donderdag 12 maart 2015

Is CPB wetenschappelijk en onafhankelijk ?

Onderstaand artikel is ook verschenen als ingezonden opiniestuk in het Eindhovens Dagblad op 31 maart 2015.

Centraal Planbureau kritisch over effecten Basisinkomen.

Medio februari heeft het Centraal Planbureau een rapport gepubliceerd met de titel: ”Maatwerk loont | Moeders prikkelbaar”. Hoewel deze titel iets heel anders zou kunnen suggereren gaat het feitelijk over “de effectiviteit van fiscaal participatiebeleid”.   


Eerder dit jaar is afgesproken dat de huidige Staatssecretaris van Financiën Wiebes, die verantwoordelijk is voor belastingen, met plannen zal komen voor een belastinghervorming. Na jaren van bezuinigingen zou de regering wel iets willen gaan doen aan de hoogte van de inkomstenbelasting.

Het CPB is geen onafhankelijk onderzoeksinstituut, maar een onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken en zij geeft adviezen en oordelen over voorgenomen beleidsmaatregelen. Het woordje Centraal is hierin enigszins misleidend want net als bij het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) of Centrale Bank zou je meteen denken aan een onafhankelijk instituut.  Er werken zo'n 150 mensen, veelal onderzoekers.              Het CPB heeft dus nu het voortouw genomen en voordat er al concrete plannen of voorstellen bekend zijn gemaakt, hebben zij al doorgerekend wat de economische effecten van verschillende vormen van fiscaal beleid zou kunnen zijn.  Een prima zaak zou je zeggen, àls het wetenschappelijk verantwoord is.

Het CPB is opgericht in 1945 en Jan Tinbergen en hij was de eerste directeur van dit instituut gedurende 10 jaar. Hij is tot nu toe de enige Nederlander geweest die de Nobelprijs voor de economie heeft gekregen voor zijn wetenschappelijke werk op het gebied van de econometrie. Dat is een meer wiskundige en statistische benadering van de economie waarbij ingewikkelde formules met vele variabelen inzicht moeten geven in economische ontwikkelingen zoals de werkgelegenheid, koopkracht en vooral de economische groei.

Het is de laatste jaren bijna een gewoonte geworden dat de verschillende politieke partijen hun partijprogramma’s laten doorrekenen bij de jaarlijkse algemene beschouwingen in de Tweede Kamer.  Dat geeft de plannen een objectieve beoordeling en soort keurmerk als het gaat om economische effecten. De staatshuishouding, de groei van de economie, de werkgelegenheid en inkomens zijn per slot van rekening de heilige koeien van ieder kabinet.    


Al sinds het ontstaan van financiële en economische crisis in  2008 hebben verschillende partijen erop gewezen dat de economische wetenschap nog steeds een slechte voorspeller is. Op een enkele uitzondering na heeft niemand deze crisis voorspeld. Dat zou moeten leiden tot enige bescheidenheid.
De economie is nu eenmaal een multidisciplinaire gedragswetenschap en dus geen zuivere, rationele natuurwetenschap. Dat betekent dat er bijna nooit één oorzaak is aan te wijzen voor een bepaald verschijnsel en dat te generaliseren causaliteiten moeilijk zijn te vinden. Bij de economische academische wetenschap zie je daarom momenteel nieuwe richtingen ontstaan, die meer aandacht besteden aan minder rationale benaderingen en meer ingaan op gedragseconomie.                                                                                 Daarnaast is er de opkomst van grootschalige economische veldexperimenten van bijvoorbeeld de Franse professor Esther Duflo en zoals beschreven in het boek “Alles is economie” van de economen Gneezy & List. Het empirische , in de reële werkelijkheid uitgevoerde, onderzoek krijgt steeds meer de overhand boven de meer theoretische, wiskundige modellen. Dat leidt soms ook tot verrassende nieuwe inzichten, die het CPB kennelijk nog niet heeft verwerkt in haar modellen.

Dat het CPB niet altijd even wetenschappelijk en onafhankelijk is geweest, zoals ze op hun website pretenderen, bleek rondom de invoering van de Euro. Het CPB heeft altijd beweerd dat de effecten voor de burger en de economie heel positief zijn geweest. Uit hun onderzoek zou gebleken zijn dat de Euro iedere Nederlander het voordeel van een gemiddeld weeksalaris zou hebben opgeleverd. Voormalig directeur CPB Coen Teulings heeft in mei 2014 in de Telegraaf toegegeven dat de positieve voordelen van de Euro bewust door het CPB zijn overdreven !  Een ernstige smet op het blazoen van het CPB.

In het eerdere genoemde rapport beweert het CPB dat “generieke belastingverlichting relatief weinig doet voor de arbeidsparticipatie….. Daarentegen heeft het beperken van inkomensondersteuning voor huishoudens met een laag inkomen wel veel effect op de arbeidsparticipatie… en het invoeren van een (onvoorwaardelijk) basisinkomen heeft economisch gezien veel nadelen en zal de arbeidsparticipatie terugbrengen “.  Het CPB stelt ook dat zij geen voorstander zijn van een vlaktaks, dat is een algemeen tarief of minder belastingschijven. Die maatregel levert namelijk  ook economische nadelen op.

Het is echter meer dan alleen symbolisch, dat het CPB op het voorblad een foto heeft geplaatst waarop een menselijke hand zichtbaar is, die een stok vasthoudt waaraan een bos wortels bungelt. Indachtig de Engelse uitdrukking “Stick or Carrots” verwijst dit naar de altijd terugkerende beleidskeuze van bestraffen of belonen. Kennelijk is het CPB nog steeds gecharmeerd van de operante conditionerings-theorie. Helaas zijn mensen maar ten dele extrinsiek gemotiveerd.
Erger is het feit dat het CPB hiermee een wetenschappelijk verantwoord advies of oordeel lijkt te geven aan regering en parlement dat echter in werkelijkheid niet deugt. Verlaging van bijstandsuitkeringen dwingt mensen weliswaar om eerder te gaan werken maar creëert  misschien een grotere groep werkende armen. Kleinere inkomensverschillen lijken in eerste instantie weinig directe economische voordelen op te leveren, maar wel een heleboel maatschappelijke.                                                                                                  Moeders met jonge kinderen financieel prikkelen om de opvoeding van hun kinderen uit te besteden aan professionals (kinderopvang) en daardoor zelf betaald werk kunnen gaan uitvoeren lijkt economisch gezien wenselijk voor de participatiegraad, maar is maatschappelijk gezien mogelijk zeer onwenselijk. De essentiële opvoeding uitbesteden is maatschappelijk gezien mogelijk onverantwoord. Eventueel ontspoorde , niet goed opgevoede,  kinderen brengen namelijk grote maatschappelijke kosten met zich mee.  

