. Socialisten hebben bewezen goede bestuurders te zijn en ook politieke verantwoordelijkheid te kunnen dragen.

Zeer uitgebreid komt ook staatsman Willem Drees (eerst als wethouder in Den Haag (1919-1933), daarna als kamerlid en later als minister-president van 1948-1958) aan bod die we nu kennen als belangrijke pleitbezorger van sociale zekerheid voor zieken en ouderen. Vanwege zijn rol als beschermer van de zwakkeren werd hij ook geëerd met de titel “Vader des Vaderlands”. Zijn sobere politiek (hij was zelf geheelonthouder en lid van de vereniging van geheelonthouders) paste prima bij de naoorlogse jaren van wederopbouw.Hij voerde de Noodwet Ouderdomsvoorziening (1947) en Algemene Ouderdomswet (AOW uit 1956) in. Een liberale politicus zei ooit van Drees: ”Als je hem opensnijdt dat zal blijken dat hij zo rood is als een kreeft”. Een mooier compliment kan een sociaal-democraat niet krijgen lijkt me.

Omstreden is Drees wel om zijn politieke vergissing inzake de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië. Zelfs tot tweemaal toe besloot hij tot militair ingrijpen.
Drees was tot op hoge leeftijd een fervente verdediger van het gedachtengoed van Karl Marx, maar geloofde niet in een weg via revoluties. Hij geloofde juist in de parlementaire democratie van de geleidelijkheid aangevuld met een sterke arbeidersvereniging en actieve vakbonden.

Intrigerend is ook het levensportret van vermaard politiek filmer en overtuigd communist Joris Ivens die vele politieke documentaires heeft gemaakt zoals over de Spaanse burgeroorlog (The Spanish Earth 1937), maar later ook in Nederlands-Indië (Indonesia Calling 1946), Cuba (Pueblo Armado 1961), Vietnam (Le Ciel, la Terre 1965) en China . Deze films zijn wereldberoemd en vanwege zijn werk werd hij zelfs samen met Ernest Hemmingway uitgenodigd op het Witte Huis door president Roosevelt. In Nederland was hij lang omstreden en pas in 1989 kreeg hij een koninklijke onderscheiding toen hij al ruim 90 jaar was.

Het boekje besteedt ook veel aandacht aan eerdere pogingen om een linkse politieke samenwerking zoals Keerpunt 72 te realiseren en gaat ook uitgebreid in op de regering onder leiding van PvdA-er Joop den Uyl die door van Raak zeer geprezen wordt, terwijl het kabinet onder leiding van Wim Kok juist verguisd wordt. Kok “ontdeed de PvdA van de ideologische (socialistische) veren”. De meest recente linkse samenwerking werd opgezet met PvdA en GL onder de Titel "Een Ander NL".

Nog onbekend was voor mij de activist Dirk de Vroome, waar de SP later als eerbetoon de Rooie Reusprijs voor heeft bedacht vanaf 1996. De Rooie Reuzen was een groep activisten die actief waren in jaren zeventig van vorige eeuw in Noord-Brabant en Limburg en ludieke acties uitvoerden zoals tegen de stationering van kernkaretten op de militaire vliegbasis Volkel. Hij begon ook meerdere rechtszaken en betrad (zonder echte juridische kennis) de rechtszaal in een rode toga ten teken van zijn meer politieke strijd. Vroome richtte in Sittard een sociaal adviesbureau op, een soort van hulpdienst waarvan hij de spil was. Hij nam het op voor woonwagenbewoners en seizoenarbeiders. Hij had humor en was een meester in vermommingen. Zo slaagde hij erin om verkleed als vier-sterren generaal een burgemeester een hondenpenning op te spelden, terwijl de persoon in kwestie dacht dat het een hoge onderscheiding was.

Veel meer algemeen bekend zijn de vele milieuacties van SP-politici Remi Poppe (milieudetective genoemd) en Jan Marijnissen tegen bedrijven als Dyosinth, Organon en Bergoss. Ook hun steun voor asbestslachtoffers (werknemers bij Eternit) en strijd voor schadevergoedingen samen met SP-advocaat Jan de Wit. De krachten werden later gebundeld in het SP-milieu-alarmteam.

Mij persoonlijk heeft vooral ook het hoofdstukje "Rode Moraal" aangesproken waarin uiteengezet wordt dat socialisten en christenen belangrijke uitgangspunten met elkaar delen. De solidariteit als beginselprincipe bij de socialisten komt overeen met de naastenliefde van de christenen. Beiden hebben ook allebei fundamentele kritiek op het kapitalisme en liberalisme en zouden daarom gemakkelijk samen moeten kunnen optrekken in politiek activisme. De katholieke kerk heeft zich in het verleden ook ontfermd over zieken en zwakkeren zoals de socialisten dat via de politiek en sociale wetgeving ook willen realiseren. Ze zijn natuurlijke bondgenoten al benadrukken het CDA en de Christen Unie momenteel vooral de vele verschillen. Van Raak constateert dan ook dat binnen de rijen van de SP-politici de verhouding gelovig versus niet-gelovig fifty/fifty bedraagt. Christenen maar ook moslims sluiten zich daarom ook aan bij de Socialistische Partij vanwege hun morele uitgangspunten, al liggen ethische kwestie zoals euthanasie en abortus natuurlijk gevoelig.