Zo zijn er meerdere onafhankelijke praktijkexperimenten geweest met de invoering van een basisinkomen waaruit blijkt dat de arbeidsparticipatie er niet onder lijdt. Mensen werken niet alleen voor het verwerven van een inkomen, maar juist om zich te ontwikkelen tot volwaardig mens en ook een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Het drie jaar durende experiment Mincome in Canada in de provincie Manitoba heeft dat overtuigend aangetoond. Behalve het genoemde economische effect bleken daarnaast (nog veel verrassender) een aantal maatschappelijke effecten zoals :     
- een duidelijke vermindering van het aantal ziekenhuisbezoeken,  
- een vermindering van de criminaliteit,
- een verlaging van het aantal tienerzwangerschappen en
- een afname in schooluitval en een verhoging van de slaagpercentages.
Britse Onderzoekers Wilkinson & Pickett (foto: jamaicaplainforum.org)



Dezelfde optredende effecten hebben Wilkinson & Pickett gerapporteerd in hun boek “The Spirit Level” dat gaat over de effecten van een grote inkomensongelijkheid.  Maatschappelijk gezien is een beperkte inkomensongelijkheid zeer wenselijk. Daarmee wordt opnieuw wetenschappelijk bewezen dat Jan Tinbergen al in 1970 gelijk had met zijn voorstellen voor een beperkte inkomensongelijkheid binnen bedrijven én de samenleving. De zogenaamde Tinbergennorm is hieruit afgeleid en recent probeert ook de Canadese organisatie het internationale keurmerk Wagemark te promoten. Daarin wordt geprobeerd paal en perk te stellen aan inkomensverschillen in bedrijven (minder dan factor 8).

Het CPB moet zich weer meer wetenschappelijk scholen en minder rapporten publiceren en  onderzoek uitvoeren die politiek gevoelig liggen  en eenzijdig economisch gemotiveerd zijn.

Een ander recent voorbeeld waar het CPB weer een uitgesproken standpunt heeft verkondigd dat bij nader inzien misschien helemaal niet zo wetenschappelijk verantwoord is ging over verhoging van het minimumloon.

Bij een hoorzitting in de Tweede Kamer in oktober 2015 beweerde CPB-econoom van Vuuren dat een verhoging van het minimum(jeugd)loon tot meer (jeugd-)werkloosheid kan leiden en dat de politiek dus voorzichtig moet zijn. Het CPB zegt zich daarbij alleen te baseren op gedegen wetenschappelijk onderzoek.

Correspondent-columnist Jesse Frederik betoogt in een internetartikel op 19 oktober 2015 dat deze correlatie helemaal niet zo sterk en significant is. Hij baseert zich daarbij op uitgebreide meta-analyses in de VS en Groot-Brittannië naar dit verband. Het merendeel concludeert dat er geen verband is of een hele kleine samenhang. Het CPB heeft haar huiswerk kennelijk zelf niet goed gedaan, maar beïnvloedt wel heel sterk de publieke en politieke opinie !     Lees het hele verhaal:

   https://decorrespondent.nl/3508/Kan-deze-theorie-over-het-jeugdloon-eindelijk-de-prullenbak-in-/487681047964-7b7a2358



Begin januari 2016 verschijnt een twee bladzijde groot artikel in de Volkskrant van Mirjam de Rijk. waarin zij stelt dat het CPB een ongezond grote (politieke) invloed  heeft. Hun rekenmeesters gaan van onrealistische veronderstellingen uit en krijgen te weinig weerstand. Een duidelijk verhaal. 
Mirjam de rijk is eerste Kamerlid van Groen Links, wethouder in Utrecht en was directeur van Stichting Natuur & Milieu. Van haar haar verscheen ook het boek: "51 mythen over wat goed zou zijn over de economie"(uitgever Nieuw Amsterdam) . Hopelijk wordt het CPB hierdoor eens wakker en gaan ze een meer wetenschappelijke houding aannemen, dan alleen maar spreekbuis te zijn van het ministerie van Economische Zaken.  


Update.

Eind november 2018 verschijnt er weer een spraakmakend rapport over de oorzaken van de beperkte loonontwikkeling in Nederland, waar weer een rood etiket op had moeten staan: NIET ONAFHANKELIJK
Het CPB vond alleen een verklaring voor loonontwikkeling bij een hogere arbeidsproductiviteit  en ook een loonontwikkeling bij een hogere inflatie. Dat past wel in het straatje van het ministerie van Economische Zaken en de  Captains of Industry. Expliciet wordt in het rapport vermeldt dat de zwakke onderhandelingspositie van zzp'ers, de toename van flexwerkers en de verschuiving naar lage loonlanden hier geen debet aan zijn. Stel je voor, want dan zou het lijken alsof werkgevers hier kennelijk een groot aandeel in hebben!
Macro-economische modellen hebben echter weinig voorspellende waarde zoals al meermaals is gebleken. Daarnaast is juist loonontwikkeling vooral het resultaat van collectieve onderhandelingen en afspraken tussen werkgevers en werknemers. Verder ook de invloed van de overheid, die als wetgever  rechtstreeks verantwoordelijk is voor een verhoging van uitkeringen, minimumlonen of minimum-uurtarieven en daarnaast eventuele wijzigingen in de sociale- en werkgeverspremies en het  belastingregime. Dat zijn dus exogene krachten die een veel grotere invloed hebben dan de strikt macro-economische wetmatigheden.  Daarom is het CPB bijna misleidend door deze resultaten te blijven publiceren, zonder door de werkelijk onafhankelijke en bredere wetenschappelijke gremia fel te worden bekritiseerd.   




zondag 1 februari 2015

Helft van de banen gaat verdwijnen.

Onderstaand artikel is deels ook als opinie-artikel verschenen in het Eindhovens Dagblad op 4 februari 2015


Lodewijk Asscher (foto:twitter.com)


Lodewijk Asscher heeft afgelopen september een lezing gehouden tijdens het Sociale Zaken & Werkgelegenheid symposium van zijn ministerie. In die lezing wilde hij het belang van technologische werkeloosheid op de politieke agenda zetten.

Daarmee wordt bedoeld dat veel banen zullen verdwijnen doordat mensen vervangen worden door automatisering, computers en robots. Ging het decennia geleden nog om hele eenvoudige monotone taken, die een robot beter en sneller kan, nu gaat het steeds meer om taken en banen die onderdeel zijn van het werk van professionals zoals artsen, juristen en zelfs kunstenaars.

Asscher heeft dit niet allemaal zelf bedacht, maar baseert zich op gedegen wetenschappelijke studies. Bijvoorbeeld van MIT-onderzoekers Brynjolfsson en McAfee in het boek: “The second machine age” uit 2013 en ook Frey en Osborne : ”The future of Employment”.                                     In mei 2015 is daar  het boek van robotexpert Martin Ford met als titel: "The Rise of the robots" bijgekomen. Dat laatste boek is door McKinsey en de Financial Times uitgeroepen als beste business boek van het jaar 2015.
In al deze onderzoeken worden de langere termijn effecten op een rijtje gezet en dan gaat het om bijna de helft van het aantal arbeidsplaatsen die mogelijk komen te vervallen in de komende decennia. Deze Amerikaanse studies zijn inmiddels ook getoetst voor de Nederlandse situatie en dat levert een vergelijkbaar beeld op. Zo heeft advies- en onderzoeksbureau Deloitte geconcludeerd dat 2 tot 3 miljoen banen binnen enkele decennia zullen verdwijnen als gevolg van robotisering en automatisering, zo'n 40% van de beroepsbevolking. http://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/nl/Documents/deloitte-analytics/deloitte-nl-data-analytics-impact-van-automatisering-op-de-nl-arbeidsmarkt.pdf
De Brusselse denktank Bruegel heeft in 2014 een onderzoek gedaan voor Europa en de Nederlandse situatie en concludeert ook dat bijna de helft van de banen zullen verdwijnen.
Rapport: "The computerisation of European jobs" .   http://bruegel.org/2014/07/the-computerisation-of-european-jobs/

Het wetenschappelijke Rathenau  instituut heeft in 2015 ook een brede studie uitgevoerd en gepresenteerd in het rapport: "Werken aan de robotsamenleving
 
Het hoogste adviesorgaan van de overheid is de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) die ook haar steentje heeft bijgedragen door eind 2015 een rapport uit te brengen met als titel "De Robot de baas". Daarin proberen ze de zwaarwegende invloed van robotisering wat af te zwakken.  De WRR heeft ook auteur Martin Ford uitgenodigd in december 2015 voor een lezing en debat in Amsterdam, bij de presentatie van haar rapport.  

Een voorbeeld daarvan zijn de nu al bijna uitontwikkelde zelfrijdende auto’s die op onze wegen zullen gaan rijden. Kort geleden heeft de minister toestemming verleend voor dergelijke experimenten in Nederland. In de VS is dat al eerder op grote schaal gebeurd. Beroepschauffeurs, een van de grootste beroepscategorieën, zullen hier in de toekomst serieus mee te maken krijgen. Een andere belangrijke groep zijn kassières in winkels, kleding- en levensmiddelenzaken die ook overbodig worden door automatisering.  Albert Heijn brengt het al in praktijk. Asscher noemde zelf ook de packbot (een soort van robot), die in de magazijnen van Amazon binnenkort met duizenden het picken van orders doet.

In een vijftien minuten durend YouTube filmpje met als titel: ”Humans need not apply” wordt het voorbeeld gegeven van paarden die in het begin van de 20e eeuw het belangrijkste vervoermiddel waren, maar uiteindelijk steeds meer vervangen zijn door auto’s en machines. Sindsdien zijn er nog maar een zeer beperkt aantal paarden die beroepsmatig ingezet worden, zoals bij de politie en sporadisch nog in het leger. Dat lot hangt mensen nu ook boven het hoofd. Dit filmpje laat bovendien zien dat het werk van  accountants, artsen, juristen en zelfs de creatieve beroepen momenteel steeds verder geautomatiseerd en gecomputeriseerd wordt. Het is dus een zeer serieus probleem als de helft van alle banen op termijn verdwijnen.

packbot in magazijnen
 
Robots maken veel werk overbodig maar dragen gelukkig toch bij aan een toename van de productiviteit. Vanwege deze onomkeerbare ontwikkelingen ligt er een grote opgave voor de politiek en overheid.  Blijven hopen en streven naar economische groei die vanzelf zal leiden tot volledige werkgelegenheid is een utopie geworden. Uit duurzaamheids-overwegingen is dat niet wenselijk, maar ook niet meer haalbaar.

De beroemde econoom Keynes deed zo’n honderd jaar geleden al voorspellingen over technologische ontwikkelingen die ervoor zouden zorgen dat de werkweek veel korter kan worden. Hij vroeg zich daarbij af wat we allemaal zouden gaan doen met deze extra vrije tijd. Als we willen dat zoveel mogelijk mensen blijven deelnemen aan de economie zullen we op grote schaal een herverdeling van arbeid moeten realiseren door een drastisch kortere werkweek. We moeten dan denken aan een 16 of 20 urige werkweek.  Rutger Bregman noemt deze serieuze optie ook in zijn boekje: “Gratis geld”.  Daarnaast moet er een herverdeling van welvaart komen waarbij belasting op kapitaal, vermogen en consumptie  flink zal moeten toenemen en arbeid veel minder belast moet gaan worden. Zelfs bij een drastische vermindering van de werkweek moeten de lonen en salarissen enigszins gelijk blijven, want die zijn voor veel eenvoudige beroepen al bijna minimaal waardoor men ook wel van werkende armen spreekt. 

Tot nu toe heeft de lezing van minister Asscher een beperkte aandacht in de media gekregen en wordt er badinerend over gedaan. “Asscher ziet beren die er niet zijn of Asscher is een veel te grote pessimist “. Met name vanuit de logistieke transportsector worden deze ontwikkelingen niet serieus genomen. De beroepsgroep van ingenieurs die zich bewust/onbewust misschien wel de veroorzakers voelen, hebben de boodschap van de minister serieuzer opgevat.  Asscher legt ook de nadruk op belastingherziening maar verder zet hij bijna volledig in op het belang van hoger onderwijs en een levenslang leren. 
Dat is echter bij lange na niet genoeg, want er moeten grote stappen gezet worden in ons sociale voorzieningenstelstel. De invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen is bijvoorbeeld een belangrijk vangnet en minimumvoorziening. Verder zullen belasting- en cao-afspraken grondig herzien moeten worden. We moeten nu beleid ontwikkelen en wetgeving doorvoeren. Deze visie wordt ook uitgedragen door de nu Amerikaanse ondernemer Elon Musk (Tesla, Solar City en Space X). Hij pleit ook voor zelfs een mondiaal basisinkomen. De door robots en computers gegenereerd gelden moeten gebruikt worden om alle mensen een financiële basis te geven om te leven.


Het You Tube filmpje hier:
Het VPRO documentaire programma Tegenlicht heeft medio maart een uitzending hierover gemaakt. http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2014-2015/werken-van-morgen.html 
Het World Economic Forum, de jaarlijkse top van wereldleiders in Davos, die in januari 2016 gehouden werd stond geheel in het teken van wat men de vierde industriële revolutie noemt. Men buigt zich daar over de gevolgen van computerisering en robotisering.
In 2017 heeft de Amerikaanse Hoogleraar James Livingston een boek geschreven "No more Work:, why full employment is a bad idea". Daarin pleit hij voor een basisinkomen en ook een omdenken over de betekenis en waarde van werk. We zullen hoe dan ook veel banen verliezen. Zie een interview met hem in Trouw.  http://www.topics.nl/wat-als-er-straks-echt-geen-baan-meer-is-a7398092trouw/?context=playlist/a-arbeidsmarkt-277b9d/&utm_source=redactie&utm_medium=email&utm_campaign=DPN_ED_TOPICS_000_20170604_Daily&utm_content=link&utm_term=&ctm_ctid=
 

maandag 20 oktober 2014

SP en Basisinkomen


Dialoog 
In het wetenschappelijk SP-blad Spanning van september 2014 stond een uitgebreid interview met Tweede Kamerlid Paul Ulenbelt, woordvoerder Sociale Zaken,  over het standpunt van de SP met betrekking tot het idee van een basisinkomen. De titel luidde:”Een basisinkomen voor iedereen: sympathiek idee of verwerpelijk voorstel?”  

Samenvattend heeft Ulenbelt grote bezwaren tegen het basisinkomen waarbij meerdere verschillende argumenten gebruikt worden:

1. Het is oorspronkelijk een idee uit liberale kringen (VVD’er Zalm en D’66-er Wijers) omdat daarmee bezuinigd kan worden op sociale uitkeringen en het ooik leidt tot een kleinere bemoeizuchtige overheid.

2. Het basisinkomen is een te laag bedrag (€ 700/maand) om goed van rond te komen en laat mensen dan verder aan hun lot over.   Bij een hoger bedrag (zeg € 1.800/ maand) zal niemand meer gaan werken en dat is dus funest voor de economie en de schatkist.

3. Een basisinkomen voor iedereen, betekent ook dat mensen het krijgen die al genoeg geld en inkomen hebben en dat is verwerpelijk en niet socialistisch in de betekenis van eerlijk delen.

Naar aanleiding van dit standpunt ben ik als SP-er van de afdeling Eindhoven de dialoog aan gegaan met  Paul Ulenbelt per email. Hieronder zijn de respectievelijke berichten te lezen.