Ronald van Raak heeft als filosoof en historicus met dit lezenswaardige boekje weer een stuk socialistische geschiedenis toegankelijk gemaakt.


dinsdag 28 augustus 2012

Coalitievorming

Sociaal of Liberaal!?

In de verkiezingen wordt deze vraag graag gesteld door Roemer in de hoop dat de kiezer na ruim een decennium liberaal beleid nu de knop omzet en duidelijk kiest voor een sociaal beleid.
De crisis is namelijk niet veroorzaakt door de burger maar door de bankensector in combinatie met een niet gereguleerde financiële markt. Hoe dat in de VS is gegaan hebben we afgelopen zondagavond kunnen zien na het programma Zomergasten in de film “Inside Job”.
De financiële problemen hoeven dus niet afgewenteld te worden op de burger en zeker niet op de meest kwetsbare groepen (lage inkomens en ouderen).
Het Centraal Planbureau (CPB) heeft de verkiezingsprogramma’s doorgerekend en daaruit blijkt dat alleen bij het SP-programma de koopkracht van deze groepen echt verbeterd met 3 procent en nemen de eigen bijdragen in de zorg het meest af en wordt er geïnvesteerd in cultuur.
Daarnaast blijft het overheidshuishoudboekje redelijk op orde. De SP investeert ook direct in de economie en creëert daarmee ook werkgelegenheid. Onder deze omstandigheden een prima beleidsprogramma waar “Links zich de vingers bij af kan likken”.

Dat verklaart mogelijk ook de huidige populariteit van de SP die samen met de VVD duidelijk aan kop liggen in de peilingen op ruime afstand gevolgd door een aantal middelgrote partijen.
Ruim twee jaar geleden leek de SP onder Agnes Kant aan het afkalven en bleef steken op zo’n 15 zetels in de Tweede Kamer. Door de komst van Emile Roemer is het tij gekeerd.

(foto www.Nujij.nl)

Zo heeft ook de coffeeshopbranche onverwachts massaal partij gekozen voor de SP. Alleen de SP zou de VVD kunnen stoppen en voorkomen dat de wietpas in heel Nederland wordt ingevoerd. De SP is ook voor legalisering van softdrugs.

Toch blijkt er een bijna even grote groep burgers te zijn die kiest voor een verder liberaal programma zoals dat van de VVD en dat zorgt voor een groot dilemma.
Hoezeer Rutte (VVD) dus roept dat hij niet onder een socialistische premier wil regeren of dat de overheidsfinanciën bij de SP niet in goede handen zouden zijn, toch zijn sociaal en liberaal tot elkaar veroordeeld. De VVD sluit samenwerking met de SP in een regering echter niet uit, zoals ze dat nu wel gedaan hebben met de PVV van Geert Wilders. De twee of drie grootste partijen die democratisch gekozen zijn moeten de burger echter serieus nemen en gezamenlijk toch proberen een regering te vormen ondanks de verschillen. Het landsbelang gaat boven het partijbelang.

Democratisch Tekort.

Door veel politieke wetenschappers is vaak gewezen op dit probleem in het democratische stelsel.
Je kunt je voorkeur uitbrengen voor een politieke partij of een persoon maar in Nederland zullen meerdere partijen altijd moeten samenwerken omdat er geen partij een voldoende zeteloverwicht heeft. Na intensief onderhandelen komt er dan meestal een regeerakkoord uit, afgesloten door een meerderheidscoalitie(meestal), dat alle plannen en voornemens met cijfers en doelstellingen gedetailleerd heeft “dichtgetimmerd”. Voor de Tweede Kamer en de oppositie valt er daarna weinig meer te veranderen. Dat zou anders moeten omdat juist de Tweede Kamer eigenlijk de macht zou moeten hebben. Misschien biedt een regeringscoalitie tussen SP, PvdA en VVD daarvoor nieuwe mogelijkheden.
Een dichtgetimmerd akkoord lijkt onwaarschijnlijk, gezien de grote politieke verschillen tussen de beleidsvoornemens van links en rechts.