 
Paul Ulenbelt (foto: www.sp.nl)


Op 28 september 2014 Bericht 1

   Geachte Heer Ulenbelt ,

Vandaag heb ik met grote belangstelling het stuk gelezen over het basisinkomen in het SP blad Spanning dat notabene door het wetenschappelijk bureau wordt uitgegeven. Paul Ulenbelt verwoordt daarin het standpunt van de SP en laat duidelijk zien dat hij staat voor het "oude" vakbondsdenken. Dat is heel erg jammer en ik zal proberen uit te leggen waarom.

 Van een wetenschappelijk bureau mag je verwachten dat ze op de hoogte zijn van wetenschappelijk onderzoek op het betreffende terrein. Als het gaat om inkomens- of vermogensongelijkheid dan zijn jullie wel helemaal op de hoogte van de recente onderzoekresultaten zoals een WRR-rapport , het boek van de Engelse onderzoekers Wilkinson& Pickett ("The spirit level") en onderzoek en boek de Franse socialistische econoom Thomas Piketty met het boek "Capital". (zie ook achterkant Spanning). Geweldig.

 Als het gaat om een onvoorwaardelijk basisinkomen is deze wetenschappelijke nieuwsgierigheid helaas niet te bemerken en negeren jullie zelfs de meest recente publicaties zoals het boek "Gratis Geld" van Rutger Bregman en zijn eerdere artikel over het onvoorwaardelijk basisinkomen in het internet tijdschrift De Correspondent en de recente laatste aflevering van Tegenlicht over het onvoorwaardelijke Basisinkomen.

Zelf heb ik ook een steentje bijgedragen met een weblog artikel  http://driegeleding.blogspot.nl/2013/10/de-voordelen-van-een-basisinkomen.html 


Natuurlijk mag je een eigen mening hebben, maar je moet wel op de hoogte zijn van recente wetenschappelijke resultaten.

Zo beweert Paul van Ulenbelt dat een onvoorwaardelijk basisinkomen schade zou toebrengen aan de economie omdat niemand (of in ieder geval veel minder mensen) nog bereid zijn om te gaan werken. Dat zou de lonen omlaag brengen en de belastingen etc.

De (niet inkomensafhankelijke AOW (behorend tot de zwaar bevochten sociale voorzieningen) is ook een soort van basisinkomen  maar dan alleen voor alle 65 plussers( of inmiddels oplopend tot 67?!) . Daar hoor ik de SP niet tegen ageren terwijl het los staat van individuele opgebouwde (inkomensafhankelijke) pensioenen. Die schaden de economie toch ook niet? Die hebben juist enorm veel goeds gedaan in Nederland sinds de invoering door Drees. De bijstandsuitkering was ook op te vatten als een soort van basisinkomen, maar is inmiddels steeds meer voorwaardelijk geworden en daar wringt de schoen. Als je bijstand ontvangt dan moet je vrijwilligerswerk of zelfs nuttig werk gaan verrichten (een maatschappelijke tegenprestatie). Dar begint de vergaande bemoeienis van de overheid.      

Het historische, zeer grondig gedocumenteerde, experiment van een basisinkomen dat 4 jaar geduurd heeft in het Canadese plaatsje Dauphin (dat ook besproken wordt in de Tegenlicht documentaire) "bewijst" nu juist dat dit niet klopt. Mensen blijven gewoon werken want werken is inderdaad zeer waardevol voor ieder mens. Je kunt echter op heel veel verschillende manieren werken (en dus niet alleen betaald productief werk waar Ulenbelt vanuit zijn vakbondsachtergrond aan denkt). Onbetaald huishoudelijk werk, opvoedingswerk, vrijwilligerswerk en filosofisch werk zijn minstens zo belangrijk dan economisch productief werk.

 Bregman heeft in zijn artikel juist een historisch experiment besproken van de meest kwetsbare groep waar een basisinkomen bij is doorgevoerd namelijk zwervers en daklozen in de Londonse financiële City. De resultaten zijn boven alle verwachtingen en ontzenuwen de meeste vooroordelen die wij allemaal hebben.  

Nog uitgesprokener zijn de onverwachtse side-effects, die ook aangetoond zijn bij een kleinere inkomensongelijkheid en kleinere  vermogensongelijkheid en dat zijn de bredere maatschappelijke effecten van betere onderwijsprestaties, betere gezondheidscijfers en hogere maatschappelijke welzijnsindicatoren. Die zijn wetenschappelijk aangetoond en moeten tot nadenken stemmen.

Ik daag de SP een zeer warm hart (ben ook lid) toe, maar ik geef geen morele steun aan een partij die achterhaalde dogmatische standpunten blijft verdedigen. Graag nodig ik U daarom uit deze hierboven genoemde wetenschappelijke resultaten te weerleggen of anders uw standpunt te heroverwegen.           

Met vriendelijke Groet,
dhr. R.Thelosen

Antwoord op bericht 1 van Ulenbelt  op 28 sept. 2014

Beste R,
Dank voor je uitvoerige reactie.

Veel linkse mensen zien in het basisinkomen een middel om armoede te bestrijden. Dat armoede bestreden moet worden staat buiten kijf. De SP is er voor opgericht.                                                   Een onvoorwaardelijk basis inkomen brengt dat niet dichterbij. Integendeel. Als je alle uitkeringen en toeslagen gelijk verdeelt over de bevolking zal het niet veel meer dan bijstandsniveau bedragen. Dat is gratis geld voor mensen die het niet nodig hebben. Dat kan niet de bedoeling zijn.
 De AOW is inderdaad een soort basisinkomen. Maar van deze mensen verwachten we dan ook dat ze niet meer hoeven te werken. Het interview is gehouden voor de publicaties die je noemt. Maar ze doen niets af aan mijn verhaal.

 In de voorbeelden die je noemt is geen sprake van een basisinkomen. Een kleinere of grotere groep met geen of weinig geld krijgt middelen. Terecht. En ze doen er doorgaans verstandige dingen mee.  Voor socialisten geld dat iedereen naar vermogen bijdraagt aan de samenleving. Recht op luiheid bestaat dan niet. En dat werk moet beloond worden. Ook nuttig vrijwilligerswerk, mantelzorg en er zijn meer voorbeelden. Gratis geld bestaat eenvoudig niet. Dat is zand in de ogen strooien.

Met groet,
Paul Ulenbelt
SP Tweede-Kamerlid
Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Op 28 September 2014 ook Bericht 2

Geachte Heer Ulenbelt, beste Paul ,

Bedankt voor de snelle en duidelijke reactie op mijn vragen en opmerkingen rondom het basisinkomen.

Dat de wetenschappelijke resultaten van verschillende uitgevoerde historische veldexperimenten met een basisinkomen U niet hebben kunnen overtuigen betreur ik zeer en daarom toch een nieuwe reactie.

U bent een serieuze, gedegen socialist die zelfs gepromoveerd is (heb ik ooit ergens gelezen) en U weet dan ook dat er hoge eisen aan  wetenschappelijk onderzoek worden gesteld alvorens significante conclusies getrokken mogen worden. Als meerdere onafhankelijke onderzoeken tot dezelfde conclusies leiden vormen die tezamen een soort eenduidigheid, evidentie en wetmatigheid die niet eenvoudig te weerleggen is.  Aan je eigen mening vasthouden is natuurlijk je goed recht, maar wetenschappelijke feiten daarmee negeren is niet echt verstandig en getuigd van conservatisme. De katholieke kerk heeft ook heel lang "geloofd" dat de zon om de aarde draaide in plaats van andersom.

Natuurlijk bestaat er gratis geld hoewel U dat ontkent. Het gaat dan wel om de overdrachtelijke betekenis van "gratis". Bij een onvoorwaardelijk basisinkomen gaat het dan om een maandelijkse uitkering die zonder enige tegenvoorwaarden of tegenprestatie wordt toegekend behalve dan dat je Nederlander moet zijn en een bepaalde leeftijd hebt.

In die zin zijn de genoemde experimenten in London en Dauphin in Canada dus wel degelijk voorbeelden waar het gaat om een basisinkomen (principe van een bestaansminimum). Dat ontkennen lijkt me een woordspelletje.

Jij bevestigt ook mijn opvatting dat de AOW op te vatten is als een basisinkomen.

De resultaten van de experimenten laten nu juist zien dat het invoeren van een basisinkomen gèèn recht op luiheid is en dat mensen niet massaal stoppen met werken en gaan luieren of vissen.   

Je zegt zelf dat werk beloond moet worden en rekent gemakshalve vrijwilligerswerk, mantelzorg en nog veel meer andere taken daar ook toe . Prima, want juist een basisinkomen is een vergoeding/beloning voor dat soort (niet productief) werk en bevordert solidariteit tussen verschillende soorten werk.       

 Als laatste wil ik nog opnieuw sterk benadrukken de bredere maatschappelijke effecten die optreden bij het invoeren van een basisinkomen (bij de genoemde voorbeelden). Beter onderwijscijfers, minder criminaliteit, betere gezondheidszorgcijfers etc. Al deze effecten maken het idee van een basisinkomen een verantwoorde en zeer zinvolle politieke beslissing. Of het idee van het basisinkomen nu uit socialistische of liberale hoek komt is minder relevant, dan de resultaten die het teweeg brengt en die zijn evident.
Laten we wakker worden voor deze inzichten en geen struisvogelpolitiek bedrijven.   

 Groeten en veel wijsheid toegewenst,
R. Thelosen , SP-lid en hogeschooldocent Eindhoven

 Antwoord op bericht 2 , 2 oktober 2014

 Beste R,

 Mogen we je kritiek (samengevat) in de Spanning zetten? Ik reageer daarop dan in het blad. 

Met groet,
Paul Ulenbelt, SP Lid Tweede Kamer
Sociale Zaken en Werkgelegenheid 

Op 2 oktober 2014, bericht 3

Geachte Heer Ulenbelt, beste Paul,

Naar aanleiding van je vraag of mijn reactie (deels) geplaatst kan worden in Spanning zodat jij daar nog op kunt reageren het volgende.

Mijn eerste reactie is positief. Het lijkt me voor SP-leden interessant om de voor- en tegens te leren kennen van een onvoorwaardelijk basisinkomen. 

Mijn definitieve goedkeuring hangt echter af van het concrete stuk dat men van plan is om te gaan plaatsen.

Dus vooraf zou ik het stuk willen lezen en goedkeuren dat de redactie van mijn reactie heeft gemaakt en ook jouw aanvulling willen kunnen lezen.

Daarna kan ik uiteindelijk pas mijn uiteindelijke instemming geven.

Is dat een werkbaar voorstel?
Met vriendelijke Groet,
R. Thelosen    


Antwoord op bericht 3, van 9 oktober 2014

Geachte heer Thelosen,

Dank voor uw mail naar aanleiding van het artikel over het basisinkomen in SP blad Spanning. De discussie over het basisinkomen laait op. Logisch. Als onzekerheid toeneemt worden ideeën die zekerheid beloven omarmd. Dat is bij deze crisis niet anders dan de grote crisis in de 80-er jaren, toen de werkloosheid nog hoger was dan nu. Ook toen werd veel over een basisinkomen gesproken. Ook in de Tweede Kamer.
Het idee van een basisinkomen voor iedereen is het oudste idee om zekerheid te bieden en armoede te bestrijden. In 1796 stelde filosoof Thomas Paine het voor. Al 200 jaar wordt er meer of minder over gesproken. Het onvoorwaardelijk basisinkomen is nergens ter wereld ingevoerd. Daar zijn goede redenen voor.

Recent schreef Rutger Bregman het boek 'Gratis geld voor iedereen' en maakte  TV-programma Tegenlicht een aantal uitzendingen over het basisinkomen. Terwijl PvdA en VVD de sociale zekerheid verder afbreken, wordt de roep om zekerheid in de vorm van een zeker inkomen steeds luider. Dat is bemoedigend. Maar het ontslaat ons niet van de plicht om precies uit te zoeken wie nu precies wat bedoeld met het basisinkomen en op welke politieke agenda het staat.
In reactie op het interview met in de Spanning zijn een aantal reacties binnengekomen van mensen die vinden dat de SP het basisinkomen moet omarmen. Een van de belangrijkste argumenten was dat de SP eigenlijk al lang voorstander is van een basisinkomen. Namelijk zekerheid voor mensen die niet kunnen werken. Die zekerheid moet er zijn. Het basisinkomen biedt dat niet. Daarvoor hebben we de bijstand, de  AOW, uitkeringen voor nabestaanden en bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. Dat deze uitkeringen worden afgebroken terwijl ze juist moeten worden opgebouwd staat voor de SP als een paal boven water.
 Je hoeft geen groot rekenwonder te zijn om in te zien dat het verdelen van de pot uitkeringen over alle mensen leidt tot een lager uitkering voor mensen die de uitkering nodig hebben. Allerlei berekeningen die zijn gemaakt komen er op uit dat het basisinkomen onder of net boven de armoede grens ligt. Zo een basisinkomen is te laag. Te veel om dood te gaan, te weinig om fatsoenlijk te leven. Met de verdeling van pot uitkeringen en toeslagen kom je uit op ca.700 Euro.  Begin dit jaar constateerde het Nibud dat gezinnen die rond moeten komen van een bijstandsuitkering iedere maand 50 euro te weinig hebben om rond te kunnen komen. Een alleenstaande in de bijstand gaat er bij 700 Euro 20 euro op vooruit. Iemand met AOW gaat er al gauw een paar honderd euro per maand op achteruit. Dat geldt ook voor mensen met een werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering.

U zult misschien denken: “Wat flauw om te praten over 700 euro per maand; het basisinkomen moet veel hoger liggen.” Dat kan, maar daarbij moet je bedenken dat het verhogen van het basisinkomen voor iedere Nederlander met 100 euro per maand, 20 miljard per jaar kost. Er zijn mensen die genoeg verdienen en nog niet eens merken dat ze 100 euro extra krijgen, terwijl je met 20 miljard euro de armste 666.000 Nederlanders ook een uitkering van 30.000 euro per jaar zou kunnen geven. Hiermee kun je de armoede in Nederland in een klap oplossen.