Hoe onwaarschijnlijk een samenwerking tussen SP en VVD dat volgens allerlei deskundigen ook is, toch blijkt het in de praktijk al gerealiseerd te zijn op gemeentelijk en provinciaal niveau.
Roemer was SP-wethouder in Boxmeer en zat in een coalitie met de VVD. In de provinciale Staten van Noord-Brabant zit ook een college met SP en VVD. Het kan dus wel degelijk.
Zelfs oud VVD-leider Wiegel en een VVD senator hebben aangegeven dat er met de SP best te regeren valt. Men spreekt zelfs van een betrouwbare partner.

Er moet dan wel een soort van hoofdlijnenakkoord komen, waarin de taak- of rolverdeling tussen de partijen wel duidelijk moet worden:
- Wie is verantwoordelijk voor welke portefeuille en krijgt welk ministerie? Zo lijkt het logisch dat bijvoorbeeld de SP het ministerie van Sociale Zaken krijgen en de VVD dat van Economische Zaken.
- Per beleidsterrein zullen wel doelstellingen moeten worden afgesproken (groeien of krimpen de komende 4 jaar).
-Sommige beleidsterreinen kunnen gemeenschappelijk geleid worden zoals Algemene Zaken of Buitenlandse Zaken waarbij ministers en staatssecretarissen onderling verdeeld worden.
Bij alle andere zaken en wetsvoorstellen moet er gewoon een Kamermeerderheid gevonden worden en is een open discussie belangrijk en zijn gelegenheidscoalities noodzakelijk . Een goede zaak.
Compromissen sluiten is onvermijdelijk maar het moet niet zo zijn dat politieke visies compleet verwateren of tegen elkaar worden weggestreept. Dat zou de grootste teleurstelling voor de kiezer zijn. Laat partijen zich juist profileren op de verschillende beleidsterreinen en zo het vertrouwen verdienen van de burger.

maandag 4 juni 2012

SP, PvdA en VVD in één regering !

Het kan over Links (regeren) !




Volgens de peilingen van verschillende onderzoeksbureaus maakt de SP kans om bij de landelijke Tweede Kamerverkiezingen van 12 september aanstaande de grootste politieke partij van Nederland te worden, waarschijnlijk direct op de voet gevolgd door VVD en PVV.
Als de SP inderdaad de grootste wordt, dan krijgt fractieleider Roemer de kans om als eerste te proberen een meerderheidsregering te vormen. In de media worden nu al allerlei voorspellingen gedaan dat een linkse regering geen haalbare kaart is. Dat zou inderdaad het geval zijn als je alleen kijkt naar de “ linkse” partijen zoals SP, PvdA, Groen Links en eventueel D’66 ,die samen inderdaad geen meerderheid zullen gaan halen in de Tweede Kamer.
Gelukkig geldt dat ook voor meer coalities. Zo zullen de partijen (VVD, CDA, D’66, Gr.Links, Christen Unie) van het lenteakkoord samen ook maar 68 zetels halen (peiling Maurice de Hond 3 juni 2012). Paars Plus haalt ook maar 68 zetels. De Balkenende coalitie van VVD, PvdA en CDA haalt ook nog maar 61 zetels. Het mislukken van het kabinet Rutte (VVD, CDA en PVV) heeft vooral het CDA schade opgeleverd en zetels gekost. Samen hebben ze ook nog maar 64 zetels.
Er zijn nu veel partijen die het regeren met de PVV zeker niet meer zullen gaan proberen. De SP en PvdA hebben dat al duidelijk aangegeven.

Welke mogelijkheden zijn er dan voor een linkse coalitie?
De enige kansrijke combinatie is een coalitie van SP, VVD en PvdA. Samen hebben zij op dit moment nog maar 75 zetels (peiling de Hond 3 juni), maar dat kan nog groeien. Voor een duidelijke meerderheid is er nu nog een 4e partij nodig zoals Groen Links of Christen Unie die beide 6 zetels zouden kunnen halen. Een driepartijen coalitie heeft de voorkeur. De combinatie van SP en PvdA samen met VVD is bijzonder namelijk links, sociaal én liberaal. Voor veel politici en analytici is een dergelijke regering onwaarschijnlijk en onrealistisch . Toch is in de praktijk gebleken bv in het Gemeentebestuur van Boxmeer en nu ook in het provinciaal bestuur van Noord Brabant dat de VVD en de SP een werkbare en betrouwbare coalitie kunnen vormen. Oud VVD-coryfee Wiegel heeft als formateur aan de wieg gestaan van de coalitie van het provinciebestuur in Noord-Brabant.
Hij heeft zich al positief uitgelaten over de SP als een partij die klaar is voor regeringsdeelname.