 Liberale voorstanders zijn juist voor een laag basis inkomen. Rutger Bregman is geen liberaal, maar vindt dat ook. In zijn boek Gratis geld schrijf hij: ”Een van de charmes van het basisinkomen is dat de armen, die nu vaak beter af zijn met een uitkering, stimuleert een betaalde baan te zoeken.” (Bregman, Gratis Geld, De Correspondent, p 66) Of er werk is, of mensen niet kunnen werken, het deert niet. Bregman gaat nog verder: “Overigens zou bij invoering ook het minimumloon kunnen worden afgeschaft”  En zo denken veel liberale voorstanders er over.
Een inmiddels beroemde proef met een “basisinkomen” is het Mincome project in het Canadese dorpje Dauphine. De armste 3000 inwoners kregen 4 jaar lang een uitkering, zonder voorwaarden. Omgerekend was dit bedrag 19.000 dollar per jaar, ruim 15.000 euro. Niet echt een vetpot. De experimenten met een uitkering in Canada (en ook de Verenigde Staten), waren vooral experimenten met bijstand. Het armste deel van de bevolking kreeg de zekerheid van een vast inkomen. Deze mensen werden geholpen. Ze verbrasten het geld niet. Deden er verstandige dingen mee. Maar het was geen basisinkomen. Niet iedereen kreeg het, dus lijkt het meer op de bijstand die wij al sinds 1963 kennen. Armoede is gebrek aan geld. Het is geen persoonlijkheidskenmerk. Oplossen van armoede is geld geven. Armen zijn geen andere menssoort. Als ze geld hebben doen ze er verstandige dingen mee. In ieder geval niet dommer dan mensen met geld. Wie dagelijks de hele dag moet puzzelen om rond te komen, heeft geen tijd om een stap vooruit te zetten. Tobben over de volgende dag geeft geen toekomst. Zij verdienen ons geld. Niet zij die het niet nodig hebben.

 Het basis inkomen is voor iedereen. De vraag die we onszelf moeten stellen is hoe eerlijk het is om aan een jonggehandicapte die nooit een baan zal krijgen 700 Euro te geven en ook aan een manager die  tonnen per jaar krijgt. Een basisinkomen leidt dus niet tot meer gelijkheid, integendeel, er komt geld terecht bij mensen die het niet nodig hebben. We moeten het geld dat we met zijn allen hebben dus eerlijk verdelen. Want inkomenszekerheid zorgt er voor dat mensen gezonder gaan leven, zich prettiger voelen, gemakkelijker gaan studeren en eerder vrijwilligerswerk gaan doen. Al deze zaken staan haakt op het huidige kabinetsbeleid dat er steeds meer voor zorgt dat mensen leven om te werken, niet werken om te leven. Juist daarom is de SP voor inkomensafhankelijke zorgpremie, goed en gratis onderwijs en een rem op de 24 uurs-economie en het idee dat mensen met een baan zich voor een schijntje suf moeten werken. Werken en toch arm zijn.
Maar het gelijk verdelen van geld over mensen die het wel en niet nodig hebben kun je niet socialistisch noemen. Het basisinkomen belooft een individualistisch oplossing voor een collectief probleem. Uitvoering van die belofte is armoede. Armoede moeten we op een solidaire manier bestrijden. Niet de pot van armen verdelen onder allen, maar de vette pot van enkelen verdelen onder wie het wel nodig hebben.

Met vriendelijke groet, Paul Ulenbelt

Bericht 4 op 10 oktober 2014

Geachte Heer Ulenbelt,

Zeer bedankt voor het uitgebreide antwoord en SP-standpunt over het basisinkomen.
Is dit de tekst die mogelijk in het komende nummer van Spanning geplaatst zal worden, waar U mij eerder over benaderde?

Toch wil ik U graag een inhoudelijke reactie geven.
Inhoudelijk geeft U een afgewogen oordeel over de voor en tegens van een basisinkomen.
Uw conclusie is dat het niet socialistisch of solidair kan zijn om ook rijke mensen een basisinkomen te geven die dit helemaal niet nodig hebben. Dat begrijp ik heel goed en is misschien ook een zwak punt.

 U zegt ook dat een basisinkomen nergens ter wereld is ingevoerd (en daar zijn goede redenen voor). Dat is echter niet helemaal waar, al hangt het ook af van welke definitie van basisinkomen je hanteert.

Er zijn vele verschillende voorbeelden geweest en gedurende enige tijd, die heel veel weg hebben van een vorm van basisinkomen. Cyprus zou het sinds kort hebben ingevoerd en in Zwitserland komt er binnen twee jaar zeker een referendum over de mogelijke invoering van een basisinkomen.

Over de hoogte van het basisinkomen is ook veel te zeggen. € 700/ maand is inderdaad weinig en dekt niet de belangrijkste levensbehoeften van een persoon. Dat is dan ook alleen bedoeld voor gezonde volwassen mensen. In het Zwitserse voorstel gaat het om een substantieel hoger maandbedrag.

Bij alle voorstellen die gedaan zijn voor een basisinkomen wordt er ook van uitgegaan dat chronisch zieken, gehandicapten naast het basisinkomen zeker ook een aanvullende sociale uitkering moeten hebben.  Ouderen houden ook hun AOW en pensioen.

Essentieel is het idee van onvoorwaardelijkheid van het basisinkomen, oftewel anders dan een sociale uitkering zijn er geen voorwaarden aan gekoppeld zoals een sollicitatieplicht of verantwoording achteraf over de besteding. Je bent helemaal vrij om het te besteden waaraan je maar wilt.

Als je inkomens- of vermogenseisen gaat stellen en op basis daarvan bepaalt of iemand wel/niet een basisinkomen krijgt komt de onvoorwaardelijkheid mogelijk in het gedrang. Dat vereist ook weer enige overheidsbureaucratie waar je juist vanaf zou willen. En is het arbitrair waar je dan de grens moet trekken: bij welk inkomen of vermogen??

Anderzijds lijkt het voor de hand te liggen om niet iedere burger een basisinkomen te geven, maar alleen volwassenen vanaf 18 jaar. Geef je ook baby's en kinderen een basisinkomen dan is dat overbodig geld rondpompen en zal dat zeker gevolgen hebben voor de kosten van onderwijs en gezondheidszorg.

 Het onderzochte project Mincome in Canada (jaren zeventig vorige eeuw en beschreven door Bregman ) is inderdaad zoals U aangeeft eerder een bijstandsregeling dan een vorm van basisinkomen. Hier moest eerst een inkomenstoets gedaan worden voordat je in aanmerking kwam van een aanvulling tot het bestaansminimum. In het boek "Give money to the poor"(2010)  staan nog vele wereldwijde voorbeelden beschreven van verschillende vormen van basisinkomen.

 In het boek Gratis Geld schrijft Rutger Bregman (blz. 66) inderdaad "dat een basisinkomen stimuleert om een betaalde baan te zoek omdat de hoogte van het basisinkomen lager is dan de eerdere sociale uitkering". Dat is een mening die ook ik niet deel.
Ook geeft hij aan dat het minimumloon afgeschaft zou kunnen worden. Ook dat punt vind ik zwak en deel ik niet.

Kennelijk heeft U het boek van Bregman (of de respectievelijke gedeeltes) goed gelezen, want ik lees nu niet meer dat U (zoals eerder wel nog) bang bent dat een basisinkomen de economie schade toebrengt of een slechte invloed zou hebben op de samenleving.        Van een basisinkomen als recht op luiheid waar U eerder van sprak lees ik nu gelukkig ook niets meer. De experimenten tonen juist het tegendeel en dat moet eerlijk verteld worden.

Het voorbeeld van de kleine zwerversgroep (13 personen) in de Londonse City die in 2009 eenmalig een bedrag van 3000 Pond kregen is wel een vorm van basisinkomen maar van een hele kleine specifieke groep. De resultaten zijn zeer indrukwekkend.
Dat voorbeeld kan daarom zeker ook rekenen op instemming van de SP.