Het zou een goede zaak zijn als de SP de grootste partij wordt en het initiatief mag nemen. Eerder heeft de VVD en daarvoor (decennialang) het CDA die kans gehad. Dat biedt mogelijkheden om een goede rolverdeling vooraf uit te werken en daarmee de twee andere partijen te overtuigen.
Een samenwerking met de PvdA onder leiding van de huidige partijleider Diederik Samsom is het meest gewenst. Nooit eerder in de geschiedenis van beide partijen zijn er zoveel overeenkomsten en onderlinge politieke affiniteiten dan nu. In 2006 hebben Balkenende (CDA) en Bos (PvdA) de SP nog buiten de regering weten te houden ondanks de enorme verkiezingsoverwinning van 9 naar 25 Kamerzetels. Dat zal geen 2e keer gaan gebeuren als de SP met een duidelijke visie de onderhandelingen ingaat.
Een aansprekende visie maar ook een slimme taak- en rolverdeling tussen de drie (of eventueel ) vier partijen is essentieel. De VVD heeft in haar verkiezingsprogramma al jaren staan dat zij voor een kleinere( lees goedkopere) overheid zijn, die minder bureaucratie oplevert voor de burger en het bedrijfsleven. Een kleinere overheid is voor de SP geen doel op zich, maar in haar verkiezingsprogramma geeft de partij wel aan dat zij voor terugdringing van marktwerking en bureaucratie is. Zij willen daarom de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden teruggeven aan de professionals (medici, leerkrachten, politie en rechters). Dat heet tegenwoordig meer zelforganisatie. De SP is dus ook voor het terugdringen van overheidsinmenging en bureaucratie in de sectoren onderwijs, gezondheidszorg, wetenschap en Kunst & Cultuur. Raar genoeg gaan de idealen van sociaal en liberaal van SP, PvdA en VVD dus toch samen.
Geert Wilders had in zijn eerdere verkiezingsprogramma staan dat het hele ministerie van Onderwijs wel opgeheven mocht worden. Een radicale gedachte maar een veel kleiner ministerie zou inderdaad wenselijk zijn niet alleen vanuit budgettaire maar vooral vanuit inhoudelijke overwegingen . Het onderwijsveld heeft enorm veel last van de bureaucratie uit Zoetermeer en de onzinnige verantwoording die gevraagd wordt. Daar kan inderdaad flink in gesnoeid worden. Een beleid waar SP. PvdA en VVD zeker gezamenlijk achter staan.
Hetzelfde geldt voor Sociale Zaken. Wanneer er een nieuwe financiële regeling zou komen zoals een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedere volwassene, dan heb je alle uitkeringsinstanties en veel sociale regelingen niet meer nodig . Die betutteling en ongewenste regelzucht kan flink aangepakt worden. Het ministerie van Economische Zaken zou ook flink kleiner en efficiënter moeten. Allemaal kansen voor een nieuwe regering SP. VVD en PvdA.

Een ideale verdeling van het aantal ministeries zou zijn SP(4), VVD(4) en PvdA (3).
De grootste partij mag de premier aanwijzen en krijgt het ministerie van Algemene zaken.
De SP/PvdA zouden onderling met name de portefeuilles Financiën, Sociale Zaken & Werkgelegenheid, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Infrastructuur & Milieu en Onderwijs,Cultuur & Wetenschap moeten verdelen.
De VVD zou eventueel geschikt zijn voor Buitenlandse Zaken, Defensie, Binnenlandse Zaken, Veiligheid & Justitie.
Uiteraard moet er natuurlijk flink gesleuteld en onderhandeld worden over een mogelijk regeerakkoord waarbij vooral de financiële kaders duidelijk moeten zijn. Naast bezuinigingen, lastenverhoging moet er vooral ook ruimte zijn voor groei en investeringen.

Emile Roemer heeft op het laatste congres al aangegeven dat hij alleen zal gaan regeren als de inkomensverschillen niet groter worden en als de armoede onder kinderen aangepakt wordt . Verder moet ook marktwerking in de zorg en de publieke sector niet groter worden. De VVD zal op een aantal van deze punten bereid moeten zijn compromissen te sluiten. Het gaat niet meer zozeer om links of rechts of progressief of conservatief in de politiek. Die begrippen zijn achterhaald.
In het SP- beginselprogramma “Heel de mens” wordt uitgegaan van de drie kernwaarden: menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Ze lijken op de kernwaarden van de Franse revolutie al ontbreekt duidelijk de vrijheid. Toch is ook de vrijheid voor de SP van groot belang, maar niet op een neoliberale manier zoals de VVD dat uitdraagt van individualisme en “ieder voor zich”. Het belang van de fundamentele vrijheden voor de mens zoals ook in de grondwet (opgesteld door liberaal Thorbecke) is vastgelegd wordt ook door de SP gedragen. Vrijheid van godsdienst, seksuele geaardheid, vereniging en ook meningsuiting worden door de SP principieel gesteund. Dat is ook liberaal. Het is daarom juist bijzonder dat de partij-filosoof Ronald van Raak nu net een boek heeft uitgegeven “Op zoek naar vrijheid”!