Grotendeels zijn we het dus wel degelijk eens en verschillen we maar over één punt.
In uw ogen betekent een basisinkomen dat iedereen automatisch dat bedrag zou moeten krijgen (dus ook rijken die het niet nodig hebben) . Een onvoorwaardelijk basisinkomen kan in mijn ogen echter ook ingevoerd worden voor een beperkte groep ( dus alleen volwassenen). Zelf hecht ik dus meer belang aan het onvoorwaardelijke karakter van het basisinkomen dan het feit dat iedereen het zou moeten kunnen krijgen.

Met vriendelijke Groet,
R. Thelosen

Antwoord op bericht 4 op 11 oktober 2014

Beste R,

1. Ja dit wordt de reactie in de volgende spanning. 

2. In Cyprus is bijstand ingevoerd. 

3. Ben benieuwd naar referendum in Zwitserland. Ik krijg  binnenkort het voorstel.

4. Aanvullende uitkeringen voor ouderen en chronisch zieken. Liberale voorstanders zijn daar tegen. Ook geen toeslagen voor kinderopvang, huur, zorg, werkloosheid. 

5. Waarom kinderen uitsluiten? Ik lees steeds voorstellen dat zij 50% krijgen. 

6. Onvoorwaardelijkheid is juist een kern. Als je het geeft aan hen die het nodig hebben is het bijstand. Maar dan moet geoordeeld worden of het nodig is en hoeveel. Dan is de basis van het idee weg. En niet meer dan verbetering van huidige systeem. Wat overigens hard nodig is. 

7. Onvoorwaardelijk voor een bepaalde groep is een contradictie. 

Het slimme van de bedenkers van het onvoorwaardelijke basis inkomen is dat het een liberaal verhaal  aantrekkelijk maakt voor niet goed nadenkende wereldverbeteraars. Net zo iets als vrijheid bij VVD en PVV

Met groet,
Paul Ulenbelt, SP Lid Tweede Kamer Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Bericht 5 op 13 oktober 2014

Geachte Heer Ulenbelt, beste Paul,

Naar aanleiding van je reactie afgelopen zaterdag ben ik toch weer opnieuw aan het denken geslagen over het onvoorwaardelijke basisinkomen . Op basis daarvan denk ik nu dat we ook het laatste verschil van inzicht over deze kwestie kunnen gladstrijken.
Je geeft aan dat onvoorwaardelijkheid voor een bepaalde groep een contradictie is, maar volgens mij is dat een uitvoeringskwestie.

 Een basisinkomen betekent letterlijk: "Voor iedereen een geldbedrag dat een bestaansminimum garandeert ".
Iedereen moet dan wel (en daar zat de grote angel) opgevat worden als degenen die het nodig hebben (en dus niet de rijken want dat zou niet fair en niet solidair zijn).

Project Mincome (twee gemeenten in Canada in jaren 70 van de vorige eeuw) heeft dat drie jaar in praktijk gebracht. Iedereen kon rekenen op een basisinkomen als ze konden aantonen dat hun inkomen onder de armoedegrens viel. In praktijk bleken 30% van de gezinnen iedere maand een inkomensaanvulling te krijgen kregen van omgerekend naar het niveau van 2014 een bedrag van 19.000 Dollar per jaar . Geheel zonder voorwaarden (en dus onvoorwaardelijk).

Hier is een basisinkomen dus wel ingevoerd, al ging het om gemeenten en niet een land en ook maar tijdelijk (een paar jaar).     

Een basisinkomen (en dat is vaak de misvatting) is dus geen vast bedrag voor iedereen zoals je zou verwachten,  maar een inkomensaanvulling tot het bestaansminimum.

Het principiële punt van de SP dat de verwachte maatschappelijke, sociale en economische nadelen bij invoering van een basisinkomen  zullen gaan ontstaan zijn op basis van historische en reële experimenten die ook wetenschappelijk zijn onderzocht  aantoonbaar onjuist gebleken. Gratis geld maakt niet lui en schaadt de economie niet.

De andere kwestie van een onvoorwaardelijk basisinkomen, namelijk geld geven aan de rijken die het niet nodig hebben,  is slechts een uitvoeringskwestie die gemakkelijk is op te lossen. (zie Mincome). Niet iedereen, maar iedereen die het nodig heeft en onder de armoedegrens zit wat betreft inkomen komt in aanmerking en mogelijk pas vanaf een leeftijd van 18 jaar.

Hopelijk kan de SP op basis van het voortschrijdende inzicht anders en positiever gaan aankijken naar het idee van een basisinkomen.
Bij deze wil ik je bedanken voor de verschillende emailreacties en dialoog die mijn denken een stuk verder geholpen hebben.  

Met vriendelijke Groet,
R. Thelosen

 Tot zover de gevoerde dialoog die ik een ieder wil voorleggen, zodat je zelf een weloverwogen standpunt kunt innemen. Ben natuurlijk wel benieuwd welk vervolgstuk er in de nieuwe Spanning geplaatst zal worden. Is het eindoordeel bijgesteld?

Kijk ook  de uitzending op de Belgische televisie (Canvas) van het programma Panorama over het basisinkomen eind december 2014.  http://www.canvas.be/programmas/panorama/0ae8483d-7adc-43fd-b56f-3327fab14082
Wilt U meer lezen over experimenten met het basisinkomen zie

Op 12 mei 2015 was Paul Ulenbelt gast in het tv-programma Café Weltschmertz en het thema was het basisinkomen. Zie hieronder de weblink.

Voor mij een nieuwe reden om Paul Ulenbelt op woensdag 12 augustus een email te sturen en hem kritisch te bevragen over zijn afwijzende houding ten aanzien van het basisinkomen. Hieronder de integrale tekst:

Geachte Heer Ulenbelt, beste Paul,
Afgelopen jaar hebben wij per e-mail al enkele keren contact gehad en onze visie op het basisinkomen uitgewisseld. De letterlijke weergave vindt U in onderstaande weblog.
In het laatste Tribune of Spanning nummer las ik weer een nieuw verhaal van U over het basisinkomen naar aanleiding van het partijcongres waar dit ook besproken is.  Op de landelijke SP-website zag ik een video/ interview van U met Erik de Vlieger (café Weltschmerz)  en ook nu ging het weer over het basisinkomen. Op basis van deze recente nieuwe uitlatingen heb ik niet het idee gekregen dat uw mening ook maar enigszins is gewijzigd, hetgeen ik zeer betreur voor een boegbeeld van een socialistische, progressieve partij . 
Laat ik beginnen met respect te betuigen aan al het vakbondswerk in het verleden en heden die geleid hebben tot betere arbeidsvoorwaarden en sociale regelingen zoals WW en WAO.  De sociale strijd is keihard geweest en heeft vele offers gevraagd, maar heeft voor latere generaties veel zegeningen gebracht. Dat moet niet zomaar overboord gezet worden. Dat U  als voormalig vakbondsman deze verworvenheden met hand en tand verdedigt, begrijp ik helemaal. 
Het basisinkomen moet geen instrument zijn om mensen voorgoed af te schrijven. Integendeel .   Het onvoorwaardelijk basisinkomen moet zeker hoog genoeg zijn voor een fatoenlijk minimum levensniveau en zelfs boven het huidige bijstandsniveau liggen . Daar zijn we het beide over eens. 
U noemde een bedrag van € 6 miljard dat nu uitgegeven wordt aan sociale voorzieningen en dat “beschikbaar” is voor een basisinkomen . Dat is natuurklijk te weinig. Als multinationals en de hoogste inkomens en vermogens hun rechtmatige aandeel in de belastingen zouden leveren is er veel meer beschikbaar.  
Een deel van uw argumenten lijken echter direct over genomen te zijn van het recente CPB-rapport  dat ook sociale uitkeringen liever verlaagd om “werken” aantrekkelijk te maken en oneigenlijke argumenten aandraagt tegen het basisinkomen. Daar heb ik me in een artikel in het ED ook tegen uitgesproken(zie onderstaande weblink). 
Het wordt echter hoog tijd dat politici (zoals U) en beleidsmakers gaan inzien dat volledige werkgelegenheid  een utopie is en die in deze technologische en economische omstandigheden dus niet haalbaar meer is. Volgens serieuze onderzoekers moeten we er rekening mee houden dat de helft van de banen binnen enkele decennia zullen gaan verdwijnen. Daar heb ik ook een artikel over geschreven.
Zelf ben ik een technisch ingenieur en al bijna 25 jaar werkzaam bij Fontys Hogeschool . Vanuit mijn  rol als docent kom ik veel in bedrijven als stage- en afstudeerbegeleider. Daar zie ik met eigen ogen de geweldige produktiviteitsverhoging dankzij machines, robotisering, automatisering en informatisering. Die trend is niet te keren en de overgebleven  werknemers staan steeds meer onder druk van lagere salarissen en slechtere arbeidsvoorwaarden.  De politiek , maar ook de sociale partners weigeren echter te spreken over herverdeling van arbeid door een kleinere werkweek (max 30 uur of misschien zelfs 24 uur/week) in te voeren. Het stokt nu al jaren op 36 of 38 uur.
    Zelf beweert U dat de discussie over het basisinkomen slechts een hype is, die is ingegeven door de huidige economische recessie. Dat is erg kortzichtig en zeker niet het geval. De discussie zal steeds sterker en breder worden gevoerd, zoals nu wel is gebleken in Nederland en Europa. Het is een laatste vangnet voor de burger, zoals de bijstand ooit ook bedoeld was. Door nieuwe wetgeving is die echter steeds voorwaardelijker geworden. Je krijgt pas (bijstands- of WW-) geld als… je een maand gesolliciteerd hebt  etc. Er is nooit een groter momentum geweest in de samenleving en in Nederlandse gemeenten dan nu om te gaan experimenteren. Veel gemeenteraden hebben genoeg van sociale rechercheurs, controles achter de voordeur, betutteling van volwassenen, lastige, onpraktische of onzinnige regeltjes. Als U dat niet inziet is dat een groot gemis.      
In het interview met Erik de Vlieger gaf U aan ook principiële (U noemde het filosofische)  bezwaren te hebben tegen een basisinkomen. Kennelijk bent U nog erg doortrokken van de Calvinistische Protestanste Arbeidsethos (zoals de Duitse Socioloog Max Weber die heeft beschreven)  en die kennelijk ook in de katholieke Bijbel is terug te vinden: “U zult werken in het zweet uws  aanschijns”.
    U herhaalde de resultaten van het experiment met een basisinkomen voor een kleine groep van  Londense zwervers. U schamperde daarover door te stellen dat het logisch was dat ze graag een dak boven hun hoofd hadden en daar ook voor gingen. Of uw conclusie dat deze eenvoudige mensen ook verstandig met hun geld omgaan. U miskent de geweldige prestatie van deze groep daklozen, die ondanks hun verslavingsachtergrond en gezondheidsproblematiek hun leven weer wilden oppakken en op de rails zetten. Dat lukte de meesten van hen ook nog. Dat verdient alle lof.   
Bij het Canadese experiment Mincome zoekt U ook weer naar een (semantisch) zwak punt . Het is volgens U eigenlijk geen experiment met een basisinkomen, want alleen mensen die onder een minimum zaten kregen een aanvulling tot het bestaansminimum. Daarin heeft U formeel gezien gelijk, maar wat er  daarna gebeurde is echter veel interessanter .  Wat deden die mensen met dat geld ? Zegden ze hun  baantjes op, gingen ze luieren, studeren, vissen etc ?  Die resultaten noemt U echter helaas helemaal niet.
    Het is waar dat werken een groot goed is en mensen in staat stelt dienstbaar te zijn voor de samenleving, cultuur of ook voor je eigen familie. Het is echter nog een groter goed als mensen dat uit volledige vrijheid kunnen doen en naar eigen aanleg en kwaliteiten. Overheidsregels, marktverhoudingen verstoren dat patroon en een onvoorwaardelijk basisinkomen geeft mensen wel die vrijheid.  Een echte keuze om je energie in kunst te stoppen , in een ambacht, in een docentrol of in een ouderrol.   
 U citeerde oud Euro-commissaris Jacques Delors met : “Een basisinkomen is de kroon op het individualisme”.  Zelf zou ik meer gaan voor de stelling: “Een basisinkomen is de kroon op: de democratie(voor iedereen), de rechtstaat (basisrecht) , de emancipatie (onvoorwaardelijk) én de moderne beschaving”.
    In onze moderne maatgschappij is dankzij de inspanningen van generaties voor ons en dankzij technologoie en wetenschap zoveel welvaart gecreëerd dat we nu in staat zijn iedereen daarin te laten delen (en dus niet alleen de rijken en kapitaalverschaffers).        
Met vriendelijke Groet,
Waalre, Ruud Thelosen, SP-lid  afdeling Eindhoven 

Na enkele dagen kwam er een reactie:   

Ruud,
We blijven van mening verschillen.
Hierbij de tekst van een SP Kaderkrant die binnenkort verschijnt.
Met groet,
Paul Ulenbelt
SP Tweede-Kamerlid
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(RT) De tekst over het basisinkomen die in de nieuwe scholingskrant gepubliceerd wordt is zeer uitgebreid en vrij volledig wat bronnen en bedragen betreft.
Als reactie daarop stuurde ik Paul Ulenbelt onderstaand bericht:

Van: Ruud Thelosen 
Verzonden: dinsdag 18 augustus 2015 17:09
Aan: Ulenbelt P.
Onderwerp: Re: Basisinkomen
Geachte Heer Ulenbelt, beste Paul,
De tekst in de bijlage is redelijk volledig en informatief als het gaat om het basisinkomen.
Ik kan me daarom ook vinden in het standpunt van de SP die veel voetangels en klemmen ziet rondom de invoering van een eventueel basisinkomen.
Wat mij betreft vergeten we het basisinkomen als term en kiezen we bewust voor een goede bijstandsregeling voor iedereen boven de 18 jaar of 21 jaar met een inkomen onder het armoedeniveau en wel zónder enige voorwaarden en restricties. Als gemeenten daarmee gaan experimenteren is dat wat mij betreft prima. De beoogde effecten is waar het om draait en niet hoe je het noemt.
  
Groeten Ruud Thelosen   
Zijn reactie kwam korte tijd later:

-----Original Message-----
From: Ulenbelt P. <
P.Ulenbelt@tweedekamer.nl>
To: 'Ruud Thelosen' <
rthelosen@cs.com>
Sent: Tue, Aug 18, 2015 5:39 pm
Subject: RE: Basisinkomen   
Ruud
Goed te horen.
Een “regelarme” bijstand met b.v. ongekort bijverdienen tot 120% van de bijstand. We verzetten ons niet tegen dit soort experimenten, maar zien het liever direct landelijk ingevoerd.
Met groet,
Paul Ulenbelt
SP Tweede-Kamerlid
Sociale Zaken en Werkgelegenheid



Mijn laatste reactie was:

Beste Paul,
 
Inderdaad is het direct landelijk invoeren beter dan dat iedere gemeente het wiel apart gaat uitvinden.
 
Groeten Ruud Thelosen